De kosmos zucht, de aarde schreeuwt, de materie kreunt. Het lijden ontwikkelt zich, de chaos ontplooit zich, de instorting voltrekt zich. En de mens? Wat zullen we zeggen van de mens? Van Zondeval tot Antropoceen, van verdrijving uit het Paradijs tot verdrijving uit het Holoceen: het voltrekt zich van lot tot lot, van gezwoeg tot gezwoeg, van val tot val. Dat zullen we zeggen van de mens, de voltrekker van het zuchten, het schreeuwen, het kreunen. 

    *

    Wat moet de mens die van zichzelf houdt aan met een tijdperk dat hem kwijt wil? Al wat leeft heeft zichzelf lief – waar komt anders de angst vandaan? Waarom weigeren we het verdwijnproces terwijl we dat tegelijk zelf aan het bevorderen zijn? Vraag de evolutionaire wetmatigheden naar dit raadsel en de evolutie zal op haar kenmerkende eigen wijze antwoorden zoals zij dit antwoord in praktijk brengt bij de konijnen- en eendenkrooscyclus. Positieve feedback, negatieve feedback – beide zijn haar even lief voor haar eigen onvergankelijk overgankelijke voortgang. Deze zelfliefde betracht zij en er is geen lot beschorener dan het mensenlot.

    Tot zover het brekende nieuws van de dag. Op de volgende twee pagina's (via poëtica en via theoretica) vindt u twee benaderingen van het Antropoceen.