1. Profiel van het Antropoceen.
  2. Waarom is het begrip ‘Antropoceen’ relevant?
  3. Oriëntatie
  4. Het Antropoceen als overmacht
  5. Het Antropoceen als kapstok
  6. Het Antropoceen als spagaat
  7. Het Antropoceen en de menselijke positie
  8. Het Antropoceen als containerbegrip en als onderscheidend begrip

*

  1. Profiel van het Antropoceen.

Waardoor kenmerkt het Antropoceen zich? De geofysici zoeken naar fysische sporen in het aardlagen, maar we kunnen het Antropoceen ook leggen langs de lat van betekenis. Wat betekent het nu al voor ons en wat gaat het in de toekomst betekenen? Welke kenmerken en aspecten kunnen we op het spoor komen via de lijn van betekenis?

Een kenmerk van het Antropoceen, een basaal kenmerk, blijkt inmiddels te zijn dat het een Fuiktijdperk is. We zitten klem tussen de langetermijn belangen van de mensheid versus onze lokale belangen hier en nu, de kortetermijn belangen, geopolitieke machtscompetitie, internationale concurrentie en onze enorme energiebehoefte.

We zien dit zich meer en meer openbaren op allerlei terreinen, zoals energiepolitiek, financieel-economische belangen, afbrokkelende cohesie en toenemende fragmentatie in de maatschappij. Hebben we ons gezamenlijke langetermijn belang dan niet voldoende op het netvlies staan? Zijn we kortzichtig? Zijn we gewoon onmachtig en moeten we dat nu maar eens gaan erkennen? Zijn we onderhevig geraakt aan de keerzijde van succesfactoren die geleid hebben tot planetaire overshoot?

De vragen dringen zich op terwijl de trend in onheilspellende richting blijft gaan. We falen op het gebied van preventief mitigatiebeleid. Als we denken dat we hier in Nederland en in West-Europa rijk zijn, dan vergeten we de toekomstige biljoenenschade er bij op te tellen. We zullen land moeten opgeven, en dat in een overbevolkte wereld. Niemand, geen enkel land wil nog meer spanning en overbelasting toevoegen door ook nog eens klimaatvluchtelingen of wat voor vluchtelingen dan ook te omarmen.

Dit basale kenmerk van het Antropoceen als Fuiktijdperk zouden we gelijk kunnen stellen aan structurele onomkeerbare natuurlijke overshootwetmatigheden op planetair niveau.

*

  1. Waarom is het begrip ‘Antropoceen’ relevant?

Het woord ‘Antropoceen’ is in het debat over klimaatverandering opgedoken, en de vraag is of het daarin zou moeten blijven. Wij stellen van wel. Deze term verwoordt mooi het idee dat de Holocene omstandigheden – een wetenschappelijke term die verwijst naar het huidige geologische tijdperk – voorbij zijn.

Nu zijn er vele wetenschappers die van het ‘Antropoceen’ als begrip buiten de geologische wetenschap niet veel moeten hebben. Het is geen duidelijk afgebakend concept, hoe kunnen we er dan verantwoord en duidelijk over communiceren? Zij hebben wel een punt, vanuit wetenschappelijk oogpunt bekeken, want het zijn ongekende tijden, dus ook onbekend terrein, dat om die reden ook noodzaakt tot nieuwe begripsvorming. Nieuwe begripsvorming vereist ook een filosofische, boven-wetenschappelijke  blik. Alles wat je erover zegt loopt daarom ook weer de kans om misverstanden op te roepen. Terwijl wetenschap nu juist graag exact en non-speculatief wil zijn. 

Het Holoceen is een geologisch tijdperk, waarvan het begin wetenschappelijk is vastgesteld. Het Antropoceen is nog niet formeel wetenschappelijk vastgesteld. Toch kunnen we er niet omheen als we het vanuit breder dan enkel puur wetenschappelijk perspectief bekijken. En speculatieve elementen doen mee, want het gaat nu eenmaal juist over onze toekomst. Duiden op speculatieve elementen, met alle onzekerheid erop en eraan, wil uiteraard niet zeggen dat er dan maar lukraak wat gezegd kan worden. Er is speculatieve filosofie die ons handvatten kan bieden, zoals de metafysische procesfilosofie van Alfred North Whitehead. Het gaat ook om een helicopterview in het kader van miljoenen jaren Big Historie en evolutie.

Het ‘Antropoceen-concept’ is functioneel in het bredere debat, breder dan enkel het geologische domein, met ook filosofische, ethische en existentiële consequenties, nu er vele planetaire grenzen structureel zijn overschreden. Deze overshoot van redelijk stabiele Holocene ecologische omstandigheden is gaande, en we mogen er inmiddels wel vanuit gaan dat die voor het leven gunstige Holocene omstandigheden niet meer terugkeren.

De ‘grens’ tussen Holocene en Antropocene leefomstandigheden is helemaal niet scherp te trekken, dus ook niet waar die grens dan in de tijd moet worden gelegd. Maar dat is ook niet zozeer waar het om gaat. Het gaat om Betekenis, om heil en onheil.

Precies het redelijk stabiele en gunstige Holoceen bood de mensheid als soort alle mogelijkheden om te groeien, in aantallen, in beschavingsniveau, in culturele ontwikkeling. De mens wist zich meer en meer exogene energie toe te eigenen via het benutten van fossiele brandstoffen. Doordat dit ongemerkt geleid heeft tot planetaire overshoot, kunnen we op z'n Cruijffiaans wel spreken van ‘elk voordeel hep z’n nadeel’. De toekomstige kosten worden nog steeds niet meegenomen in de huidige consumptie, hetgeen onrecht betekent voor toekomstige generaties. We leven op de pof van de toekomst.

Dit breekt ons nu op. We weten maar niet hoe terug te keren naar ‘binnen de planetaire grenzen’, en zolang de overschrijding doorgaat zetten we onszelf klem. We doen  ongewild en ongewenst aan spanningsopbouw. Het Antropoceen kan poëtisch benoemd worden als het Fuiktijdperk.

Terugkomend op de vraag: waarom is het Antropoceen-concept relevant?

- we hebben redelijk gunstige leefbaarheidsomstandigheden achter ons gelaten
- een aantal planetaire grenzen zijn reeds overschreden en deze overschrijdingen zetten zich door
- er zijn nog een aantal grenzen die op het punt staan om overschreden te worden, waaronder de verzuring van de oceanen
- het Holoceen bood mogelijkheden voor herstel en omkeerbaarheid die nu meer en meer uit beeld raken
- zowel de schaalgrootte als ook de onomkeerbaarheid is van een orde die Holocene omstandigheden te boven gaan
- we zitten klem tussen tegenstrijdige en geopolitieke tegengestelde belangen betreffende veiligheid en leefbaarheid op de korte termijn tegenover veiligheid en leefbaarheid op de lange termijn
- dit alles is van betekenis vanwege afnemend heil en toenemend onheil
- het is een existentiële bedreiging
- het heeft consequenties die de wetenschappen en ook de filosofie overstijgen.
- tenzij we onze kop in het zand blijven steken worden we meer en meer gedwongen om de zaken onder ogen zien. Daar hebben we (nieuwe) taal en begrippen voor nodig, hoe onduidelijk ook in deze fase van het Antropoceen. We moeten ons kunnen oriënteren.

*

  1. Oriëntatie

René ten Bos schreef het boek ‘Dwalen in het Antropoceen’ en wijst erop dat in de huidige fase van het Antropoceen de mens zich kenmerkt door desoriëntatie. We zijn verdwaald, we moet eerst maar gaan zitten, ons wennen aan die nieuwe omgeving en proberen die te doorgronden.

Het doorgronden van een nieuwe omgeving vergt enige denkverbeelding. Daarbij zijn er hulpmiddelen mogelijk voor het denken zoals te kiezen perspectief, gezichtspunt, oriëntatiepunt, context, referentiepunt of -kader. We kunnen ruimtelijk en temporeel in- en uitzoomen. We kunnen bewust wisselen van perspectief. Het Antropoceenconcept kan zo’n context of referentiekader zijn, ook voor analyses. Er valt iets te kiezen bij de denkactiviteit. De denkactiviteit is perspectivistisch of kan perspectivistisch zijn.

Wetenschappers benoemen vaak in hun onderzoeksrapporten dat het alleen maar erger wordt als we zo doorgaan, en dan sluiten ze hun artikel af met: “tenzij er nu acuut wordt gestopt met CO2-uitstoot – dan kunnen we het ergste nog voorkomen”. Het is wel logisch dat zij daarmee afsluiten: hopelijk pakt ‘de politiek’ het toch nog op.

Uitgaande van het inmiddels meest waarschijnlijke scenario dat de trends niet omkeren zijn de negatieve gevolgen gewoon een kwestie van eerder of later. Het Antropoceen is in grote lijnen ons huidig realistisch perspectief. Het Antropoceen-concept als een andere werkelijkheid dan het Holoceen maakt een kapstok voor reflectie mogelijk.

*

  1. Het Antropoceen als overmacht

De moderne technologische industriële globale samenleving is om verschillende redenen kwetsbaar, juist vanwege haar complexiteit, onderlinge ecosociale verwevenheden en afhankelijkheden. Alles kan verstoord worden en er zijn zowel eco- als sociokrachten gaande die daar, bedoeld of onbedoeld, druk mee bezig zijn en elkaar versterken.

Die kwetsbaarheden komen meer en meer aan het licht nu de onderling verstrengeld geraakte natuur- en cultuursferen lelijke scheuren beginnen te vertonen. Opwarming, verdroging, stormen, waterschaarste, smeltende gletsjers en poolkappen zullen miljarden mensen treffen inclusief verwoesting van materiële en immateriële infrastructuur zoals rechtstaat, maatschappelijke instituties, internationale verdragen. Ontreddering, ontheemding en massale volksverhuizingen zullen het gevolg zijn.

De belangrijkste reden is dat dit ‘langzame geweld’ verband houdt met de structurele overschrijding van planetaire ecologische grenzen. De spanningsopbouw neemt hierdoor verder toe en we zetten onze vrijheid op het spel.

Paradoxaal genoeg blijkt dat de mens, terwijl de afbraak- en fragmentatieprocessen zijn samengesteld uit gebeurtenissen die allemaal een door de mens veroorzaakte oorsprong hebben, de fatale koers die daartoe leidt slechts marginaal kan veranderen, hooguit vertragen.

Als we niet weten terug te keren naar ‘binnen de planetaire grenzen’, dan zit in de natuurlijke overshootwetmatigheden ingebakken dat de natuur dat zelf zal moeten doen. Dat zal dan geen beheerste, navigerende transitie kunnen zijn. Pogingen tot vertraging en verzachting zijn nooit zinloos, maar het zal gezien moeten worden in de verschuivende verhouding van onmacht en macht, waarbij het eerste ligt aan de kant van de mens en het laatste aan de kant van de zelforganiserende natuur.

De mens is en blijft onderhevig aan deze overmacht: dat is wat het Antropoceen ons toont wanneer we het Antropoceenconcept, ter onderscheiding van de gepasseerde gunstige Holocene omstandigheden, laten corresponderen met deze harde realiteit.

De breuklijn of breukfase tussen Holoceen en Antropoceen kan gelegd worden bij het bereiken - en niet meer in de greep krijgen - van planetaire socio-ecologische overshoot.

*

  1. Het Antropoceen als kapstok

Een overkoepelende term voor de huidige ontwikkelingen en omstandigheden op planetair en existentieel niveau is nuttig als onderscheid met Holocene omstandigheden. Holocene omstandigheden waren gunstig voor de mens en de meeste andere soorten, terwijl de huidige omstandigheden en ontwikkelingen dat in toenemende mate juist niet zijn. Een overkoepelende term is om deze reden gewenst, en het meest gangbare begrip is momenteel de term ‘Antropoceen’.

Een dergelijke term kan werken als kapstok of paraplu waaronder - of een kader waarbinnen -, vele samenhangende ontwikkelingen zijn te benoemen, te differentiëren, te specificeren, te onderscheiden.

We hebben het dan over:

- antropogene ecologische overshoot (*1)
- planetaire grenzen
- grenzen aan de groei
- ecologische voetafdruk
- de talloze symptomen die we vandaag de dag overal ter wereld zien, van biodiversiteitsverlies, klimaatverandering, verzuring van de oceaan, tot de verontrustende opkomst van nieuwe entiteiten zoals plastic en synthetische toxines en biochemische verandering
- de menselijke gedragscrisis (maladaptief gedrag)
- drijfveren van die gedragscrisis, waaronder economische groei; marketing; en pronatalisme
- de daarmee samenhangende hefbomen van overshoot: consumptie, verspilling en bevolking
- existentiële bedreigingen
- kantelpunten
- onomkeerbare feedbackloops
- de hardnekkigheid van de trends
- de oorzakelijkheidsketen van dit alles
- de fundamentele existentiële gevolgen van dit alles

(*1) Overshoot kan worden gedefinieerd als de menselijke consumptie van natuurlijke hulpbronnen in een tempo dat sneller is dan ze kunnen worden aangevuld, en afvalproductie die de verwerkingscapaciteit van de aarde overstijgt.

