Lijdensbloei

Sinds de Straat van Hormuz is afgesloten is er een tekort aan stratemakers op zee en de komende El Nino wordt een superfenomeen van de buitencategorie en de kunstmest is te duur voor de boeren in Global South. Tel daar de rest van de uit de hand gelopen wereldproblemen bij op en maak daar een heerlijke hutspot van en het zal smaken naar lijdensbloei. Lijdensbloei, het meurt ons in de neus, het heeft weinig specerijen nodig, het is van zichzelf al kruidig genoeg. Lijdensbloei brengt mooie kleuren met zich mee, van bloedendrood tot lijkenwit. Het smaakt naar meer, naar verbrand vlees, naar bitterkruid, naar patatje oorlog, naar de vergeten groeten van de verdroogde oogst, naar rotte tomaten, naar een gebrek aan kunstmest, naar leeggeviste oceanen en het toetje heet (heet!), hoe origineel: gesmolten ijskap, voor de grap afgeblust met uw ecologische voetstap. Het restaurant dat u dit menu serveert hoopt op een Michelinster.

Lees meer »

Ons theater

Binnenkort in dit theater: negen miljard mensen! Hoe meer mensen, hoe meer beelden van het goddelijke! Het wordt feestelijker en feestelijker, het theater was al uit z’n voegen, uit z’n dak en zal nog meer uit z’n dakkie gaan. Het is het gaan van de banaan. De aapsoort mens vervangt het heelal met zijn kromme vruchtbaarheid en ’t genot zal van een kortgenoten duurzaamheid zijn. Bananen kunnen namelijk snel gaan rotten, dat is geen nieuws. Ons aapachtig geslacht en nageslacht mag getuige zijn van het uitsterven van zichzelf. De goden zullen deze verwachting uiterst goedgunstig gezind zijn. Persoonlijk zijn wij gelukkig wanneer wij afstand nemen van deze onze verantwoordelijkheid. Wij hoeven toch zeker geen onrust en verbittering op ons te nemen? Afstand nemen is echt niet eenvoudig hoor! Toch is het alleen dit streven dat ons tot bedaren kan brengen. Er enkel over mijmeren en onze mijmeringen consumeren, onze onschuldige mijmeringen. Onschuldig? Ja, ze stoten toch geen CO2 uit? 

Lees meer »

Punten&komma's

De verlossing beëindigt alles en zij beëindigt ons. Wie, eenmaal verlost, durft zich nog een levende te noemen? Durft zich nog een lijdende te noemen? Een onvolmaakte, een klerelijer, een schoft? Eenmaal verlost is de kracht van het poëtische, van het romantische gedood. Wij leven naarmate wij lijden: hoe lijdender hoe levender. We kunnen ons lijden verfijnen, verfraaien, opleuken. We hebben ons lijden verfijnt, verfraait, opgeleukt – tot aan haar laatste lach. Zo dienen wij het Antropoceen te zien: als de ultieme opleuktijd van het levende, het lijdende. Het normale gangbare gif van het moment is in deze tijden ontloken en opgebloeid tot het gif van een heel tijdperk. Het komt erop aan de kwalen van dit tijdperk, dit Fuiktijdperk te zien als haar talenten. Deze blikverschuiving, blikverruiming, dat is de ware transitie. Het is de zuivering van de geest, een catharsis, die de zuivering die de dino’s en de joden mee moesten maken in de schaduw stelt. Het vergif van dit tijdperk dient als melancholie op te stijgen uit onze ingewanden zoals methaan uit een koe. En terug te keren naar de kosmische leegte gelijk een varken terugkeert na zijn bezoek aan het slachthuis. Een pil is pas bitter wanneer men weigert deze door te slikken. Een dino moet niet protesteren, een jood niet, een varken niet, een mens niet. Extinction Acceptation is het antwoord dat alle Rebellion in de schaduw plaatst. Alles spant en spande samen om de dino te kwetsen, de jood, het varken, de mens en de laatste is de gekwetste der gekwetsten die zijn eigen kwetsuur aanbrengt. Moeten we dan als gekwetste dromen van de bovenmenselijke onverschillige die we zijn als kwetser? Er is in apotheken geen tegengif te vinden, geen anti-bitterpil. De mens is het gezwel en hij zwelt op tot ie barst en zichzelf overwoekert met het kankerbloed van zijn eigen tumoren die de zeeën rood doen kleuren. De hele evolutie spant tegen ons samen omdat hij zich succesvol in ons geaccumuleerd heeft, zich in ons heeft opgestapeld, trots en trefzeker in ons heeft opgestapeld, zodat het Antropoceen verscheen, moest verschijnen om tegengif te kunnen worden tegen zoveel succes. De mens van dit moment maakt iets unieks mee, maar hoevelen beseffen dit? Hebben wij nog genoeg zand om onze kop in te steken? Zijn er nog genoeg struisvogels om politiek mee te bedrijven? Welke zonde hebben we begaan om precies in dit tijdsgewricht geboren te mogen worden? In de volzin van de Tijd zijn de mensen ingevoegd als komma’s. maar wat als daar nu eens een punt achter wordt gezet?

