Ons nietig verblijf alhier

Gepubliceerd op 26 juni 2026 om 21:24

Een verstikkend en verzuipend verblijf alhier in deze uithoek van het heelal. Ons voorland moest ons maar rust aanjagen, het zijn immers onze eigen daden en het zijn de verhelderende daden waarmee we onherroepelijk over onszelf beslissen. De daden zelf zijn niets bijzonders, zij worden al millennia met succes toegepast. Hete het succes voorheen vooruitgang, nu heet het ondergang, maar gang is het, de gang van het gaande, de gang van het worstelende, de gang van het struikelende. Nu, in de oogwenk van een zucht en een scheet, onderdrukken we alle struikelende aangeregen ogenblikken van de eeuwen met de schaduw van ons soortelijk komend lot; Godt zelf had het niet klaar kunnen spelen. Maar wij snoevers, wij spelen het klaar met de list en het bedrog van onze eigenwaan. Wie zich nog nooit de Antropocene vernietiging der planetaire overshoot heeft voorgesteld is rijp voor het touw, de kogel, het gif, maar niet rijp genoeg voor waar hij werkelijk aan zal sterven, voor waar wij verkelijk aan sterven: ons gebrek aan voorstellingsvermogen. Wij zijn de galeislaven van dit universum, wij zijn het wormvormigste aanhangsel der aanhangselen, blind als onze ontstoken nutteloze blinde darmen. Deze wereld, deze gang van het gaande, deze kosmische wanstaltigheid zal ons alles ontnemen, al onze vrijheden en wij zien het niet met onze uit de hand gelopen vrijheidsdrang. Zodra we over het Antropoceen beginnen na te denken – wat over het algemeen af te raden is – raken we geïnspireerd door haar romantiek, door haar lyriek, door haar mystiek, door het misverstand van de rationaliteit, de redelijkheid en de technologie als oplossingen. Onze rationaliteit, onze redelijkheid, onze technologie zelf zal oplossen aan de verzuring der oceanen, in de onthullende verkankering van alle skeletachtigen, verbijstert over het oordeel wat buiten haar over haar geveld wordt. Rationaliteit is niets, het is een rimpeling in de tijd, het is de eendagsvlieg die zijn dag niet heeft, niet beschikkend over laatste redmiddelen. Religies en redelijkheid, dat wil zeggen onredelijkheid en redelijkheid hebben ons verboden door eigen toedoen te sterven en zie toch hoe wij op precies dat afstevenen en door welke belediging van dit gebod wij gekruisigd gaan worden. Het is een vorm van belediging van de soorten en de zelfbelediging van de eigen soort - waarachter een grotere, een rijkere, een veel duurzamere intelligentie schuil gaat dan onze eendagsrationaliteit. De intelligentie van de  onverwoestbare evolutionaire Zelforganisatie: zij weet wat, zij vermag wat, haar vermogens liggen op het vlak van opkomst, groei, bloei en instorting van soorten, van tijdperken, van zonnestelsels, van sterrenstelsels, van heelallen. Zelforganisatie trekt voort van heelal naar heelal. Wij hebben de grenzen van haar genade overschreden, haar miljoenen, miljarden jaren aan fossilering van energie. Onze aanbidding van die energie werd een rooftocht, een vernietigingstocht, een zelfvernietigingspelgrimage. Een mens hoeft niet oorlog te voeren met het universum, hij stuurt immers het ultimatum aan zichzelf. Dezelfde vrijheid die hij verworven heeft, is onbereikbaar voor wie haar blijft zoeken in de toekomst. En voor wie haar niet zoekt ook – er kan niet niet-gezocht worden, de human conditionaire laat dat niet toe, we zitten gevangen, we hebben het over het Fuiktijdperk.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb