Ontkroonden, onttroonden van deze aarde, verenigt u!

Gepubliceerd op 11 juni 2026 om 20:45

Niets belemmert een soort te stranden in het absolute, vooral niet de rechtopganger van de laatste honderduizenden jaren, de energie-ophoper die slaaf werd van zijn eigen overmaat. En stranden doe je groots, vele soorten met je meeslepend de afgrond in, de diepzee in, tot op de bodem van het evolutionaire afvoerputje. Dankzij de wetenschap zijn wij de perfecte boekhouder. Alle uitstoot, alle smelt, alle opwarming: het wordt keurig gemeten, bijgehouden, vastgelegd, in grafieken getoond. Geen CO2 deeltje wordt gemist. De mens dacht op het licht af te gaan, ontdekte het lichtend, verlichtend gebruik van vuur, warmde zich, bedreef landbouw, smeedde het ijzer toen het heet was, bouwde steden op, beschavingen, politieke systemen, kerken, geldsystemen. Was deze tocht, - hoewel altijd al een sparteltocht, een dwaaltocht, met winnaars en verliezers -, was deze doelloos, zinloos, hopeloos? Nee, zeker niet. Toch?
Werd het dan zinloos, hopeloos toen de planetaire grenzen werden overschreden met wat al vele millennia door de mens werd gedaan, hoewel de laatste eeuwen steeds geconcentreerder, steeds intensiever, ja: steeds succesvoller? Zo ja, Wat een omkering dan toch van één en dezelfde richting van eeuwige evolutionaire principes! Waarom eigenlijk dachten we die overshoot wel weer in de greep te krijgen? Dat idee correspondeert toch niet met precies dezelfde evolutionaire groeiwetmatigheden en oorspronkelijke oorzakelijkheid van rechtopgang waardoor precies die overshoot werd bereikt? Het Holoceen werkte er aan mee, het werkte versnellend van wat allang gaande was: overheersing van één soort tot aan de grootste geofysische kracht. De afgrond roept ons nu en wij spartelen amechtig tegen. Waren we tot voor kort nog verliefd op de hoogste pieken van energietoevoeging, nu voelen wij ons bedrogen door precies hetzelfde, terwijl we de hoogste pieken nog steeds aan het opvoeren zijn inclusief die andere piek, genaamd overbevolking.
Nu we de ondergang toerennen met gezwinde pas moet dat toch ook wel op een soort van verlangen duiden, zou je zeggen. Verlangen naar instorting, waarom ook niet als zij toch al onontkoombaar is? Waarom dan nog zo krampachtig vasthouden aan valse hoop? Als het toch moet, dan ook maar snel – toch? Het Antropoceen is de nachtmerrie waarin wij door onszelf worden verzwolgen in plaats van door spoken, draken en goden. Deze duizeling wordt onze wet, laten we dan haar bovenaardse stralenkrans dragen zoals we een lintje van de koning dragen: trots, met de borst vooruit, als de kroon van onze val, de val die ons van de troon stoot.
Ontkroonden, onttroonden van deze aarde, verenigt u! En zwaai trots met de scepter der scepters, draag de vlag der vlaggen, draag het kruis der kruizen, om de nacht met nieuwe pracht te eren. Laten we die grootse val, (zeker niet banaal, zeker niet), laten we die in in de vervulling van vervuiling en verhitting verheerlijken en heiligen met de modernste symbolen van materialisme, nationalisme, polarisatie, oorlog en geweld. Vallen is de regel, maar de Antropocene val is uniek in haar schoonheid, haar schoonheid die de ascetische en duurzame pijn des vleses met zich mee zal brengen. Het zal de schoonheid van imperfectie zijn, de schoonheid van chaos&ellende, de schoonheid van lijden. Het is de ultieme val, het carnaval van de geofysische Tijd, de hele planeet een circus, omgeven met het aureool van een in de prachtigste kleuren aan het firmament uitbarstend vuurwerk van heb ik jou daar gelijk een exploderende ster, zoals alleen een compleet sterrenstelsel uiteen kan barsten waar vele lichtjaren later ergens iets van wordt vernomen in een andere uithoek van het universum.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb