Theoretische benaderingen van het Antropoceen
- Vele perspectieven
Er wordt in het Antropoceendebat aangedrongen op een benodigde interdisciplinaire (binnen het wetenschappelijke veld) en transdisciplinaire (het wetenschapsveld overstijgend) focus en overkoepeling. Het Antropoceen vereist een tegenbeweging van een ontwikkeling van steeds meer gespecialiseerd geraakte wetenschappen en de loskoppeling tussen wetenschappen en andere soorten van kennis. Daarvoor is wellicht nodig dat alle mogelijke perspectieven op het Antropoceen, als werkelijkheid en als denkconcept, in het blikveld dienen te komen.
We weten, gezien ook de communicatieve problematiek, dat dit een zoektocht is:
- omdat we er middenin zitten,
- omdat de verandering ‘per dag’ plaatsvindt, d.w.z. met ongekende snelheid
- omdat deze verandering een fundamentele en tamelijk radicale breuk betekent met Holocene omstandigheden en bijbehorende denkbeelden,
- omdat het voor de mens complete en complexe nieuwigheid is
- met existentiële gevolgen
- op een ruimtelijke en temporele schaal die voor de mensheid ongekend is.
De ontwikkelingen zijn diffuus d.w.z. niet eenduidig en we hoeven niet de illusie te koesteren dat de holistische samenhang ervan reeds breed wordt ingezien. Deze holistische samenhang heeft op z’n minst o.a. betrekking op:
- de uiterste, d.w.z. de planetaire grenzen
- de natuur-cultuurverstrengeling,
- zowel de ruimtelijke als ook de temporele procesmatigheid
- de existentialiteit ofwel betekenis in de zin van heil/onheil, en
- het bij elkaar denken van die holistische eenheid of samenhang die we steeds weer in (deel)systemen en aspecten uiteen leggen, vaak vanuit een bepaald (deel)perspectief, bv. het economische, waarbij ‘object’ losgekoppeld wordt van ‘subject’.
- het gegeven dat alle overshootshit op elkaar inwerkt als bedreigingsvermenigvuldiger met toenemende spanningsopbouw. Het is niet zomaar een optelsom maar een vermenigvuldiging.
We kunnen desalniettemin vanuit meerdere perspectieven kijken naar de Antropocene ontwikkelingen. We zijn onze Holocene perspectieven gewend - die echter niet meer afdoende passen op de huidige nieuwigheid, en die we (dus) moeten leren loslaten. We kunnen ernaar kijken vanuit zowel het derde persoonsperspectief (wat over het algemeen de objectiverende wetenschappen en systeemtheorieën doen) en vanuit het eerste persoonsperspectief (wat de fenomenologie, de procesfilosofie, de metafysica tracht te doen, en die de subject-objectrelatie bij elkaar tracht te houden). Misschien is de grootste kunst wel om die meerdere perspectieven tegelijk te denken. Maar misschien is dat ook wel een onmogelijkheid.
- Theoretische benaderingen van het leven, de planeet, de werkelijkheid
(dit zijn evenzovele geschiedenissen, evenzovele perspectieven, in relatie met het Antropoceen), onder andere:
- geologische –
- biologische –
- natuurkundige –
- antropologische –
- fenomenologische benadering
1. Een geologische benadering “analyseert de wisselwerking tussen de biosfeer, atmosfeer en geosfeer, van het vroege Archeïcum tot de huidige menselijke invloed, het Antropoceen.Geologen onderzoeken zowel actieve als oude processen (vulkanisme, sedimentatie) om te begrijpen hoe het leven is gevormd en hoe het de planeet vormt.” (Google AI)
2. “Een bioloog zou zeggen: leven begint wanneer chemie biologie wordt” (Chakrabarty). De sprong van chemie naar biologie is van betekenis voor zowel de explosies van het leven met toenemende soortenrijkdom en biodiversiteit als ook de uitstervingsgolven, de implosies met hun tegenovergestelde effecten.
3. “[Een natuurkundige insteek] is een thermodynamische benadering van het leven” (Chakrabarty). Met zijn energetische dissipatieve interacties.
4. “De antropologische benadering van het leven is een holistische en vergelijkende studie van de mens in al zijn facetten, waarbij cultuur, biologie, taal en geschiedenis worden geïntegreerd. Antropologen onderzoeken hoe mensen betekenis geven aan hun bestaan via participerende observatie en contextuele analyse.” (google-AI) Waarmee ook cultuurlijk gegroeide paradigma’s, levensbeschouwingen en mens- en wereldbeelden in beeld komen.
5. De fenomenologische benadering betreft het ervaren van het leven van binnenuit, van de affecten, de passies, de ervaring van heil/onheil, genot/lijden, van zin en betekenis. “De fenomenologische benadering richt zich op het begrijpen van het leven zoals mensen dit direct ervaren, met de focus op de "geleefde ervaring" en de betekenisgeving vanuit het eerste-persoonsperspectief. Het streeft naar een onbevooroordeelde waarneming van fenomenen—"terug naar de dingen zelf"—waarbij vooronderstellingen tijdelijk 'tussen haakjes' worden gezet. Centraal staat de 'leefwereld' (Lebenswelt) en hoe de mens bewust in de wereld staat. Het onderzoekt 'hoe het voelt' om een ervaring te hebben, in plaats van de ervaring objectief of wetenschappelijk te analyseren.” (Google-AI)
De eerste vier zijn duidelijk wetenschappen te noemen. De laatste, de fenomenologische benadering – aan Google-AI de vraag gesteld: is de fenomenologie een wetenschap?
Google-AI antwoord: “Ja, de fenomenologie wordt beschouwd als een filosofische wetenschap of methode, primair gericht op de studie van bewuste ervaringen ("fenomenen") vanuit het ik-perspectief. Grondlegger Edmund Husserl definieerde het als een "strenge wetenschap" die essenties onderzoekt, in tegenstelling tot empirische feitenwetenschappen. Het beschrijft de "leefwereld". Belangrijke kenmerken van fenomenologie als wetenschap/methode zijn:
- Beschrijvend en niet-verklarend: Het doel is verschijnselen zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven, in plaats van oorzaken (het "waarom") te achterhalen.
- Reductie (Epoché): Vooroordelen en theorieën worden tijdelijk "tussen haakjes" gezet om de zuivere ervaring te onderzoeken.
- Fundament voor andere wetenschappen: Husserl zag het als een "eerste filosofie" die de basis legt voor kennis, vergelijkbaar met hoe geometrie de natuurkunde ondersteunt.
- Kwalitatieve onderzoeksmethode: In de menswetenschappen (zoals psychologie en zorg) wordt het gebruikt om de 'geleefde ervaring' van individuen in kaart te brengen.
Hoewel het vaak een filosofische houding wordt genoemd, wordt het dus ook als een systematische (eidetische) wetenschap beoefend.”
Toch maakt het ik-perspectief ofwel het eerste persoonsperspectief de fenomenologie tot een andere wetenschap dan de eerste vier, die uitgaan van het derde persoonsperspectief. Michel Henry gaat nog een stap verder door te stellen dat aan het eerste persoonsperspectief een relatie vooraf gaat, die we de ‘aan ons gegeven zijnstemporaliteit, die een vermogen is’ (mijn uitdrukking - JL) zouden kunnen noemen en die vergelijkbaar is met de dialogische ‘Ik-Gij/jij’-relatie bij Martin Buber en de idee van Zelfheid of Ikheid bij Herman Dooyeweerd. Het is een religieuze connotatie (metaforisch: ‘Vader-Zoon’-, of genderneutraler: ‘Ouder-Kind’-relatie ), die maakt dat aan de wetenschap, dus ook aan de fenomenologie als wetenschap, en aan het überhaupt intentioneel kunnen zijn (levenshouding en bijbehorende keuzes), een ‘vermogen’ vooraf gaat (bij Henry ‘Leven Zelf’) die de mens steeds actueel wordt gegeven. Deze TAO is onbenoembaar, we stuiten eerder op de grenzen van de mensentaal dan op de taal van het Leven Zelf, we hebben er (zelf)ervaring van.
Mede met deze wetenschappelijke benaderingen, gecombineerd met intuïtie en ervaringsweten vanuit het eerste persoonsperspectief, kunnen we proberen gevoel te krijgen bij het idee van -, en de interpretatie van -, en de realiteit van het Antropoceen (met name in zijn betekenis van heil en onheil, goed en kwaad, lijden en genieten, dit ter onderscheid van objectiverende statistische kwantificering met kans/risico op dit en dat) en e.e.a. proberen te duiden. Deze opmerking heeft ook betrekking op de mate van onzekerheid, (die wat mij betreft niet centraal hoeft te staan, omdat de richting betrokken op Betekenis (richting onheil, kwaad, lijden) zo overduidelijk en in toenemende mate onomkeerbaar is).
