Een catch-22 is een situatie waarin je vastzit omdat de oplossing afhankelijk is van een voorwaarde die je juist niet kunt vervullen zolang je in die situatie zit. Je kunt er niet uit omdat de wetmatigheden, structuren, patronen en dynamiek elkaar tegenwerken. De planetaire overshoot is zo’n catch-22: het is een Fuiktijdperk. Het gangbare beeld is dat het gaat om klimaatverandering en broeikasgassen, maar de Planetairy Bounderies behelzen veel meer dan dat. Hierdoor zit de ene oplossing de andere in de weg. Als enkel voorbeeld: een nog steeds groeiend aantal naar negen of zelfs tien miljard wereldbewoners moet worden gevoed en dat brengt zowel (deels) intensieve landbouw, onvermijdbare uitstoot, irrigatienoodzaak, stikstofproblemen, problemen met landgebruik, conflicten met de overige natuur en conflicten tussen mensengroepen met zich mee. Alle overige toenemende shit waaronder zoetwatertekorten, zeespiegelstijging, ontheemding, chaotische verstedelijking en chaotische migratie komen daar bovenop. De oplossing zal komen zoals deze zich nu aan het voltrekken is.
Er bestaan wel mogelijke oplossingen, maar het zijn slechts deeloplossingen die andere deeloplossingen juist weer in de weg zitten. Het is al met al, het grotere samenhangende plaatje in acht nemend, een onmogelijke vicieuze cirkel zonder uitweg, waarbij alleen vertragen&verzachten nog soelaas bieden. Er is sprake van spanningsopbouw voorbij de leefbaarheid die de planeet kan ondersteunen. Er ontstaan feedbacklussen waarin oplossingen voor het ene probleem een deel van de oorzaken van het andere probleem versterken. Er is sprake van verhardende conditionering. Het zijn dilemma’s, trilemma’s en multilemma’s.
Vanuit dit realistisch perspectief is veel systeemdenken nog te optimistisch. Zij verwarren theoretische mogelijkheden met realistisch uitvoerbare mogelijkheden. Zij zien uiteraard ook onhoudbare patronen, maar ze blijven ‘voor eeuwig’ de mogelijkheid openhouden voor positieve sociale omslagen. Het is daarom niet alleen: "bestaan er nog oplossingen?" maar ook: "bestaat er nog geloofwaardige routes vanuit de actuele situatie naar oplossingen?" Dat zijn twee verschillende dingen, en de ‘actuele situatie is uiteraard geen stabiel gegeven’. En daar zouden we inmiddels best wel forse conclusies uit mogen trekken gezien de al decennialang gaande trends met hun verhardende conditionerende werking.
Transitie-denkers die nu nog haalbare paden zien naar stabilisatie zien over het hoofd dat de daarvoor benodigde voorwaardelijkheid er enkel in theorie nog is. Een systeem kan theoretisch meerdere uitkomsten hebben, terwijl het in de praktijk steeds dieper in één bepaald pad terechtkomt. In dat geval wordt de vraag niet langer of een oplossing denkbaar is, maar of de sociale en politieke voorwaarden voor die oplossing nog binnen de beschikbare tijd kunnen ontstaan. Dat is uiteindelijk geen puur wetenschappelijke vraag meer; het bevat ook aannames over menselijk gedrag, instituties, macht en historische veranderbaarheid. Daarom lopen de meningen hierover per definitie sterk uiteen. Die aannames, hoe kunnen we die methodisch verantwoorden? En over welke kennis, of kennisvelden hebben we het dan? Dat is een fundamentele problematiek, want zodra we van de natuurkundige kant van klimaatverandering naar vragen over menselijk handelen gaan, verschuiven we van relatief goed toetsbare uitspraken naar een veel complexer kennisdomein. De aannames over menselijk gedrag, instituties, macht en historische veranderbaarheid worden niet uit één wetenschap afgeleid, maar uit meerdere kennisvelden, zoals psychologie, sociologie, politicologie, economische, historische, antropologische en systeemwetenschap voor de interacties tussen al deze factoren. Dit is echter nog steeds betrokken op wetenschappen, terwijl het menselijk kennis- en ervaringsveld veel breder en dieper gelaagd is dan wetenschappelijke kennis. Daarnaast is ook filosofische ontologie een deelnemer in het totale kennisveld.
Waarom zouden we überhaupt denken dat wetenschappelijke kennis voldoende is om historische veranderbaarheid, trends, patronen, onderliggende structuren, dynamiek en wetmatigheden te beoordelen? Hebben we niet ook op andere manieren kennis – ervaringskennis – om patronen, risico's en mechanismen op het spoor te komen? Bijvoorbeeld Fernand Braudel en Joseph Tainter stellen dat we wel degelijk langetermijnstructuren kunt bestuderen, ook via methodische voor- en bovenwetenschappelijke manieren, die bepaalde uitkomsten waarschijnlijker maken omdat de ervaringskennis hierop betrokken het proces en de kenmerken daarvan logisch maken. Een kenmerk van het Antropoceenproces is haar hardgebakkenheid in de zin van alsmaar toenemende overshoot. Dit kenmerk wordt (pas) verklaard als we er evolutionair-procesfilosofisch naar kijken. Deze blik, op basis van intuïtieve lichamelijke ervaringskennis (wij zijn zelf een evolutionair proces, een affectief proces, ons weten is in de basis affectief) overstijgt de (systeem)wetenschap.
