De infiltratie van de piemel

Maar goed, de piemel. De infiltratie van de piemel verliep eenvoudig: haar moraal verving de abstracte hoogverheven geloofsstelsels en ideologieën. De boven het rationele gestelde werd een praktisch instrument. Hij genas echter niks en werd zelf de ongeneeslijke. Zijn therapie ontbeerde de mythologie en de mystiek. Het begon op aarde te wemelen van de zaadcellen en dat werd het begin van het einde. Zijn kracht werd een religie: gaat heen en vermenigvuldigt u – en zie hoe het er daarmee nu voorstaat, het werd overshoot. De wijsheid van de piemel is het laatste woord van een beschaving die haar einde nadert, van een soort die zijn einde nadert, van een planeet die er ziek van werd en miljoenen jaren moet herstellen. De piemel is niet de wijze theoreticus van de glasheldere dood, geen held van de onverschilligheid, geen symbool van de zakelijke beschouwing. Is hij het probleem dat haar eigen uitsterven oplost? En al penetrerende een einde maakt aan de penetrerende bij uitstek? Is hij de klaarkomer die nu het Antropoceen, dit Fuiktijdperk tot haar voltooiing laat klaarkomen omdat dit tijdperk er wel klaar mee is? Wij zijn door onze eigen kloten in een Klotentijdperk beland, welke waardigheid valt nog aan onze ballen te ontlenen? De piemel, de ballen, zij zochten het geluk en vonden uiteindelijk hun tegendeel, nu zij aan de poorten van dit uitsterftijdperk zijn gekomen, haar poorten zijn binnengetreden, voorbij de randen van de tijd, voorbij de randen van de leefbaarheid. Wij, wij spermatozoïdioten, wij zochten het geluk in blinde waanzin en grenzeloze weerzin. We zochten de verlossing, wij waren de negatieve helden van een overrijp tijdperk, we waren zowel bewonderaar als tegenstrever van de tijd, van deze tijd, van onze tijd. We gaven blijk van onze onbehouwen betrokkenheid, onze woeste zaaddrift, wat moesten we anders? Wisten wij veel dat we tot falen gingen leiden, tot subtiel verval? We voelden: er dreigt een Godt, laten we er voor zorgen dat de Godt zich niet in onze competitie mengt, laten we onze eigen strijd behouden. Want wie van ons zonder zonde is werpe rust over de volkeren en zo werd deze niet geworpen, die zondeloosheid, want die was er niet en is er nooit geweest en zal er nooit zijn zolang wij zijn en zo lang de piemel is.

Lees meer »

Mevrouw Antro, van achteren Proceen

Wij hebben steeds het ideaal van Onverstoorbaarheid nagestreeft. Toch was het steeds weer zij – zij die door de luizen opgevroten zou moeten worden, steeds weer zij, mevrouw Antro, van achteren Proceen. Zij was het die steeds en onverstoorbaar onze heilige Onverstoorbaarheid verstoorde waardoor we van de ene ontreddering in de andere vielen. We kikkerden even op van de vraag: hoe moet de ontreddering worden gered? Gedurende onze filosofische overwegingen van hoog gehalte verdiepte de kwestie zich. We delibereerden over ons verstoorde zenuwgestel. Gedurende dit zuiverende proces verdiepte ons zenuwgestel zich van crisis naar crisis. Van crisis naar crisis, hoe diep wil je het hebben? We lulden het vierkant rond, net zolang tot de cirkel zich rondbreide en crisis ontreddering werd. Het was, zo bleek, het breiwerk, het broddelwerk van mevrouw Antro zelf.

Lees meer »

