Het basale, primaire, fundamentele fysisch-biotisch-cultuurlijk onomkeerbare omslagpunt richting toenemende planetaire overshoot is al in de evolutionair-historische ontwikkeling gelegen, te maken hebbend met fysisch-biotische veranderingen. Aan dit idee van onomkeerbaarheid in een ver verleden zijn o.a. dissipatieve, filosofische en ethische implicaties verbonden, van belang binnen het Antropoceendebat.

Dissipatie: onderscheid tussen beïnvloedbaar en niet-beïnvloedbaar. De niet-beïnvloedbare mate van dissipativiteit (keer aantal), eigen aan het wezen van de hieraan onderhevige diersoort, is nu eenmaal door hardgebakken evolutie tot stand gebracht en is voor de onderhavige onderhevige diersoort een voldongen gegeven omdat deze niet door hemzelf endogeen kan worden geschrapt of herontworpen – anders dan door zelfvernietiging.

Filosofisch: ‘cultuurlijk’ als een in beginsel succesvolle nichevorm van ‘natuurlijk’, waarbij ‘natuurlijk’ in de betekenis van het non-dualistische ‘wat in de aard en samenhang der dingen is’. Dit relateert ook elke moralistische meetlat (waaronder bv. de zgn. ‘antropocentrische’ meetlat), ofwel normatieve ‘ought’-kwesties.

Ethisch: kwesties rondom ant-woordelijkheid, verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, ongelijkheid en schuldvraag.

 

Van bronoorzaken naar gelegenheidsoorzaken                               

= van primair naar secundair

= van fysische aspecten via fysisch-biotische aspecten naar de samenhang en het brede spectrum van fysisch-biotisch-cultuur aspecten, non-dualistisch gezien (van ‘smaller’ naar ‘breder’)

= van niet-rationeel naar ook het rationele zijnsaspect, als te relateren aan de holistische totaliteit van alle modale aspecten       

= van de intelligentie van de natuurlijke Zelforganisatie als Strevende Werking naar de onder-hevigheid van de secundaire gerelateerde (fysisch-biotische-)cultuuraspecten, waaronder de ratio.

 

(Het onderstaande is een niet-willekeurige volgorde van eerder/’lager’(=primair) naar later/’hoger’(=secundair, er bovenop gekomen). Het primaat ligt bij eerder/’lager’/eenvoudiger, als fundament voor later/’hoger’/complexer.

Bronoorzaken, gelegen in veranderingen binnen de primaire fysische en biotische natuuraspecten: 

Miljoenen jaren evolutie van bot- en spierstructuurverandering naar rechtopgang -> handenfunctie/handigheid -> hersenfunctie/slimheid -> kaakverandering/maag-darmverandering/verandering positie in de voedselketen -> ontharing -> het technè moeten zijn.        

 

Evolutionair gezien kent de pijl van de tijd maar één richting, in de regel naar toenemende complexiteit bij positieve feedback en naar vereenvoudiging (via verstoorde orde) bij negatieve feedback, waardoor fysisch-biotische vereenvoudiging niet mogelijk is vanuit endogene factoren, wel vanuit exogene factoren. D.w.z. deze fysisch-biotische temporaliteit (naar complexiteit dan wel naar vereenvoudiging) is over-macht waaraan de organismen onder-hevig zijn.

Veranderingen gelegen in de cultuurlijke aspecten; in toenemende mate richting planetaire overshoot, als gelegenheidsoorzaken en symptomen op basis van de bronoorzaken, met als gevolg iedere keer weer een versnelling in dissipatieve afhankelijkheid en toenemend gebruik van exogene energie en overige grondstoffen; inclusief rigoureuze landverandering zoals ontbossing etc.: miljoenen jaren niets aan de hand, niets te zien, de richting naar planetaire overshoot niet te beseffen – totdat het zich plotseling geopenbaard heeft, en pas achteraf beseft kon worden. Betrekkelijk plotseling, maar allang gaande als onderstroom, openbaarden de dissipatieve veranderingen zich in hun samenhang tot een explosief exponentieel kruitvat:

                                                          

- gebruik van gereedschappen                                                                                             

- grotere mate van dissipativiteit (waardoor bv ontharing mogelijk werd = waardoor de mens van zichzelf steeds gebrekkiger werd, want kon worden en toch kon overleven)         

- ontdekking van grondstoffen en fossiele energiebronnen                                                

- gebruik van vuur om te verwarmen                                                                                 

- gebruik van vuur om voedsel te bereiden

- ontwikkeling van landbouw

- gebruik van vuur om metalen te smeden

- verstedelijking / setteling

- kaalkap door de Romeinen

- complexere samenlevingen, waardoor dissipatievere materiële infra-structuren           

- complexere samenlevingen, waardoor ontsluiting economisch aspect

- complexere samenlevingen, waardoor ontsluiting politieke aspect

- complexere samenlevingen, waardoor ontsluiting juridisch aspect

- complexere samenlevingen, waardoor ontsluiting esthetisch aspect (waaronder toerisme)

- complexere samenlevingen, waardoor doorgaande ontsluiting technologisch aspect

- complexere samenlevingen, waardoor doorgaande toename energiebehoefte 

- wetenschappelijk-theoretische, en van daaruit praktisch-technologische ontwikkeling waarvan de laatste een zoveelste versnelling in dissipativiteit en energietoename

- kapitalisme

- kolonialisme                                                                                                                      

- industriële revolutie                                                                                                          

- hygiënische en gezondheids revolutie; (kinder)sterfte-afname

- exponentiële bevolkingstoename  

- welvaartsgroei                                                                               

- commerciële industrie

- vele -ismen: verabsoluteerde, dualistische, reductionistische, verwrongen overtuigingen, denkbeelden en reactionaire patronen met socio-ecologische impact, zoals rationalisme, materialisme, kapitalisme, economisme, neo-liberalisme, individualisme, antropocentrisme, egocentrisme, hedonisme, populisme, …

- de impact van sociale media, met toenemende verdeeldheid en polarisatie

- eetgewoontes

- open winkeldeuren in de winter

- exponentiële groei AI                                                                                                        

- exponentiële groei airco's

- wapenwedloop; defensie-uitgaven, waardoor concurrerende financiële middelen

- vergrijzing en toename zorgkosten, waardoor concurrerende financiële middelen

- cultuuroorlogen

- de lijst is vast niet compleet.