Lees meer »

De jeuk in onze ziel

Het bewustzijn ontstond, het zelfbewustzijn ontplooide zich en zo werd de dubbele ellende van a. het lijden en b. het weet hebben daarvan ontsloten. Kortom, het lijden van de mens, wat een weelde, wat een luxe, wat een rijkdom! Zelfbewustzijn voedde zichzelf, stapelde zich op en bracht nieuwe wetten tot stand, van behoud van ellende tot en met nu in dit grandioze tijdperk de wet van de toenemende ellende. Toch scheen de Zondeval zo’n tweeduizend jaar terug verlost te zijn geworden. Door het kruis. Wat is dat anders dan: ellende verlost ellende? Wat is dat anders dan de jeuk in onze ziel verlossen met een kater?

Lees meer »

Pasgeboren over-datum-tijdperk

Wij verblijven in een tijdperk dat over datum zijnde nog maar net begonnen is. Hoe kan men zich nu in dit tijdperk van zijn geboorte bevrijden, van zijn toekomstig ongemak, van zijn onontkoombaar komend lijden? Het is nu eenmaal geschied en men kan wel voor eeuwig kwaad blijven op zijn verwekkers, maar die waren toch ook maar gewoon bezig met de liefde? Moet men dan de liefde haten? Of de haat en de angst die dit tijdperk met zich mee zal brengen liefhebben? Nou ja, de liefde, als we daar ook al een doodordinair potje seks onder moeten verstaan, waar blijven we dan? Dat is toch inflatie? Waarom is de seks zo aan inflatie onderhevig geraakt sinds de meeste kindertjes in leven bleven? Net zoals de geest en de ziel creëert de piemel zijn illusies en herschept ze direct daarna tot desillusies. Hij herschept zijn utopieën tot dystopieën. Acht en een half miljard en nog is het einde niet in zicht. Het Gelid, die grote herschepper, vindt geen rust en wil niets anders dan nieuw, vers lijden voortbrengen. Het is de piemel die uit de hand gelopen is en het Antropoceen zal er noodgedwongen korte metten mee maken, mee moeten maken. De spermatozoïden zullen in het stof moeten bijten en in geen enkele eicel meer trek hebben. De eiercellen zouden veel ellende kunnen voorkomen door stuk voor stuk een kuisheidsgordel aan te trekken.

Lees meer »

Extinction of the Willing

De activisten, die goedbedoelende lieden: zij willen hoopvolle transities en transformaties in gang zetten. Zij creëren zichzelf daarmee een betekenisvol doel in het hiernumaals van hun leven. Onze uitdaging is echter een andere: hoe transformeren we hoop naar troost? Welke verlossing kan troost bieden als er geen hoop meer is? Misschien moeten we de Engelenpracht van het Hiernamaals weer herintroduceren als troost om naar uit te kunnen kijken, om naar te verlangen. Een transitie van het denken en het voelen, zogezegd. En misschien moesten we het hiernumaals maar bespotten, de mens bespotten, onszelf bespotten. Onze wanhoop bespotten. Zelfs in tijden van Verval, juist in tijden van Verval bestaan er nog waarden: spot, cynisme, nihilisme. Is dat niet veel troostrijker dan de zelfkastijding van de activisten? Troost. Niet voor Extinction Rebellion, maar voor Exctinction Accpetation. The Exctinction of the Willing. Een gewilde onverhoopte manier om zich in te verliezen, om in te verteren, om in op te lossen als in zoutzuur, om ten onder te gaan met het beste van zichzelf.

Lees meer »

Nieuwe verse verbijstering

Het drama van de huidige wereldonttakeling is dat we er de voortuitgang van kunnen meten. Ah, gelukkig, toch nog vooruitgang. We mogen vol bewondering zijn over dit post-Holoceen. Alleen al omdat zij haar daden magistraal in cynisme omzet. En andersom. We moesten haar heldendaden maar romantiseren, poëtiseren. Er wordt immers een compleet nieuwe variëteit aan verbijstering geopenbaard.  

Lees meer »

Onverschrokken heden

De afstand tussen mij en Don Quichot is minimaal en Baron von Munchhausen is mijn broeder. Zo helder als zij de dingen zagen, daar ben ik jaloers op. Tot het einde der tijden aan toe hadden zij niet de wilskracht om teleurgesteld te raken. Dat is de houding die men moet beoefenen, in welke tijden dan ook. Dat is ook de houding die dit Tijdperk der tijdperken zelf dient te beoefenen. Zij schrijdt voort en zal nog het nodige te doorstaan hebben. Kiest het voor angst, onverschilligheid of onverschrokkenheid? Mogen we hopen op een onverschrokken heden?

