Het aardse lot van de energiebehoefte heeft ons gekluisterd aan de zwaarte van de materie, kortom: aan de vermoeienissen van verval. Dit universum, deze aarde – eerste zonde van de Schepper. Deze soort, dit verwrongen dier - zijn laatste? Er zijn vage aanwijzingen voor onze dreigende excommunicatie uit de boezem van de tijd. De signalen worden sterker, in ons vlees klinkt reeds de nagalm door van wat de dino’s overkwam, ons bloed vibreert de cadans ervan. Voorlopig zullen we nog verse vergissingen voortbrengen zoals we dat al een eeuwigheid doen – totdat onze aderen zullen opdrogen en verschroeien. Als optelsom van succesvolle mislukkingen zullen we niet in staat zijn onze grootste dwaling in te zien noch te herstellen: bloedwording, skeletwording, wording in de vorm van lijdend vlees. Het is ons overkomen, het is de evolutie overkomen. En beide zullen nu moeten dealen met de eindafrekening van de eeuwenlange doorgeschoven verliezen naar de toekomst. Het Antropoceen kent nu eenmaal dogma’s die hardvochtiger zullen zijn dan die van de theologie. Een bijzonder tijdperk, het Holoceen, heeft zich losgescheurd van de wijzers van de Tijd en keert niet terug. Het cultuurlijke kwam in haar tot bloei en de bloeitijd werd een herfsttijd, een sterftijd. Ze is nog niet koud, ze zal nog lang nagloeien, en het kerkhof van verleden tijdperken lust ze zo het liefst: nog lang nagloeiend en toch de versgestorvenheid van hun bloeifase. Haar dochter is reeds gebaard in de nagloed van haar schoot, ze mag een naam hebben, een eigen identiteit, recht om te leven, dit Antropoceen, met haar koosnaampje Fuiktijdperk. Het zal gedijen en haar gedijen zal bestaan uit het gedogen en het bevorderen van een schone taak: opschoning, de opschoning van exemplaren en hele soorten. Exemplaren en soorten kunnen zich op vele manieren ontplooien, door zich te laten opschonen, door weg te kwijnen, door plaats te maken. Zij kunnen zich dienstbaar opstellen door op de andere kant van de medaille plaats te nemen, de wegkwijnkant, de wegwerpkant. Levenslust komt weer vrij beschikbaar voor nieuwe soorten met hun verse frisse exemplaren, al zal het enige miljoenen jaren duren.
Reactie plaatsen
Reacties