*

  1. Het Antropoceen als spagaat

Het Antropoceen als begrip overkoepelt het begrip klimaatverandering. Het is een veel breder concept omtrent implicaties en dilemma’s wat betreft het menselijk gedrag, de menselijke historische ontwikkeling, de betekenis voor al het leven, de negen in kaart gebrachte planetaire grenzen en de overshoot daarvan. Wetenschappelijk gezien is het een interdisciplinaire benadering over de gespecialiseerde vakwetenschappen heen, met daarbij het besef dat alleen wetenschap het veld niet geheel kan overzien. Wanneer we het hebben over de betekenis van deze grootschalige en fundamentele verandering, dan gaat het niet enkel om de logisch-analytische benadering. Het gaat uiteindelijk om heil en onheil, om goed en kwaad, het raakt ons in onze gehele existentie.

De term ‘Antropoceen’ is daarbij de kapstok voor een holistische overkoepelende benadering, waarbij dit begrip staat voor zowel een maatstaf voor geologische tijd als voor een ‘systeem’ dat meer is dan de som der delen, waarin positieve en negatieve feedback tussen ecosystemen van vitaal belang zijn.

Verandering is het basisprincipe van de werkelijkheid en het aardsysteem is altijd aan het veranderen geweest. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw suggereren de bevindingen van aardsysteemwetenschappers echter sterk dat de snelheid van verandering existentiële bedreigingen vormen voor de leefbaarheid van deze planeet. Er wordt betoogd dat deze veranderingen ernstige (soms onomkeerbare) schade toebrengen aan de levensvatbaarheid van het aardsysteem als geheel, voor zover het de mensheid betreft. Dit wordt  'de Grote Versnelling' genoemd (Steffen et al. 2015 en 2018, McNeill en Engelke 2016, Lane 2019).

Wil Steffen concludeert: “Gezamenlijke menselijke actie is vereist om het aardsysteem weg te sturen van een potentiële drempel en het te stabiliseren in een bewoonbare interglaciaal-achtige staat. Dergelijke actie vereist rentmeesterschap van het gehele aardsysteem - biosfeer, klimaat en samenlevingen - en kan decarbonisatie van de wereldeconomie, verbetering van biosfeerkoolstofputten, gedragsveranderingen, technologische innovaties, nieuwe bestuursregelingen en getransformeerde sociale waarden omvatten.”

Deze oproep geeft precies de spagaat weer waar de mensheid nu in verkeert. We zien dat de maatschappelijke krachten nu juist de andere kant op werken.

Het verschil (de spagaat, het dilemma, de frictie, de discrepantie, de ambivalentie, de (belangen)tegenstelling,  – hoe dan ook genoemd) tussen dit soort oproepen en de reële ontwikkelingen maakt wezenlijk deel uit van de huidige fase van het Antropoceen. Het verschil zit ‘m ook in de spanning tussen kortetermijn- en langetermijnbelangen.

Het Antropoceendebat wordt daarnaast ook gekenmerkt door miscommunicatie omdat het een ongekende situatie is in althans de Holocene fase van de mensengeschiedenis. Deze fase van de laatste 12.000 jaar is ons referentiekader, waarin al onze paradigmatische denkbeelden en overtuigingen zijn gefundeerd. Toen (pas) is ook het schrift ontstaan, onze bronnen voor onze filosofische en religieuze voorstellingen van de wereld en het leven.

Enkele opmerkingen:

In wetenschappelijke termen betekenen positieve en negatieve feedbacks het tegenovergestelde van hun betekenis in gewone taal. Lashof (2018) heeft voorgesteld om 'positief' te vervangen door 'versterkend'. Zie ook Lenton (2016: 5-7).

De negen planetaire grenzen zijn klimaatverandering, verzuring van de oceaan, ozonafbraak, stikstof- en fosforkringlopen, zoet water, landgebruik, biodiversiteit, atmosferische aerosolbelasting en chemische vervuiling (Rockström et al. 2009).

De realiteit van de onheil(voor)spellende werkelijke ontwikkelingen hebben het beperkte geologisch debat ingehaald in termen van Betekenis.

Hoewel het eerste hoofdstuk van het IPCC-rapport uit 2018 de klimaatveranderingswetenschap binnen het kader van het Antropoceen plaatst, ontbreekt deze term in het persbericht en de meeste daaropvolgende berichtgeving in de media. De term is nog niet algemeen ingeburgerd geraakt.

