Deugden slijten sneller dan tekortkomingen, waarvan de laatsten over aanzienlijk meer vitaliteit beschikken en met de voortschrijding van het Antropoceen steeds vitaler worden. De tekortkomingen oefenen een geofysische kracht uit waar de deugden niet tegenop kunnen. Deugden zijn mietjes, deugden zijn altijd al mythen geweest, fabuleuze illusies waar de mens zich aan vast meende te moeten klampen, en die hij als een mantel der liefde om zich heensloeg. Hoe verhoud ik mij tot de kern van het Antropoceen? Tussen de belofte van grootse ellende en het einde van iedere belofte?
Reactie plaatsen
Reacties