Stelling A. De huidige Antropocene ontwikkeling is een machtig samengaan van miljoenen jaren evolutionaire bronoorzakelijkheid, evolutionaire wetmatigheden van samenwerking&concurrentie, het wezen van de mens, natuurcultuurverstrengeling en planetaire overshoot. Door dit samengaan krijgt het verdere verloop een steeds meer determinerend karakter.

Het voordeel hiervan is dat we ons kunnen focussen op de negatieve aspecten van de Antropoceen-ontwikkelingen, met

Stelling B: Het benadrukken van het bovenstaande, vervolgens gekoppeld aan onomkeerbaarheid, aan schaalgrootte, aan snelheid en aan ontbrekende structurele herstelmogelijkheden op menselijke tijdschalen.

De wetenschappers hebben in de loop van de laatste jaren steeds weer de op alle betrokken terreinen hun scenario’s moeten bijstellen naar de bovenkant van de risicogrenzen. En toch kunnen die wetenschappers over het algemeen niet al te alarmistisch zijn willen zij nog enige invloed kunnen uitoefenen op beleidsmakers en politiek. Het past een wetenschapper ook niet om ongenuanceerd te zijn, het is echter terechte nuance op het specifieke gebied van hun puur wetenschappelijke kennis, met alle onzekerheden aan dat soort kennis. We zien twee actuele bewegingen, twee uitersten van een spectrum, waarvan de eerste al veel langer gaande is sinds de rationalisering van het wereldbeeld, en de tweede een zeer recente ongewenste tegenbeweging is: geloof in de wetenschap versus compleet wantrouwen in de wetenschap.

De realistische en dus pessimistische en dus deterministische blik probeert een evenwichtig beeld te geven, met de focus op feiten, op trends, op data, op waarschijnlijkheden, op wetenschap gebaseerde intuïtie, en op een dieper onderzoek naar de onder A. en B. genoemde componenten. De nuance van onzekerheid wordt door ons team niet genegeerd, maar gerelateerd en gerelativeerd aan statistische wetenschap met zijn rationele kennisvormen. Positieve ontwikkelingen worden niet volledig genegeerd, maar eveneens gerelativeerd geplaatst binnen de grotere context van de massieve uiterst krachtige per saldo achteruitgang, met spanningsopbouw en dus met opbouw van (potentieel) conflictstof in de cultuurlijke sferen.

De konsekwentie van A. en B. wordt ingezien als een hard gegeven in meerdere betekenis: niet te negeren, niet serieus genoeg te nemen, keihard terugslaand als overmacht. Mogelijke oplossingen zitten in het spectrum van verzachten&vertragen.

Contingente factoren zullen de spanningsopbouw en de toenemende conflicten op onvoorspelbare manieren en momenten doen uitbarsten, zoals we nu ook zien gebeuren in de meerzijdige veelkoppige oorlog met Iran – een land van ernstig watertekort, zie https://www.carbonbrief.org/qa-how-climate-change-and-war-threaten-irans-water-supplies/ – , waarbij allerlei ook tegenstrijdige belangen en doelen spelen, met een kwetsbaarheid en afhankelijkheid op wereldschaal. Naast de rampzaligheid voor de bevolking aldaar is het een zoveelste energiecrisis in een reeks waar we kennelijk steeds maar onvoldoende van leren, en waarbij ons kortetermijngeheugen, ofwel ons vergeetvergiet, ofwel een onderdeel van het wezen van de mens, ons parten speelt.

Het deterministisch karakter is logisch en verklaarbaar aan de hand van stelling A. en B. De reële ontwikkelingen verlopen overeenkomstig het conceptuele van deze  stellingen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb