De Dood als reddende engel, dat wordt zijn collectieve en ook nuttige functie voor de soorten, voor de mens, voor al de exemplaren die geen voorliefde of talent hebben voor duurzame bittere ellende. De mensheid heeft geploeterd, gezwoegd, in het zweet des aanzijns heeft hij zijn tranen geplengd, het was me het geschiedenisje wel. En voor al degenen die juist wel de gave van de voorliefde voor ellenlange ellende hebben, zonder enige stervenslust, zonder de genade ervan, moet uitsterving een klap in het gezicht zijn. Een klap weliswaar die hij zichzelf heeft gegeven.
Reactie plaatsen
Reacties