Toonzetting en afstemming - we namen de moeite tot de lach en zo zetten wij de toon en stemden we ons af op wat komen gaat, op wat ons verrijken zal. Wat een meesterlijk einde aan het Holoceen, wat een magistraal begin van het Antropoceen, wat een macht en kracht. Geen heerser, geen dictator uit de mensenhistorie zal er bij in de buurt komen. Sinds jaar en dag wordt er gestorven onder dictators, door dictators - geen menshistorisch stervensvermogen zal echter in de schaduw kunnen staan van wat de nabije toekomst vermag. En wat is uitsterving anders dan het zalige toetje, de engel die over je tong pist, de duivel die jouw tong  aflikt op het menu van de kosmische ellende? Wij vernamen een aardige definitie van het Antropoceen: menu van Kosmische Ellende, waarvan we hier vooralsnog enkel het voorafje mogen genieten - aan het toetje zijn we nog lang niet toe. Hoeveel gangen het menu bevat hangt af van het aantal obers en kelners dat er onderweg afvalt, door hitte bezweken, en hoeveel er nog overblijven naarmate de hoofgerechten heter en heter zullen worden opgediend. Wie dan nog aan het toetje toekomt, waarmee het hele diner wordt afgeblust, mag van de opperste genieting spreken.

*

Het is de zelfpenetratie van de Tijd wat zich nu in poëtische en romantische richting voltrekt. Augustinus zou er postuum nog een stijve van kunnen krijgen. Vroeger gingen we eraan, nu gaan we eraner, als je ’t uit-, om- en doorrekend. Het onomkoombare kernkantelpunt naar het Antropoceen is al in het ontstaan van een succesvolle soort gelegen, zo moesten we dat maar zien. En toch lijkt verzet geboden, lijkt, zo lijkt het. Alleen al, hoewel ongegrond, uit het vasthouden aan hoop. Als het Antropoceen ons geen halfvol glas schenkt, dan moesten we dat onszelf maar inschenken, zolang het noch kan. Of moeten we uit solidariteit met het onlangs gestorven Holoceen ons laten wegzakken in de chaos en ellende die noodzakelijkerwijs aan de vermissing van soorten voorafgaat? Nee toch? Die lol gaan we het toekomstig niet-zijn toch niet gunnen? Is het eenvoudiger om in het Rijk der Ellende te vertoeven dan in het Rijk der Er-Geweest-Zijn?

*

Sinds de Straat van Hormuz is afgesloten is er een tekort aan stratemakers op zee en de komende El Nino wordt een superfenomeen van de buitencategorie en de kunstmest is te duur voor de boeren in Global South. Tel daar de rest van de uit de hand gelopen wereldproblemen bij op en maak daar een heerlijke hutspot van en het zal smaken naar lijdensbloei. Lijdensbloei, het meurt ons in de neus, het heeft weinig specerijen nodig, het is van zichzelf al kruidig genoeg. Lijdensbloei brengt mooie kleuren met zich mee, van bloedendrood tot lijkenwit. Het smaakt naar meer, naar verbrand vlees, naar bitterkruid, naar patatje oorlog, naar de vergeten groeten van de verdroogde oogst, naar rotte tomaten, naar een gebrek aan kunstmest, naar leeggeviste oceanen en het toetje heet (heet!), hoe origineel: gesmolten ijskap, voor de grap afgeblust met uw ecologische voetstap. Het restaurant dat u dit menu serveert hoopt op een Michelinster.

*

Een universele schepping is gaande, schepping van goddelijk vermaak. We zullen om alles lachen. Om haar. En ja hoor, alsof je de duvel op z’n staart trapt, daar zul je haar hebben: mevrouw Antro, van achteren Poceen. Eenmaal het toneel opgesleept blijkt zij zeer talentvol te zijn. Grammy’s en awards verzamelend wuift zij haar charmes ons toe en er hoeft geen lachmachine meer aan te pas te komen, we kunnen het zelf wel af. We lachten ons dood, met hartverzakking en al. Geen zandzakken, nee, lijkwagens voor de deur van dit theater. 

*

De activisten, die goedbedoelende lieden: zij willen hoopvolle transities en transformaties in gang zetten. Zij creëren zichzelf daarmee een betekenisvol doel in het hiernumaals van hun leven. Onze uitdaging is echter een andere: hoe transformeren we hoop naar troost? Welke verlossing kan troost bieden als er geen hoop meer is? Misschien moeten we de Engelenpracht van het Hiernamaals weer herintroduceren als troost om naar uit te kunnen kijken, om naar te verlangen. Een transitie van het denken en het voelen, zogezegd. En misschien moesten we het hiernumaals maar bespotten, de mens bespotten, onszelf bespotten. Onze wanhoop bespotten. Zelfs in tijden van Verval, juist in tijden van Verval bestaan er nog waarden: spot, cynisme, nihilisme. Is dat niet veel troostrijker dan de zelfkastijding van de activisten? Troost. Niet door Extinction Rebellion, maar door Exctinction Accpetation. The Exctinction of the Willing. Een gewilde onverhoopte manier om zich in te verliezen, om in te verteren, om in op te lossen als in zoutzuur, om ten onder te gaan met het beste van zichzelf.

*

De afstand tussen mij en Don Quichot is minimaal en Baron von Munchhausen is mijn broeder. Zo helder als zij de dingen zagen, daar ben ik jaloers op. Tot het einde der tijden aan toe hadden zij niet de wilskracht om teleurgesteld te raken. Dat is de houding die men moet beoefenen, in welke tijden dan ook. Dat is ook de houding die dit Tijdperk der tijdperken zelf dient te beoefenen. Zij schrijdt voort en zal nog het nodige te doorstaan hebben. Kiest het voor angst, onverschilligheid of onverschrokkenheid? Mogen wij hopen op een onverschrokken heden?

*

De taal des Doods. Deze spreekt zichzelf uit door de reeds gestorvenen en kan door de nog net niet gestorvenen nog even in mensenwoorden uitgesproken worden. Van de eersten horen wij geen jammerklacht, van de tweeden is deze niet te harden. Dat laatste irriteert ons mateloos. Omdat we er zelf toe behoren. Wij zijn het, die jammerklagers, die nog net niet tot rammelende karkassen zijn getransformeerd. Woordenloze soorten lijden de helft van woordensoorten – die immers ook nog lijden aan het lijden dat ze vrezen. Bewuste noodlotsbestemden zoals u en ik creëren zelf hun zelfbewuste noodlotsbestemming, zo is het nu eenmaal. Onheil -  het is dat we het over ons afroepen en om die reden ook maar beter kunnen begeren.

*

Aangezien onze goddelijke tekortkomingen – waarvan niets bewijst dat ze niet menselijk zijn – geen oppervlakkige toevalligheden zijn, maar de kern van onze natuur, kost het ons weinig moeite om ons het verdere verloop van het Antropoceen voor te stellen. Wie echter een tekort aan voorstellingsvermogen heeft, is de eigenaar van een probleem. Welk voorstellingsvermogen bezat de Baas van Genesis? Ontdoet hij zich nu van een soort die Hem begon te beconcurreren? Welk deel van de mislukking hoeft niet de mens, maar Hem worden aangerekend? Mislukken is ook een vorm van lukken. Wij zijn er niet gerust op: het feestje kan nog verstoord worden door de activisten. Wat willen de transitie-activisten nu eigenlijk, dat het Antropoceen lukt of juist mislukt? Het Antropoceen, het is de Grote Evacuatie, de evacuatie van een soort, van vele soorten. Maar … grote vraag, klein antwoord: waar naartoe? Als bestemming Mars er niet in zit, dan maar richting Rijk der Hemelen? Maar ook dat zal, zo vrezen wij, enkel kunnen lukken via het voorportaal van de Hel. Het Antropoceen brengt soorten terug tot hun essentie: voorbijgaan. Overal dringt na het geween en tandengeknars het geluid van de stilte door – je luistert, je hoort niets, er is niemand om te luisteren, niemand om te horen wie horen wil. De zintuigen keerden zich niet meer om in hun graf, moegestreden, doodgestreden. Ze werden verzwolgen door het verstrijken van een tijdperk. Dat nadien zelf na haar sloopwerk van de dingen en de dageraad der dagen ten einde kwam. De arbeid was voldaan, de dingen waren goed: ze waren er niet meer.

*

Er schijnt een frontale hersenkwab in ons voorhoofd te schuilen, iets met verstand of zo, ik heb er verder geen verstand van. Het schijnt veel te doen te hebben, veel energie te kosten, zich druk te maken over dit&dat. Zoals niet-dood-willen. Terwijl: niet-dood-willen schijnt uitstel van executie te zijn zeggen ze. Waar verblijft de waarheidskwab? De kwab die beter weet? Waar vertoeft deze? Misschien moesten die kwabben eens wat minder vertoeven en wat meer alvast  verwijlen in het verre wijlen. Hoe communiceren we zinvol met de oudste dus wijste kwab die in ons voortbestaat? En zich misschien niet zo druk maakt over het minieme verschil tussen zijn en niet-zijn? Is niet-zijn misschien een vorm van zijn zoals mislukken een vorm van lukken is?

*

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb