De kosmos zucht, de aarde schreeuwt, de materie kreunt. Het lijden ontwikkelt zich, de chaos ontplooit zich, de instorting voltrekt zich. En de mens? Wat zullen we zeggen van de mens? Van Zondeval tot Antropoceen, van verdrijving uit het Paradijs tot verdrijving uit het Holoceen: het voltrekt zich van lot tot lot, van gezwoeg tot gezwoeg, van val tot val. Dat zullen we zeggen van de mens, de voltrekker van het zuchten, het schreeuwen, het kreunen.
*
De mensheid mag, zo mogen we toch wel veronderstellen na al die miljoenen jaren van rechtopgang, slimme rechtopgang, met zijn grote hoofd tot wijsheid zijn gekomen? Waarom dan nog illusies bouwen? Waarom dan nog vertroosting zoeken, verlossing, bevrediging? Op een verziekte planeet als de onze kunnen we misschien maar beter afzien van plannen maken, van zin zoeken, van optimisme, van hoop. Het lijkt wel of het waanidee van vrije wil onze grootste zenuwtrek is. Een zenuwtrek die niet onder doet voor de erfzonde – sterker, die onze erfzonde is. Laten we toch genoegen nemen met het aan de leiband lopen van dit goddelijk tijdperk, dit Sterftijdperk. We willen een doel in ons leven, een zin en we hebben er een; een doel dat over de exemplaren en de soorten is gesteld: tijdelijk zijn, verdwijnen, plaats maken. Wat waren we anders dan een tijdlang het voertuig voor de zelforganiserende evolutie, die aanbiddelijke evolutie, die Grote Godt? Die zich nu van ons zal moeten ontdoen wil zij zelf verder voort kunnen leven.
Tot zover het brekende nieuws van de dag. Op de volgende twee pagina's (via poëtica en via theoretica) vindt u twee benaderingen van het Antropoceen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb