De frisheid van de opstandige engel

Gepubliceerd op 25 juni 2026 om 10:06

Er is een naam, het heet noodlot, er is nog een naam, het heet tragiek. Ons faillissement alhier in dit uithoekje van het heelal zal zich kleden met deze namen, het zal haar identiteit zijn, haar favoriete identiteit, haar lievelingswoorden. We hebben behoefte aan een taal voor het onherstelbare, om verlichting te zoeken in de verbale vindingrijkdom van de rampen die als de taal van het Onheil over ons zullen komen. Woorden zijn barmhartig, ze kunnen ons misleiden, troosten en doen hopen, precies wat we nodig hebben: de troost van misleidende hoop. En al weten we precies wat we nodig hebben, en al weten we dat het noodlot niets te willen heeft, en hevig onderhevig is aan Overmacht, toch heeft het gewild wat ons overkomt, omdat we dit noodlot zelf in gang hebben gezet en zijn gang, zijn autonome gang hebben laten gaan. Tegen wie of wat moeten we vechten wanneer de door ons veroorzaakte hitte ons de laatste lucht uit onze longen perst, wanneer de zeespiegel jaagt op dezelfde lucht uit dezelfde longen? Er is een hoop te kiezen en we krijgen het: wanhoop, puinhoop, schroothoop, mesthoop – voldoende keuzestress. Hoe kunnen we in deze precaire situatie de frisheid hervinden van de opstandige engel? Die als een IJzeren Dame aan het begin van het kolonialisme, aan het begin van het imperialisme, aan het begin van het kapitalisme, kortom, aan het begin van alle gelegenheidsoorzaken waar het noodlot gebruik van heeft gemaakt, nog zo heerlijk onwetend was van de Antropocene geestdrift waarin we ons nu verslikken, waarin we zo romantisch zullen stikken?

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.