Als we willen weten hoe en wat een soort is geweest, en waarom deze van het wereldtoneel is verdwenen, hoeven we maar naar de onze te kijken in een toekomstige projectie met achteruitkijkspiegel. Het is een kwestie van voorstellingsvermogen. Met terugwerkende kracht zien we een voortdurend spartelende rechtopganger die vanwege zijn unieke zelfbewustzijn in combinatie met zijn technologische expansiedrift zichzelf confronteerde met een onstuimige afgrond, een afgrijselijk noodlot van metafysische proporties. Zijn bijzondere zelfbewustzijn deed hem lijden boven de dieren uit. Met dat zelfbewustzijn werd hij gedwongen zich een identiteit aan te meten, een doel te creëren, eeuwig zoekend naar zin. Hij riep een ongekende onrust over zichzelf af, culminerend in Sisyfusarbeid. Deze ongebreidelde arbeid bracht onontkoombaar overexploitatie met zich mee, uitputting en vernietiging van zijn levensondersteunend fundament. Die overexploitatie ging gepaard met het doden van goden; hij kwam zelf op de troon, dacht ie. Ach, wat valt er verder nog over te zeggen, anders dan dat het niet anders kon dan dat daar planetaire en daarmee zelfvernietiging op moest volgen? Toch was dit dier ook gedwongen, om dezelfde reden van zelfbewustzijn, om hoop te blijven koesteren. Hoop geeft energie en als die energie gepaard gaat met onvrede en gevoelens van bedreiging, dan uit die zich in massale protesten en conflicten, die ontaarden in versnelling van de zelfdestructie die toch al gaande was. De uitdrukking ‘van de regen in de drup’ klinkt veel te zachtaardig en brengt een verkeerde voorstelling met zich mee die gecorrigeerd moet worden met termen als reactionair fascisme en moordpartijen. Men ging, naast de al veel langer gaande uitmoording van vrijwel alle andere soorten, elkaar uitmoorden op ongekende schaal. Juist een wrede schaal bleek een menselijke schaal te zijn, een menselijke schaal een wrede. Hoe wreder hoe menselijker leek het wel, toen de fase van het Antropoceen aantrad. Het Antropoceen bleek het ultieme Fuiktijdperk te zijn. Er waren geen ontsnappingsmogelijkheden meer. De gehele aarde was gekoloniseerd door het vernietigingsdier, en de neergang was onomkeerbaar. Deze diersoort gaf zichzelf de genadeklap. En ook die term klinkt nog veel te genadig, gezien de ellende die ermee gepaard ging. De biotische evolutie likte zijn wonden en is nu, na zoveel miljoenen jaren, weer aan het opkrabbelen.
Reactie plaatsen
Reacties