Welke mentale instelling moeten we betrachten, - voor zover we daarin een keuze hebben? Het zijn immers mentale houdingen die honderdtachtig graden tegengesteld zijn aan elkaar. Of, enerzijds: we moeten beslissen om niet langer somber te zijn; we moeten ons zelf de wil opleggen om het universum van het Goede, de Hoop en de Liefde binnen te gaan; we moeten ons intuïtief besef van de in gang gezette Ondergang de kop indrukken – óf, precies andersom, als ware het een reële keuze tussen het ene of het andere: we moeten ons maar neerleggen bij het romantische perspectief, het poëtische perspectief, het esthetische perspectief: de esthetica van de Instorting, van de Chaos, van de schoonheid en de liederlijkheid van het verval; niet zomaar welk willekeurig verval dan ook, nee, de pracht en glorie van het bovenmenselijke verval. Dit is het perspectief van de onthechting-bij-voorbaat, van de droogoefening van het sterven. Dit is de blik, de ware blik van de melancholicus, van de tragicus, van de treurende; de blik die om de zoveel miljoenen jaren de blik van de waarheid blijkt te zijn, van de extinctie der massa’s. Het sterven, is daar veel technische vaardigheid voor nodig? Ach, ieder mens kan het en de techniek van het uitsterven is niet veel anders dan de optelsom van waar iedere levende toe in staat mag worden geacht. Ietsjes vroegtijdiger misschien. Tot zover het brekende nieuws van de dag.