De consensus rond de door de mens veroorzaakte klimaatverandering wordt inmiddels breed geaccepteerd. Maar dat betekent nog niet zonder meer de suggestie dat het daarmee een niet-natuurlijke oorzaak is. Dit hangt af van mens- en wereldbeeld. Een niet-onlogisch mens- en wereldbeeld zou kunnen zijn: de mens is ook (maar) een diersoort, onderhevig aan natuurlijke overshootkrachten en natuurlijke Zelforganisatie.

*

  1. Het Antropoceen en de menselijke positie

Het Antropoceenconcept verwijst zowel naar een temporeel uitgestrekt concept als ook naar een situatie waarin we ons bevinden, een menselijke conditie. Die conditie  impliceert een toenemende verstrengeling van het natuurlijke en het culturele, een radicale verandering in holoceengerelateerde perspectieven en een verslechtering van leefbare omstandigheden in zowel de natuurlijke alsook de culturele domeinen. Erkenning van het Antropoceen betekent dat de natuurlijke historie en de menselijke geschiedenis nu moet worden gezien als één en dezelfde geogeschiedenis.

Hoewel het Antropoceen misschien niet de meest gelukkige naam is voor dit tijdperk, benoemt het wel een overgangsfase dat de ondergang aangeeft van de stabiele omgevingsomstandigheden van het Holoceen. Deze overgangsfase hangt samen met de planetaire ecologische overshoot, die structureel blijkt te zijn en niet zonder onheilzame gevolgen kan blijven.

*

  1. Het Antropoceen als containerbegrip en als onderscheidend begrip

We zouden het Antropoceenconcept naast containerbegrip juist ook als een onderscheidend begrip kunnen zien. Beide kunnen hun nut hebben. Het kan betrokken worden op:

- alle natuur- en cultuurgerelateerde zijnsaspecten, die elkaar nu in toenemende mate wederzijds infecteren
- verschuivende kracht- en machtsverhoudingen in natuur-cultuurverstrengelde zin
- meerdere nu samenvallende geschiedenissen: de geologische, de biotische, en de menshistorische geschiedenis
- breder dan klimaatverandering aangezien het gaat om de overschrijding van meerdere planetaire grenzen
- een helicopterview in het kader van miljoenen jaren Big Historie en evolutie, om de historische cultuurgeschiedenis van de laatste eeuwen aan te kunnen relateren.
- ongekende tijden die precies om die reden noodzaakt tot nieuwe begripsvorming
- filosofische, ethische en existentiële consequenties van de huidige veranderingen
- betekenis in de zin van heil en onheil; de menselijke conditie
- de vele dilemma’s en tegenstrijdigheden waar we tegenaan lopen bij de benodigde transities
- een interdisciplinaire benadering over de gespecialiseerde vakwetenschappen heen
- consequenties die de wetenschappen overstijgen

- het trachten doorgronden van een nieuwe omgeving. Daarbij zijn er hulpmiddelen mogelijk voor het denken zoals te kiezen perspectief, gezichtspunt, oriëntatiepunt, context, referentiepunt of -kader. We kunnen ruimtelijk en temporeel in- en uitzoomen. We kunnen bewust wisselen van perspectief. Het Antropoceenconcept kan zo’n context of referentiekader zijn, ook voor analyses.

Juist als onderscheidend begrip kan het zijn nut hebben als het gezien wordt ‘tegenover’ de holoceenachtige omstandigheden die we gewend waren. We knikkeren onszelf uit referentiekaders en paradigma’s van die redelijk stabiele omstandigheden.

De overkoepelende term ‘Antropoceen’ (in zijn brede betekenis) is misschien niet zo gelukkig gekozen, maar het is gangbaar geworden en het  verwoordt dus mooi het idee dat de Holocene omstandigheden, met bijbehorende paradagima’s en perspectieven, voorbij zijn. Het Holoceen bood mogelijkheden voor herstel en omkeerbaarheid die nu meer en meer uit beeld raken. Het onderscheid heeft naast betrekking op (on)omkeerbaarheid ook betrekking op de unieke schaalgrootte. We leven inmiddels in een andere orde. De ‘breuklijn’ of breukfase tussen Holoceen- en Antropoceenconcept zou gelegd kunnen worden bij het bereiken - en niet meer in de greep krijgen - van planetaire socio-ecologische overshoot.