We leven nog, nog wel. We leven in het hospice van de terminaliteit. We droomden van verre lentes, van de vergetelheid van onze geboorte, en we leefden van de ziekelijke pijn om altijd elders te willen zijn. Het aardse lot heeft ons gekluisterd aan de materie, de materie valt in de chaos waarin wij haar hebben gedwongen en wij vallen dusdanig mee dat het niet mee zal vallen. We hebben gesmacht naar een klimaatvriendelijke wereld en we kregen ‘m zowaar, gratis en voor niets: het Holoceen. En we hadden dit tijdperk zo lief dat we hem met onze liefde hebben vermorzeld, hebben verstikt, hebben gesmoord in energieke dampen. Wisten wij veel dat je een zo gunstig tijdperk niet zo heftig moest liefhebben? Liefde maakt blind en we deden maar wat en dat deden we met vuur en vlam, met steenkool en gas, en dat noemden we dan Vooruitgang. Het was de geofysica van de extractie die ons de geografie van het Niets zal brengen, via een logisch-noodzakelijke tussenfase: de geologie van chaos&ellende. De voltooiing van de zoete verdoving van een eenmaal opgeloste soort zal zich via de barensweeën van het sterven moeten voltrekken.
Reactie plaatsen
Reacties