Hoe maken we ervaringskennis omtrent Antropocene processuele wetmatigheden methodisch, met behulp van empirische observaties, vergelijkende historische analyse, theorieën over causale mechanismen, scenario-denken onder onzekerheid en lichamelijke affectieve ervaringskennis.
Onze kennisvormen zijn gelaagd in kennisvelden. Wat we op deze transdisciplinaire integrale manier kunnen weten, kunnen we baseren op decennialange patronen en structuren van planetaire overshoot. Dat geeft, in combinatie met intuïtieve kennisvelden en in combinatie met een passende ontologie over de evolutionaire dynamiek, best wel een bepaalde zekerheid over een uitspraak als: "we gaan in de richting van toenemende verhardende conditionering, ofwel een catch-22 probleem.”
We maken daarbij echter wel een stap van enkel constatering naar een ontologische interpretatie van wat die constatering betekent. De menselijke samenleving bevindt zich al decennia in een toestand van eccologische planetaire overshoot. Veel indicatoren (energiegebruik, materiaalstromen, biodiversiteitsverlies, CO₂-concentraties, grondstofwinning) laten zien dat de druk op planetaire systemen hoog blijft en zelfs toeneemt. Politieke en economische instituties schieten tekort en dat tekort mag na meer dan een halve eeuw van planetaire overshoot fundamenteel structureel worden genoemd. Dit is grotendeels een beschrijvende, constaterende uitspraak. De volgende stap is interpretatief: wat zegt de persistentie van dat patroon over de aard van het systeem zelf? Waar ligt nog historisch vergelijkingsmateriaal en waarin is dat vergelijkingsmateriaal ontoereikend om de unieke kenmerken van het Antropoceen mee te duiden?
Naarmate de trends doorzetten komen we terecht in een lock-in, en dat vereist een lock-in ontologie. De duur van de patronen en trends is zelf betekenisvol en wordt steeds betekenisvoller. Verklaringen die enkel naar gelegenheidsoorzaken kijken schieten (dan dus) tekort. Er zal dieper moeten worden gekeken naar evolutionaire wetmatigheden. Evolutie in diepste en breedste zin van ‘wat in de aard der dingen gelegen is’. Dan hebben we het over onlosmakelijke natuurcultuurverstrengeling en onlosmakelijke anorganisch-organische veranderingsprocessen. Het overstijgt het cultuurlijke en het overstijgt zelfs het organisch levende, die beide als een nichevorm, ofwel een voortzetting van het natuurlijke kunnen worden gezien.
In deze visie is de geschiedenis niet neutraal; elke extra periode van overshoot versterkt nu de voorwaarden die overshoot reproduceren. Evolutionair processueel gezien vergroot overshoot grotere afhankelijkheid, met minder verandervermogen, waardoor verdere overshoot. De evolutionaire succesfactoren die hebben geleid tot planetaire overshoot verdwijnen niet want het zijn evolutionaire succesfactoren. Het lijkt op een cirkelredenering en dat is precies de ‘redenering’ die evolutionaire processen wetmatig volgen - wanneer negatieve feedback te lang is uitgesteld kunnen worden. Evolutionair succes leidt tot zijn tegendeel omdat de planeet de grenzen stelt. Alleen exogeen kan er nog correctie plaatsvinden. Sterker: moet er correctie plaatsvinden.
Dat is de ‘verhardende conditionering’ die een catch-22 is. Intuïtieve kennis kan daar iets over zeggen omdat deze kennis uitmunt in patroonherkenning. Dat betekent nog niet dat de intuïtie waar is. Zij is enkel waar bij de ontologische blik die past bij wat er fundamenteel gaande is. Niet elke ontologische blik is passend nu, zoals bijvoorbeeld dualistische filosofie. Strikt wetenschappelijk zullen we waarschijnlijk nooit kunnen bewijzen dat een mondiale transitie onmogelijk is. Maar is dat niet eerder de makke van de wetenschap wanneer haar specifieke kennisdomein niet in het totale holistische kennisveld wordt opgenomen?
We kunnen wel degelijk zeggen dat:
- naarmate de tijd verstrijkt,
- de ecologische druk voortduurt,
- de institutionele aanpassingen die nodig zijn steeds verder uit beeld raken,
- het systeem tot nu toe vooral heeft gereageerd door de overshoot te versterken,
- dat dit (a) zal moeten leiden tot een passende ontologie die de nadruk legt op de ontische evolutionaire lock-in, pad-afhankelijkheid en (complexiteits)groei, op een planeet wiens draagkracht is overstegen,
- hetgeen naast inmiddels onomkeerbaar uit-der-aard onhoudbaar is,
- en dus (b) via de dynamiek van verhardende conditionering als een catch-22 problematiek moet worden gezien,
- en wel (c) niet zomaar een catch-22, maar de grootste catch-22 die we ons maar kunnen voorstellen,
- die (d) tot de oplossing zal leiden,
- die echter (e) niet overeenstemt met een voor ons gewenste oplossing.
Het Antropoceen is een historische val die vergelijkbaar is met een aantal eerdere massa-extincties in de BigHistory van het leven op deze planeet. We moeten ons ontologisch perspectief wenden naar die ruimtelijke en temporele schaal, onder het besef dat we nu het tempo van een aantal eerdere massa-extincties verre te boven gaan.
Maak jouw eigen website met JouwWeb