Lees meer »

de romantiek van uitgekotste liefde

De liefdevolle samenhang van de veranderingen in dit Fuiktijdperk kunnen ontleed worden naar hun ruimtelijke, aspectuele en temporele componenten. Ruimtelijk: grootschalige ellende ‘daar’ zal ellende ‘hier’ met zich meebrengen. Daar en hier zijn met elkaar getrouwd. Aspectueel: watertekort wordt voedseltekort wordt maatschappelijke chaos wordt instorting. Watertekorten, voedseltekorten, maatschappelijke chaos: ze houden van elkaar, ze besmetten elkaar met hun liefde. Temporeel: ruimtelijke en aspectuele besmettingen moet men altijd even de tijd gunnen om tot bloei te komen. Ze gedijen goed, zeer goed bij elkaar overtroevende domino-effecten. Zo komt dit hele Fuiktijdperk tot grote bloei. Het blijkt liefde te zijn, één en al romantiek. We moesten maar begeren wat we over onszelf afroepen. Het is liefde die zich uitkotst over de lotsbestemden. Onze lotsbestemming wordt een kotsbestemming, uitgekotst door Moedertje Aarde zoals Jonas door een walvis, zoals een babytje door haar baarmoeder, zoals een dooie door het leven. Eén en al bevrijding.

Lees meer »

De snoef der snoevers

Wij snoevers hebben het genoegen gekend een snoever te hebben gekend. Zelfkennis is de moeder aller kennis – die door de snoever moest worden veroverd op het snoeven. Hij bracht de wilskracht op de dingen helder te zien en desondanks bracht hij niet het standvastige vermogen op om tijdig teleurgesteld te raken in zijn eigen snoeven. Hij leek wel een politicus: een fenomeen die niet verder kon kijken dan zijn neus lang was. Een gesjeesde strateeg die de ondergang al eeuwenlang in zijn vestzak-broekzak meedroeg zonder hier ruchtbaarheid aan te geven.

Lees meer »

De taal des Doods

De taal des Doods. Deze spreekt zichzelf uit door de reeds gestorvenen en kan door de nog net niet gestorvenen nog even in mensenwoorden uitgesproken worden. Van de eersten horen wij geen jammerklacht, van de tweeden is deze niet te harden. Dat laatste irriteert ons mateloos, omdat we er zelf toe behoren. Wij zijn het, die jammerklagers, die nog net niet tot rammelende karkassen zijn getransformeerd. Woordenloze soorten lijden de helft van woordensoorten – die immers ook nog lijden aan het lijden dat ze vrezen. Bewuste noodlotsbestemden zoals u en ik creëren zelf hun zelfbewuste noodlotsbestemming, zo is het nu eenmaal. Onheil -  het is dat we het over ons afroepen en om die reden ook maar beter kunnen begeren.

Lees meer »

De missie van het Antropoceen

Welk doel, welke missie heeft het Antropoceen zich toegeëigend? Waarin stelt zij zich authentiek autodidactisch op? Moet het woord ‘tragiek’ in haar definitie worden ingebracht? En ook het begrip ‘redeloos onheil’? Wanneer we haar liefhebben – en dat doen wij – hopen wij nog inniger met haar verbonden te raken. Dat haar slachtoffers hun tegenslagen zo goed en zo kwaad als dat gaat mogen verwerken, ook dat hopen wij. Er moet immers nog zoveel als mogelijk te hopen zijn. Er is iets onbetamelijks aan dit tijdperk, maar wat? Wij krijgen er maar geen grip op. Gelukkig zal ons piekeren worden ingehaald door het tijdperk dat ons zal inhalen. Wij kunnen uren, eeuwen, eeuwigheden verspillen met tobben – terwijl dit Fuiktijdperk haar aanbidders in een zucht en een scheet verspilt. Wat valt er nog voor of tegen deze evidentie in te brengen? Welke leefwijze moeten wij er nu op nahouden? Op z’n minst een voorlopige, als doorreis naar een doodsreis. Als het Antropoceen ons zulke geweldige voorbeelden van onthechting levert, waarom dan zouden we ze nog in het Holoceen zoeken? Berichten die nu tot ons komen, waarin duidelijk is dat het heil van onheil ons bezwangert, zij al snel verheugend. Dodelijk vermoeiend eveneens, onverenigbaar met doorgaan met ademhalen. Het nodigt uit om alvast in onze kist plaats te nemen, met een gelukzalig wegsterven in de Grote Versuffing op de drempel van dit laatste stadium. Gelijk het met een glimlach of grimas wegzinken in het voor eeuwig weggezonkene.

Lees meer »