de cyclus van vernietiging en vernieuwing

Gepubliceerd op 20 juni 2026 om 15:51

Het leven in het Antropoceen is voor zolang het duurt slechts mogelijk dankzij de gebreken van ons voorstellingsvermogen en ons verstand. Wij danken onze kracht aan dit gebrek en ieder hart is gemaakt voor slechts een bepaalde hoeveelheid leed. Wij danken onze volharding aan het weigeren te stoppen met ademhalen en piemelen en daarom dijt het leed uit zoals het heelal uitdijt. Zoals het heelal reeds zo vaak is uitgedijd en vervolgens onder haar eigen ijdelheid, haar eigen leegte, haar eigen entropie weer is ineengestort, ineengekrompen tot de leedloosheid van een punt … die een komma bleek te zijn en weer uitdijde tot het uiteindelijk - zoals ook nu in het Antropoceen -, weer overloopt van de volheid en de vervulling  van leed … die vervolgens weer onder haar eigen gewicht moet bezwijken. Vernietiging is getrouwd met vernieuwing. Elk leed behoeft een eigen universum tot vernietiging die moet leiden tot vernieuwing en die behoefte wordt deze keer in dit verbijsteringwekkende geologische en existentiële tijdsgewricht vervuld door een uit de hand gelopen verstand van een bepaalde soort, door onze geest, door onze ziel, zaligheid en gebreken. Ons verstand loopt vast op deze kosmische woekering en dat is goed. Een verstand dat niet vastloopt verloedert en dat is uiteindelijk dezelfde vorm van vastlopen en dat is goed omdat het zo gaan moet. Verstand zal per definitie waanzin moeten worden en verbijstering – om zo enkel door vernietiging uiteindelijk verlost te kunnen worden.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.