Dit tijdperk drukt meer en meer zijn stempel op het gaande en het roept en schreeuwt: “ik ben nu de ziel van de wereld! Ik kleur het universum purperrood met mijn vlammen! Alles roept mij aan, van de puinhopen tot de mesthopen. Ben ik niet de stilte en het kabaal van de dingen? Ik ben het graf van de vonken, het afvoerputje voor de wormen, een groteske uitdrager van het firmament. Mensheid, u heeft uw grens bereikt en ik zet de Kroon op uw verval. Ik doe alles verrotten en vaar daar zelf zeer wel bij, ik ben duurzaam, de duurzame afgrond, ik blijf! Ik blijf om te genieten van uw ondergang.
Tsja, het was voor het Antropoceen niet moeilijk om de zwakke plek van de mens te vinden: zij kwam er immers zelf uit voort, uit de macht van de onmacht, uit de onmacht van de macht. Zij kwam voort uit de ambivalentie van indolentie, incoherentie, incontinentie. Een soort lult, lalt, liegt en bedriegt en doet dat al eeuwenlang met behulp van ‘fossiel’ en ‘overshoot’. En zie daar: een nieuwe tijdperk werd geboren. Zij werd geboren uit de technologische roof van een lullende, lallende, liegende en bedriegende soort, een soort van het bekwame kaliber van verwoesting en vernietiging. Geboren zijn als tijdperk is een kleinigheid, maar zie daarna maar weer eens op tijd te sterven. Dat lukt je niet met zo’n innovatieve en inventieve soort. Tot zover het brekende nieuws van de dag.
Reactie plaatsen
Reacties