Procesfilosofie en het Antropoceen (en het onderscheid tussen procesfilosofie en systeemwetenschap)

    Procesfilosofie heeft veel verwantschap met de systeemwetenschappen. Toch zijn er ook verschillen. In de procesfilosofie draait het om het ‘voelen’ van ons lichaam en van ons verleden: dààr moet het prototype van ‘ervaring’ worden gezocht, en meteen de sleutel om de gehele werkelijkheid te denken. Daar waar de systeemwetenschappen over het algemeen objectiverend bezig zijn, - het subject losgekoppeld van het object, juist om subjectiviteit uit te sluiten -, probeert de procesfilosofie de subject-objectrelatie als onlosmakelijk bij elkaar te denken als de volle concrete werkelijkheid. Werkelijkeid is ervaringswerkelijkheid. De systeemwetenschap bestudeert van de volle concrete werkelijkheid geabstraheerde systemen of sferen, zoals de biosfeer of de atmosfeer.

    De werkelijkheid denken is haar denken vanuit de ervaring. Een procesfilosofische metafysica die zich richt op de huidige Antropocene veranderingen daarin meeneemt moet in de ervaring haar fundament vinden. In de vraag “wat is eigenlijk een ‘ervaring’?” ligt de meest geëigende sleutel tot de werkelijkheid. De werking van de ervaring van een ‘ik’ weerspiegelt de werking van de totale werkelijkheid als ervaringswerkelijkheid. Daar waar de systeemwetenschappen over het algemeen objectiverend bezig zijn (het subject losgekoppeld van het object), probeert de procesfilosofie de subject-objectrelatie als onlosmakelijk bij elkaar te denken.

    Een ervaring is op de allereerste plaats een gebeuren, geen ding, geen substantie, maar een activiteit, nl. een integratie-activiteit. Een ervaring is een gebeuren waarin een veelheid tot eenheid wordt gebracht. Ze is niet op de wijze van een statisch ding: ze wordt. Ze is juist het proces waarin het vele dat gegeven is, één wordt. Ervaren is het synthetiseren van wat is en wat kan zijn, van particuliere feitelijkheid en universele mogelijkheid. Ook mogelijkheden dienen zich aan in de ervaring, maar zij zijn altijd nog min of meer onbepaald.

    Het verband tussen procesfilosofie en (denken over) het Antropoceen is zeer sterk. Wat zich aandient ervaren we niet op louter koel-neutrale wijze, maar altijd met een zekere emotionele toon: heil en onheil, genieten en lijden, hoop, vrees, verlangen zijn zovele manieren waarop de werkelijkheid ‘aangevoeld’ wordt en waarop deze betekenis krijgt. Ervaren is een onmiddellijk voelen van wat zich aandient, op een bepaalde emotionele manier. Tot op zekere hoogte constitueert de ervaring zichzelf, is ze ‘causa sui’: ze is zelfbepaling op grond van wat zich aandient. Elke ervaring is een nieuw gebeuren, waarin een nieuwe eenheid tot stand komt van heel de (steeds wisselende) omringende wereld.

    Ik ben, als ervaringsgebeuren, de creatieve synthese van mijn lichaam, van mijn verleden, en van daaruit van heel de omringende wereld, telkens opnieuw. In feite ben ik dus niet altijd zonder meer identiek: veeleer ben ik, concreet gesproken, op ieder moment een nieuw gebeuren. We raken hier aan het Boeddhisme. Niettemin vormen al die opeenvolgende gebeurtenissen ook een eenheid, want zij ‘erven’ van elkaar. Aldus constitueren zij één ‘route’ van gebeurtenissen, een ‘persoonlijk geordende gemeenschap’, een identiteit, een gemeenschap. Alle gebeurtenissen van die ‘route’ vormen een gemeenschap omdat zij eenzelfde of althans een gelijksoortige bepalende karakteristiek van elkaar overerven en doorgeven naar de toekomst. Zo vormen ook de Antropocene gebeurtenissen een route die de verleden gebeurtenissen met zich meeneemt. Alle gebeurtenissen worden daarmee gekenmerkt door een fysische of materiële en een mentale of energetische pool.

    Mijn verleden is geen ding, maar een geheel van opeenvolgende creatieve synthesen van de mij omringende wereld. Ervaring van het verleden is in feite ervaring van ervaring. De hersenen, de zenuwen, de vele organen en cellen: dat zijn geen ‘dingen’, maar centra van activiteit, die elk op een min of meer zinvolle manier reageren op hun omgeving, en het hun gegeven domein integreren. Nu kan men verder gaan, en de vraag stellen of dit ook niet tot op zekere hoogte kan worden gezegd van heel de natuur. Immers, het lichaam is in zekere zin het meest nabije stuk natuur. Kan er eigenlijk wel een absolute scheidingslijn worden getrokken tussen het lichaam en de rest van de natuur? De proces-filosofie probeert dergelijke scheidingslijnen te overbruggen.

    De non-dualistische procesfilosofie correspondeert met de Antropocene ontwikkelingen gezien hun aard en deze aard maakt duidelijk dat de natuur geen passieve achtergrond is. Het materie-begrip is vervangen door het energie-begrip. Niet stukjes materie die op zichzelf staan, maar ‘quanta’ van energie, die in bepaalde relaties staan tot elkaar, vormen de fysische werkelijkheid. Elektronen, atomen en moleculen zoals CO2 zijn geen ‘dingen’, maar gebeurtenissen of gehelen van gebeurtenissen. Een radicale scheiding tussen ‘dode’ (anorganische) en ‘levende’ (organische) natuur wordt steeds meer problematisch. Evolutie moet veel holistischer worden gedacht dan zoals gebruikelijk enkel langs de organische of biotische lijn. Processen zijn organisch-anorganisch natuurcultuurverstrengeld. Vandaar is het niet zo onzinnig dat de procesfilosofie het ervaringsgebeuren als interpretatiemodel kiest om al het werkelijke, ook de zgn. natuur, te begrijpen. Als werkhypothese lijkt dit model zinvoller dan het objectiverende ding-model. Het panpsychisme waarin het ervaringsmodel uitmondt, kan in ieder geval niet minder begrijpen dan het materialisme of het dualisme, maar integendeel méér: het kan met name ook inzicht geven in de innerlijke realiteit van het objectieve. En daar is het de filosofie die betrokken is op het Antropoceen tenslotte om te doen.

    ‘Wij zijn op ieder ogenblik aanwezig bij dit wonder van de verbinding van ervaringen, en niemand weet beter dan wij hoe dit gebeurt, want wij zijn dit knooppunt van relaties’, schrijft Merleau-Ponty. Het panpsychisme (de werkende, en dus mentale pool in de holistische werkelijkheid) is een veralgemening van het ervaringsgebeuren. Wij zijn een knooppunt van relaties; al het werkelijke is een knooppunt van relaties en bouwt zichzelf zelforganiserend op aan de hand van die relaties, zoals ook de filosoof Bruno Latour duidelijk maakt.

    Wanneer het prototype van werkelijkheid ‘de ervaring zelf’ is, dan moet uiteindelijk elke werkelijkheid op een of andere manier vanuit dit model kunnen worden gedacht. De werkelijkheid denken vanuit de ervaring betekent voor de proces-filosofie de werkelijkheid denken als ervaring. Elk ervaringsgebeuren is ten volle betrokken op de gehele omringende wereld. Het is sociaal en psychisch van aard: sociaal nl. als synthese, en psychisch in de mate dat het gaat om een creatieve synthese. Creativiteit, spontaneïteit, verbondenheid zijn karakteristiek voor al wat wordt. Elke werkelijkheid is een creatief samengroeien van het vele tot een individuele eenheid.

    ‘Werkelijk’-zijn is werkzaam zijn; ‘act-ueel’-zijn is actief zijn, in de constitutie van zichzelf en van het andere. Creativiteit (gedacht als zelf-creativiteit van het universum of de kosmos) is de meest algemene en aldus ook de meest ultieme notie waardoor het proces-karakter van de werkelijkheid kan worden begrepen: wording, voortgang, verandering en pluraliteit worden van daaruit inzichtelijk. Zij staan ingeschreven in de ultieme notie zelf. ‘Dé werkelijkheid’ is nooit een afgewerkt geheel, maar een voortgaande verwerkelijking. ‘Zijn’ is op de eerste plaats een werkwoord.

    Ondanks de veelheid en de verscheidenheid van de individuele processen, is er uiteindelijk slechts één proces, het proces nl. van de éne Werkelijkheid, die verleden, heden en toekomst, actualiteit en potentialiteit omvat. We vinden deze notie ook terug bij het oorspronkelijk taoïsme. Naast de nadruk op het bijeenhouden van de subject-objectrelatie onderscheidt ook in dit universeel-holistische idee de procesfilosofie zich van de benadering van de systeemwetenschap. Betrokken op het Antropoceen bestudeert de systeemwetenschap van de volle concrete werkelijkheid geabstraheerde processen of sferen (meervoud), zoals de biosfeer of de atmosfeer.

    Wat voorbij is valt niet ‘buiten’ de actuele werkelijkheid: wat geweest is kan als zodanig niet meer uit de werkelijkheid weggecijferd worden. Het blijft tot de werkelijkheid behoren in zijn doorwerking. Deze notie confronteert ons met wat er nu op het spel staat wanneer we beseffen dat de planeet al decennia in een structurele ontwikkeling van toenemende overshoot verkeert. Het heeft betrekking op onomkeerbaarheid. Dit logische proces zou men 'verhardende conditionering' kunnen noemen. Tegenover de macht van toenemende overshoot staat de toenemende onmacht van de mens, als het logisch gevolg ervan.