De Openbaring der openbaringen

Er komt een Openbaring op ons af zoals nog nooit een openbaring heeft plaatsgevonden. De Openbaring der openbaringen. Het Holoceen baart het Antropoceen zoals een El Niña een El Niño baart, haar tegenovergestelde. Een stuitende bevalling, die in de wetten van het onontkoombare en het onomkeerbare gelegen is. Het was natuurlijke penetratie die eraan voorgafging en ze moet eruit, de weeën zijn begonnen, de moeder zal moeten puffen, de vader zal haar voorhoofd moeten afdeppen met het bekende washandje, de vroedvrouw zal de baarmoederklemmen moeten hanteren. Een bevalling inspireert, het kindeke geeft ons nieuwe energie, nieuw elan. Maar helaas, het zal een huilbaby worden, ze zal ons wakker houden in de nacht, het blèren zal aanhouden en niet meer stoppen, ze zal haar luiers volpiesen zoals nog nooit een baby haar luiers heeft volgepiest, ze zal gulzig zijn en haar boertjes worden megaboeren, ze zal windjes laten die stormen worden, ze zal de tepels van haar moeder kapotvreten, ze zal de vader tot een zenuwinzinking drijven, de hond zal jankend afdruipen met de staart tussen de benen. Zij, - het kind, niet de hond -, zal overheersen zoals nog geen dictator overheerst heeft, zij zal de Tiran zijn van de Toekomst, van een Tijdperk, van een Fuiktijdperk, een tijdperk waar we op een speciale manier kiekeboetje mee zullen moeten spelen. En wij staan met blinde ogen oog in oog, met lege handen hand in hand, met ingezakte schouders schouder aan schouder … tegenover elkaar, elkaar verwijtend wie toch dit kind heeft gebaard, met de schok van zoveel haakse, overdwarse baring, zoveel stuitende openbaring . Het is een tijdperk waar we kiekeboe mee zullen moeten spelen. De mens wordt zijn eigen beul door een overmachtige sluipmoordenaar te hebben gebaard, en zijn nachtmerries bevolken zich met het nachtelijk gespook en gehuil van het kind. Het kind zal kadavers van ons maken, rammelende skeletten, holle karkassen. Ze zal een kerkhof met zich meeslepen, ze zal zich opwerpen als sterfhuis, abattoir, slachthuis. Ze zal de lusten van moord en doodslag in ons opwekkken waar geen opwekking van welke Jezus Christus dan ook tegenop kan. Het paradijs zal zich in haar graf omdraaien en zich de haren uit haar kop rukken. Paradijs of abattoir, ach wat maakt het eigenlijk ook uit, het is de onmogelijkheid tussen grootse verveling en grootse ellende, tussen onbereikbaarheid en onomkoombaarheid, tussen droom en daad, tussen ongezonde- en zondeval.

Lees meer »

Ontkroonden, onttroonden van deze aarde, verenigt u!

Niets belemmert een soort te stranden in het absolute, vooral niet de rechtopganger van de laatste honderduizenden jaren, de energie-ophoper die slaaf werd van zijn eigen overmaat. En stranden doe je groots, vele soorten met je meeslepend de afgrond in, de diepzee in, tot op de bodem van het evolutionaire afvoerputje. Dankzij de wetenschap zijn wij de perfecte boekhouder. Alle uitstoot, alle smelt, alle opwarming: het wordt keurig gemeten, bijgehouden, vastgelegd, in grafieken getoond. Geen CO2 deeltje wordt gemist. De mens dacht op het licht af te gaan, ontdekte het lichtend, verlichtend gebruik van vuur, warmde zich, bedreef landbouw, smeedde het ijzer toen het heet was, bouwde steden op, beschavingen, politieke systemen, kerken, geldsystemen. Was deze tocht, - hoewel altijd al een sparteltocht, een dwaaltocht, met winnaars en verliezers -, was deze doelloos, zinloos, hopeloos? Nee, zeker niet. Toch? Werd het dan zinloos, hopeloos toen de planetaire grenzen werden overschreden met wat al vele millennia door de mens werd gedaan, hoewel de laatste eeuwen steeds geconcentreerder, steeds intensiever, ja: steeds succesvoller? Zo ja, Wat een omkering dan toch van één en dezelfde richting van eeuwige evolutionaire principes! Waarom eigenlijk dachten we die overshoot wel weer in de greep te krijgen? Dat idee correspondeert toch niet met precies dezelfde evolutionaire groeiwetmatigheden en oorspronkelijke oorzakelijkheid van rechtopgang waardoor precies die overshoot werd bereikt? Het Holoceen werkte er aan mee, het werkte versnellend van wat allang gaande was: overheersing van één soort tot aan de grootste geofysische kracht. De afgrond roept ons nu en wij spartelen amechtig tegen. Waren we tot voor kort nog verliefd op de hoogste pieken van energietoevoeging, nu voelen wij ons bedrogen door precies hetzelfde, terwijl we de hoogste pieken nog steeds aan het opvoeren zijn inclusief die andere piek, genaamd overbevolking. Nu we de ondergang toerennen met gezwinde pas moet dat toch ook wel op een soort van verlangen duiden, zou je zeggen. Verlangen naar instorting, waarom ook niet als zij toch al onontkoombaar is? Waarom dan nog zo krampachtig vasthouden aan valse hoop? Als het toch moet, dan ook maar snel – toch? Het Antropoceen is de nachtmerrie waarin wij door onszelf worden verzwolgen in plaats van door spoken, draken en goden. Deze duizeling wordt onze wet, laten we dan haar bovenaardse stralenkrans dragen zoals we een lintje van de koning dragen: trots, met de borst vooruit, als de kroon van onze val, de val die ons van de troon stoot. Ontkroonden, onttroonden van deze aarde, verenigt u! En zwaai trots met de scepter der scepters, draag de vlag der vlaggen, draag het kruis der kruizen, om de nacht met nieuwe pracht te eren. Laten we die grootse val, (zeker niet banaal, zeker niet), laten we die in in de vervulling van vervuiling en verhitting verheerlijken en heiligen met de modernste symbolen van materialisme, nationalisme, polarisatie, oorlog en geweld. Vallen is de regel, maar de Antropocene val is uniek in haar schoonheid, haar schoonheid die de ascetische en duurzame pijn des vleses met zich mee zal brengen. Het zal de schoonheid van imperfectie zijn, de schoonheid van chaos&ellende, de schoonheid van lijden. Het is de ultieme val, het carnaval van de geofysische Tijd, de hele planeet een circus, omgeven met het aureool van een in de prachtigste kleuren aan het firmament uitbarstend vuurwerk van heb ik jou daar gelijk een exploderende ster, zoals alleen een compleet sterrenstelsel uiteen kan barsten waar vele lichtjaren later ergens iets van wordt vernomen in een andere uithoek van het universum.

Lees meer »

Het Rijk der Tijdperken

Het is de zelfpenetratie van de Tijd wat zich nu in poëtische en romantische richting voltrekt. Augustinus zou er postuum nog een stijve van kunnen krijgen. Vroeger gingen we eraan, nu gaan we eraner, als je ’t uit-, om- en doorrekend. Het onomkoombare kernkantelpunt naar het Antropoceen is al in het ontstaan van een succesvolle soort gelegen, zo moesten we dat maar zien. En toch lijkt verzet geboden, lijkt, zo lijkt het. Alleen al, hoewel ongegrond, uit het vasthouden aan hoop. Als het Antropoceen ons geen halfvol glas schenkt, dan moesten we dat onszelf maar inschenken, zolang het noch kan. Of moeten we uit solidariteit met het onlangs gestorven Holoceen ons laten wegzakken in de chaos en ellende die noodzakelijkerwijs aan de vermissing van soorten voorafgaat? Nee toch? Die lol gaan we het toekomstig niet-zijn toch niet gunnen? Is het eenvoudiger om in het Rijk der Ellende te vertoeven dan in het Rijk der Er-Geweest-Zijn?

Lees meer »

Het genot van wurgseks

Wanneer we vallen voor de bekoring van het Antropoceen – haar buik, haar billen, haar bieflappen – speelt alles zich af gelijk wurgseks. Dergelijke seks schijnt a-dem-be-ne-mend te zijn (het woord moet een minuutje of wat worden uitgerekt) en komt nogal voor in de mensen-, dieren- en tijdperkenwereld. Echte Waarheden brengen de extase van verstikking met zich mee. Verstikking van het oude bevrijdt het nieuwe.

Lees meer »

Wat is er mis met chaos?

Zelfpenetratie, wie heeft daar ooit van gehoord? En toch is het dit: de Tijd zelfpenetreert zichzelf voort van moment naar moment. Augustinus zou er postuum nog een stijve van kunnen krijgen. Vroeger gingen we eraan, nu gaan we eraner, tenminste als je ’t goed uit-, om- en doorrekend. Het wordt chaos. Trouwens, wat is er mis met chaos, het is gewoon een overgang, een noodzakelijke doorgang naar nieuwe orde. Het is alleen mis omdat er iets mis is met ons. Wij zijn van die overdreven gevoelige types, van die zenuwlijers. Maar heeft de zelfpenetrerende prenatale Tijd daar een boodschap aan?

Lees meer »

De geest bloeit op bij het naderen van zoveel einde

Van iedere minuut denk ik 61 seconden aan het Antropoceen. Liever was ik een ding geweest, bij voorkeur een steen, al sinds die droom maar niet vervult wordt. Ik vrees de draaikolk der dagen waarin wij meegezogen worden. Hoe moeten wij het gezwel definiëren dat tot planetaire overshoot heeft geleid, dat kankergebroed dat van zichzelf dacht het gekrioel van de andere levende wezens te zijn ontstegen, het virus dat de builenpest ruimschoots overtrof, het gedrocht dat bezig is aan zijn laatste stuiptrekking? De geest bloeit op bij het naderen van zoveel einde, zijn mislukking verkiezend boven de natuur, vastlopend in gezond uitsterven, van eerste Adam tot laatste adem. De ultieme laatste adem, de onomkoombare laatste adem, de volmaakte laatste adem waaraan zoveel absurdisme is voorafgegaan, zoveel zijnspijn dat het lachen moest worden uitgevonden. Wat is de mens anders dan een fenomeen van rampspoed? Terwijl alle andere wezens hun natuurlijke plaats innamen, bleef de mens een metafysisch zwerven schepsel, verloren in het leven, niet op zijn plaats in de Schepping. Niemand heeft een aannemelijk doel van de geschiedenis gevonden, maar iedereen heeft er wel een voor ogen en dat levert zo’n kakofonie aan doelen, aan religies, aan overtuigingen op dat ieder idee van doelmatigheid er door wordt opgeheven en vervluchtigd tot een bespottelijk hersenspinsel. Wat is dan nog de zin van de tijd die zich gehecht heeft aan de hoogmoed van geboren te zijn geworden? Te moeten geboren zijn geworden? De diepste goddelijke nederigheid van de hoogste mystiek is die der ongeboren te zijn gebleven. Wie daarin slaagt is een mysticus die alle geleefd moeten hebbende mystici naar de kroon steekt. Een nog levende mysticus dient zijn verlaging tot martelgang tot het einde vol te houden, tot zijn gewenste einde. Het is het Antropoceen dat in staat mag worden geacht om dit gewenste einde te versnellen.

Lees meer »

Dronken van onze VOC-mentaliteit

Wij zijn dronken. Dat is zo'n beetje de enige manier om het nog vol te houden. We zijn eenzaam en alleen. Zeventig jaar terug waren wij nog het succesverhaal van de babyboomgeneratie, de witte babyboomgeneratie wel te verstaan. Nu voelen we ons deplorabels, mislukt, ontheemd en thuisloos, net als iedere normale witte Nederlander. Wij hebben een aanhoudende buikpijn. We snappen niet waarom we moeten lijden onder het linkse gespuis, steeds meer belasting moeten betalen en als het aan de linksen ligt nooit meer de vrijheid mogen genieten. Doen wij dan een vlieg kwaad? Nee, toch?

Lees meer »

Lijkwagens met hartverzakking en al

Een universele schepping is gaande, schepping van goddelijk vermaak. We zullen om alles lachen. Om haar. En ja hoor, alsof je de duvel op z’n staart trapt, daar zul je haar hebben: mevrouw Antro, van achteren Poceen. Eenmaal het toneel opgesleept blijkt zij zeer talentvol te zijn. Grammy’s en awards verzamelend wuift zij haar charmes ons toe en er hoeft geen lachmachine meer aan te pas te komen, we kunnen het zelf wel af. We lachten ons dood, met hartverzakking en al. Geen zandzakken, nee, lijkwagens voor de deur van dit theater. 

Lees meer »

Lijdensbloei

Sinds de Straat van Hormuz is afgesloten is er een tekort aan stratemakers op zee en de komende El Nino wordt een superfenomeen van de buitencategorie en de kunstmest is te duur voor de boeren in Global South. Tel daar de rest van de uit de hand gelopen wereldproblemen bij op en maak daar een heerlijke hutspot van en het zal smaken naar lijdensbloei. Lijdensbloei, het meurt ons in de neus, het heeft weinig specerijen nodig, het is van zichzelf al kruidig genoeg. Lijdensbloei brengt mooie kleuren met zich mee, van bloedendrood tot lijkenwit. Het smaakt naar meer, naar verbrand vlees, naar bitterkruid, naar patatje oorlog, naar de vergeten groeten van de verdroogde oogst, naar rotte tomaten, naar een gebrek aan kunstmest, naar leeggeviste oceanen en het toetje heet (heet!), hoe origineel: gesmolten ijskap, voor de grap afgeblust met uw ecologische voetstap. Het restaurant dat u dit menu serveert hoopt op een Michelinster.

Lees meer »

Ons theater

Binnenkort in dit theater: negen miljard mensen! Hoe meer mensen, hoe meer beelden van het goddelijke! Het wordt feestelijker en feestelijker, het theater was al uit z’n voegen, uit z’n dak en zal nog meer uit z’n dakkie gaan. Het is het gaan van de banaan. De aapsoort mens vervangt het heelal met zijn kromme vruchtbaarheid en ’t genot zal van een kortgenoten duurzaamheid zijn. Bananen kunnen namelijk snel gaan rotten, dat is geen nieuws. Ons aapachtig geslacht en nageslacht mag getuige zijn van het uitsterven van zichzelf. De goden zullen deze verwachting uiterst goedgunstig gezind zijn. Persoonlijk zijn wij gelukkig wanneer wij afstand nemen van deze onze verantwoordelijkheid. Wij hoeven toch zeker geen onrust en verbittering op ons te nemen? Afstand nemen is echt niet eenvoudig hoor! Toch is het alleen dit streven dat ons tot bedaren kan brengen. Er enkel over mijmeren en onze mijmeringen consumeren, onze onschuldige mijmeringen. Onschuldig? Ja, ze stoten toch geen CO2 uit? 

Lees meer »

Maak jouw eigen website met JouwWeb