Welke nieuwe vaardigheden moeten wij ons nu eigen maken in tijden van doem? Die der onverschilligheid? Der kortzichtigheid? Het beeld der zelfvernietiging? Welke vaardigheden moet God zich eigen maken? Dezelfde? Onze generatie van babyboomers behoorde nog tot de generatie die zich het beeld van Vooruitgang eigen kon maken. Dat kan nu niet meer – oude beelden vervliegen, nieuwe doemen op. Doemen op, ja, want het is doem en niets anders dan dat. We beschikken niet meer over het redmiddel van het geloof in maakbaarheid en beheersbaarheid, een idee, een waanidee waar we ons zo gretig aan konden vastklampen. We zijn een uit de hand gelopen soort die zich andere ideeën eigen zal moeten maken, andere beelden. Met welke voorstellingen valt te leven in de wetenschap dat ons lot bezegeld is? In het licht van het Antropoceen ontkomt een waarachtige filosofie niet aan de begrippen ‘verval’, ‘instorting’, ‘ondergang’, ‘massa-extinctie’; ons voor te stellen op evolutionaire tijdschalen. Holocene denkbeelden over neergang en opgang van beschavingen moeten als passé worden beschouwd. Neergang: ja; opgang: nee. Niet op menselijke tijdschalen. Dit betekent een fysisch-metafysische omwenteling waar sommigen inmiddels vertrouwd mee zullen zijn. Die sommigen zien de consequenties in van de toenemende natuur-cultuurverstrengeling, de onomkeerbare spanningsopbouw, de verhardende conditionering. De vaardigheid van ons voorstellingsvermogen zal realistisch gezien niet meer van paradijselijke of utopische of idealistische aard kunnen zijn. Realistisch gezien zal het zich de bovengenoemde begrippen en bijbehorende denkbeelden eigen moeten maken. Realistisch gezien is het de vraag of de mens daartoe in staat is. Het is zelfs de vraag of God daartoe in staat is. Het is een spagaat van heb ik jou daar, een mensonmogelijke, een godsonmogelijke. Moeten we ons dan maar de vaardigheid zien eigen te maken van het 'blijven-dromen-tegen-beter-weten-in' ?
Reactie plaatsen
Reacties