Het actuele keuzeverloop is wezenlijk, want medebepalend voor toekomstig keuzeverloop. ‘Keuzeverloop’ wordt in de procesfilosofie van Whitehead breed zien: het zijn niet alleen de mensen- of cultuurlijke keuzes, het stijgt daarbovenuit. De gebeurens (actual occasions) zelf maken keuzes uit het actueel vigerende potentieveld. Gebeurtenissen worden naast een fysieke pool gekenmerkt door een mentale pool op basis waarvan dit kan gebeuren.
Bij de procesfilosofie zoals die van W is sprake van een goddelijk te noemen natuurlijk immanent non-dualistisch Verlangen of Streven die men ‘Wordingstrekkracht’ zou kunnen noemen. (sommige procesfilosofen zoals Palmyre Oomen noemen dit vervolgens weer God, maar dat lijkt me niet zo handig gezien alle verwarring rondom dualistische en non-dualistische Godsbeelden in de westerse filosofie en theologie).
Deze notie van natuurlijke Wordingstrekkracht wordt door W ook gebruikt in de betekenis dat er in de niet specifiek menselijke natuur, dus in alles wat leeft en bestaat, een zekere gerichtheid constitutief is voor dat bestaan. Een verlangen dat eigen is aan ‘de na - tuur’, aan de aard van alle werkelijkheid.
Zelf-wording is intrinsiek relationeel en dus temporeel van aard. Het is een proces, een gebeuren van zelfwording, en Whitehead vraagt zich af wat daar de mo - gelijkheidsvoorwaarden voor zijn. Allereerst moet er sprake zijn van verleden gebeurtenissen als materiaal waar de nieuwe gebeurtenis zich uit kan vormen.
Er is behalve materiaal ook iets als een criterium of waardenstandaard vereist waardoor bij het gegeven aanbod van verleden gebeurtenissen de ene synthesemogelijkheid als aantrekkelijker verschijnt dan de andere. In W’s eigen woorden krijgt dit alles een affectievere toonzetting. Een wordend gebeuren, zegt hij, voelt de verschillende mogelijkheden, en voelt de ene als meer attractief dan de andere. De genoemde waardenstandaard werkt daarbij als ‘concretiseringsprincipe’, omdat die bij de veelheid van mogelijkheden laat voelen wélke daarvan in de concrete situatie voor dat nieuwe gebeuren het aantrekkelijkst is, en zo het verlangen ernaar oproept en tot realisering ervan verlokt.
Een en ander betekent dat Wordingstrekkracht zelf getekend is door on - rust, door verlangen naar het werkelijkheid worden van mogelijkheden. Elke temporele entiteit ontspringt in zekere zin aan haar mentale pool, [...] Uit Wordingstrekkracht ontleent het zijn fundamentele conceptuele doel [subjectief doel], relevant voor de werkelijke wereld, maar met onbepaalde bepalingen die op eigen beslissingen wachten. (P&R 224) In deze zin is Zelfwordingstrekkracht het principe van concretie.
Dit alles is bij W de primordiale natuur van Wordingstrekkracht. Maar er is bij W ook sprake van een ander aspect van Wordingstrekkracht. Naast Wordingstrekkracht-als-primordiaal, als bron en attractiegenererende ‘begeerte’ van al het mogelijke, waardoor de wereldlijke gebeurtenissen in hun veelheid kunnen ontstaan en gebeuren, conceptualiseert W Wordingstrekkracht ook als het inbegrip van al het werkelijke, namelijk als diegene(?)/datgene in wie alle werkelijkheid, alle gebeurtenissen van de voortgaande geschiedenis, opgenomen en gekend wordt en altijddurend bewaard blijft.
Dit is bij W de ‘volg-natuur’ van Wordingstrekkracht oftewel de ‘consequente natuur van Wordingstrekkracht’. We zouden het kunnen vergelijken met de dragende bedding. De rivier heeft een bron (de primordiale natuur) en een bedding (de consequente natuur). Wij zijn nu, als stroom, die beddings-structuur aan het verleggen. De actuele beddings-structuur is een tijdelijke substructuur, een manifestatie van de meest basale immanente structuur van Werking.
Omdat alles relationeel is, is Wordingstrekkracht als Groot Feit zélf ook weer van invloed op de wereld. Eigen aan een procesvisie is dat het gevolg (b) zich vormt uit het gebodene (een veelheid aan a’s), vandaar dat ook de doorwerkende invloed van Wordingstrekkracht’s consequente natuur op de wereld verwoord wordt in termen van ervaring (‘prehensie’).
Wanneer we het willen hebben over de volle betekenis van de werkelijkheid, dan moeten we de wetenschappelijk georiënteerde houding aanvullen met meta-fysica omtrent oscillerende contrast-ervaringen zoals orde en wanorde, heil en onheil. Dit kan worden begrepen door dezen te beschouwen in relatie tot de tragische kwesties die essentieel zijn in de aard van de dingen, precies omdat ze oscillerend zijn. Tragedie is een ontsluitings-ervaring, de ontsluiting van een ideaal dat als ‘contrast-ervaring’ ertoe aanzet het armetierig niveau van de feiten te boven te komen.
Bij Plato is dit de Eros die bij uitstek het principe is van onrust, het verlangen waardoor dingen gaan gebeuren; en de ervaring van Peace heeft meer een onrust en turbulentie dempend karakter. Dit alles betekent dat ten aanzien van ieder gebeuren er schematisch drie van invloed zijnde factoren zijn te onderscheiden:
1.- het verleden: de verleden feiten waaruit het nieuwe gebeuren zich moet vormen en die zodoende conditioneren wat mogelijk is;
2.- Wordingstrekkracht’s immanentie, zowel naar zijn primordiale als naar zijn consequente kant, die gerelateerd aan de feitelijke situatie laat mee-voelen wat wenselijk is en dat doet begeren, zodat het voor het daarmee geconstitueerde gebeuren het eigen subjectief gevoelde doel is;
3.- en dat nieuwe gebeuren zelf dat zich uit die gegevenheden en, meer of minder, overeenkomstig het aan Wordingstrekkracht ontleende subjectieve doel tot werkelijkheid concretiseert. Het aan Wordingstrekkracht ontleende verlangen, het subjectieve doel, is dus geen blauwdruk die vervolgens alleen nog maar uitgevoerd hoeft te worden. Nee, het is een verlangen naar iets wat nog niet is, dat daarom ook niet concreet kan zijn, en dat de wordende gebeurtenis alleen door het maken van beslissingen (decisions als afsnijdingen – en wat we nu aan het doen zijn is het afsnijden van heilzame mogelijkheden) tot concrete werkelijkheid kan brengen.
Deze drieslag aan factoren heeft diverse consequenties. Het betekent dat een gang van zaken nooit terug te voeren is op één van die drie, want het zijn altijd die drie factoren samen die in iedere gebeurtenis meespelen. Je kunt echter volgens deze visie nergens Wordingstrekkracht’s wil in de gebeurtenissen tegenkomen, want ten eerste zit er altijd al de vervorming in dat de gebeurtenis zelf het uiteindelijk altijd nog zus of zo beslist, maar bovendien is het altijd Wordingstrekkracht’s ‘wil’ binnen het aanbod van de beste mogelijkheid voor die specifieke situatie. Die specifieke situatie kan wel ontzettend beroerd zijn. Dus W noemt het niet absoluut ‘het beste’, maar contextueel ‘het beste voor die impasse’ (P&R 244).
Wordingstrekkracht als ‘object of desire’ neemt de conflictueuze pluraliteit van de wereld niet weg. Het neemt ook de vrijheid en autonomie van de wereldlijke entiteiten niet weg, doch is integendeel juist de mogelijkheidsvoorwaarde van hun autonoom subject-zijn (P&R 244). Wordingstrekkracht is niet onveranderlijk, niet onlijdelijk, niet zelfgenoegzaam, want hunkert naar het werkelijkheid worden van mogelijkheden, die enkel door de wereld gerealiseerd kunnen worden, er is tragiek, eenheid en pluraliteit.
Hieruit valt te bespeuren dat wat de Antropocene ontwikkelingen betreft het wezenlijk gaat om het actuele keuzeverloop van NU. Hoe langer wenselijke menselijke cultuurlijke keuzes worden uitgesteld of tekortschieten, hoe bepalender het toekomstig natuurlijk-cultuurlijk keuzeverloop wordt in onheilzame richting.
En de vraag rijst of de menselijke wenselijke keuzes überhaupt nog wel toereikend kunnen zijn om het onheil af te wenden. Het is immers slechts een subcategorie van het totale kosmische keuzeverloop. Aan de oorzakelijke kant heeft het immense kracht, de corrigerende tegenovergestelde kracht lijkt niet zo groot te zijn.
Je zou kunnen stellen dat er zo gezien sprake is van een oscillerende onlosmakelijke yin-yang werking van stuwkracht en trekkracht. De mens stuwt atmosferisch CO2 omhoog, Zelforganisatie moet daar iets mee in zijn Strevensactiviteit, en probeert er het beste van te maken onder de gegeven omstandigheden. De vraag is dan ‘het beste voor wie of wat’? Het antwoord van de reële gang van zaken lijkt mij in de richting te gaan van het beste voor dat wat de tijdelijke en gewenste structuren van de mens overstijgt.
Reactie plaatsen
Reacties