Aan het einde van elke levensgolf zal steeds een ramp opdoemen: de verscheidenheid aan verschijningsvormen die uitverkoren zijn tot massa-extinctie – en ja hoor, het is weer eens zover. Laten we deze uitverkiezing prijzen, haar omarmen, aanbidden, vervloeken, bevechten, bewenen, bewonderen met al onze hartstochten die we in ons hebben. Opkomst en verval, opbouw en afbraak, bloei en vernietiging: ze horen onlosmakelijk bij elkaar. Er is een tijd van komen, er is een tijd van gaan, de eeuwen zijn geteld waarin de puinhopen door een soort zijn verwekt en een planeet hebben overwoekerd, God is goed! God is goed en al is hij niet in staat de zwaartekracht op te heffen, hij is wel degelijk in staat deze planeet van zijn kankergezwel te genezen. Hij is clown en spook tegelijk, redeloos zonder weerga, heilige van de onnozelaars, zowel eigenaar als lijfeigene van het kankergezwel, martelaar van zijn eigen scheppingsdrift waartoe ook vernietiging behoort. Hij zwelt op uit zijn eigenschappen, uit zijn eigenaardigheden en het schepsel dat Hem zijn eigenaardige eigenschappen heeft toegedicht, zal als niet meer dan een voetnoot terugkeren bij zijn Toelichting. Tot zover het brekende nieuws van de dag.