De Openbaring der openbaringen

Gepubliceerd op 12 juni 2026 om 10:07

Er komt een Openbaring op ons af zoals nog nooit een openbaring heeft plaatsgevonden. De Openbaring der openbaringen. Het Holoceen baart het Antropoceen zoals een El Niña een El Niño baart, haar tegenovergestelde. Een stuitende bevalling, die in de wetten van het zo-zijn, van het-gaat-zoals-het-gaat, van het uit-der-aard, van wat-in-haar-conceptie-al-gelegen-was, van het onontkoombaar en het onomkeerbaar gelegen is. Het is was natuurlijke penetratie die eraan voorgafging en ze moet eruit, de weeën zijn begonnen, de moeder zal moeten puffen, de vader zal haar voorhoofd moeten afdeppen met het bekende washandje, de vroedvrouw zal de baarmoederklemmen moeten hanteren.
Een bevalling inspireert, het kindeke geeft ons nieuwe energie, nieuw elan. Maar helaas, het zal een huilbaby worden, ze zal ons wakker houden in de nacht, het blèren zal aanhouden en niet meer stoppen, ze zal haar luiers volpiesen zoals nog nooit een baby haar luiers heeft volgepiest, ze zal gulzig zijn en haar boertjes worden megaboeren, ze zal windjes laten die stormen worden, ze zal de tepels van haar moeder kapotvreten, ze zal de vader tot een zenuwinzinking drijven, de hond zal jankend afdruipen met de staart tussen de benen. Zij, - het kind, niet de hond -, zal overheersen zoals nog geen dictator overheerst heeft, zij zal de Tiran zijn van de Toekomst, van een Tijdperk, van een Fuiktijdperk, een tijdperk waar we op een speciale manier kiekeboetje mee zullen moeten spelen. En wij staan met blinde ogen oog in oog, met lege handen hand in hand, met ingezakte schouders schouder aan schouder … tegenover elkaar, elkaar verwijtend wie toch dit kind heeft gebaard, met de schok van zoveel haakse, overdwarse baring, zoveel stuitende openbaring . Het is een tijdperk waar we kiekeboe mee zullen moeten spelen.
De mens wordt zijn eigen beul door een overmachtige sluipmoordenaar te hebben gebaard, en zijn nachtmerries bevolken zich met het nachtelijk gespook en gehuil van het kind. Het kind zal kadavers van ons maken, rammelende skeletten, holle karkassen. Ze zal een kerkhof met zich meeslepen, ze zal zich opwerpen als sterfhuis, abattoir, slachthuis. Ze zal de lusten van moord en doodslag in ons opwekkken waar geen opwekking van welke Jezus Christus dan ook tegenop kan. Het paradijs zal zich in haar graf omdraaien en zich de haren uit haar kop rukken. Paradijs of abattoir, ach wat maakt het eigenlijk ook uit, het is de onmogelijkheid tussen grootse verveling en grootse ellende, tussen onbereikbaarheid en onomkoombaarheid, tussen droom en daad, tussen ongezonde- en zondeval.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.