Of het vervolgens tot oplossingen leidt of kan leiden, al die benaderingen en perspectieven, is een tweede. Deze opmerking heeft ook betrekking op het paper, en het eventuele doel daarvan, misschien wel 2 doelen: beschrijvend en een poging tot actie.
Nog niet genoemd is de procesfilosofische metafysische benadering, die naar mijn idee iets anders in elkaar steekt dan de systeembenadering(en). Wellicht heeft dit ook te maken met het onderscheid tussen eerste persoons- en derde persoonsperspectief en met het al dan niet bij elkaar houden van de in wezen onlosmakelijke subject-object-relatie. We kunnen dit onderscheid (tussen eerste en derde persoonsperspectief en subject-object bijeen dan wel abstraherend losgekoppeld, mogelijk ook zien, zoals reeds aangestipt, in het licht van Martin Bubers ‘Ik-Gij/jij’- en ‘Ik-het’-relatie, of de ‘Zelfheid’ (‘Ikheid’) bij bv. Dooyeweerd (Ipseïteit bij Henry). Het eerstepersoonsperspectief heeft onlosmakelijk betrekking op affect, betekenis, zin.
We zijn natuur (in de definitie ‘behorend tot wat in de aard der dingen gelegen is’, ofwel Werking, Wording, Creativity, met zijn procesmatige temporele wetmatigheden) en dat idee zouden we, gezien de in wezen onlosmakelijke subject-objectrelatie, in zijn radicaliteit kunnen doortrekken:
- weerspiegelt de binnenwereldlijke ervaring (van bv. opbouw/groei en abraak/verval bij Henri Bergson in zijn boek ‘Creatieve Evolutie’, begin vorige eeuw, de ervaring van de buitenwereld, en wederzijds?
- ofwel, kunnen het twee kanten zijn van dezelfde medaille?
- kan het rationaliserende objectgerichte denken onze innerlijke intuïtie, die gekenmerkt wordt door subject-objectrelatie, ook in de weg staan, wanneer we het denken op zichzelf plaatsen (de Rede/Ratio bij Descartes, hetgeen de laatste eeuwen nogal doorsijpelde in het Verlichtings- en Vooruitgangsdenken)?
-
Google-AI zegt: De creatieve evolutie (1907) van Henri Bergson is een invloedrijk filosofisch werk dat evolutie beschrijft als een scheppende impuls in plaats van een puur mechanisch proces. Bergson stelt dat het leven continu onvoorspelbaar nieuws creëert door een vitale kracht, waarbij intuïtie superieur is aan rationele analyse. Dit werk levert een alternatief voor het darwinisme en won de Nobelprijs voor de Literatuur.
Kernconcepten in De Creatieve Evolutie:
. (Scheppende Impuls): Evolutie wordt aangedreven door een vitale kracht die materie doordringt en transformeert, niet slechts door toeval of noodzaak.
. Kritiek op Mechanisme: Bergson verzet zich tegen het idee dat evolutie volledig voorspelbaar of mechanisch is.
. Duur (Durée): Tijd is geen reeks losse momenten, maar een continue, vloeiende ervaring (duur) waarin het verleden altijd in het heden doorwerkt.
. Intuïtie: Om het leven en de evolutie te begrijpen, is intuïtie nodig, niet alleen het verstand dat in starre, geometrische concepten denkt.
(de latere kritiek op Bergson (bv. van Dooyeweerd) was dat zijn filosofie nogal uitging van het centraal stellen van één enkel zijnsaspect namelijk het psychische – terwijl alle zijnsaspecten als ervaring van zowel de buitenwereld als van de binnenwereld, voortkomen uit ‘Oorsprong’, het ‘leven Zelf’, ‘Creativity’, actuele Schepping, ‘via’ de affectieve Zelfheid, de Ikheid, de Ipseïteit, de Ik-Gij-relatie, die het vermogen biedt tot het kunnen zijn van alle zijnsaspecten die de ervaringswerkelijkheid is.)
Maak jouw eigen website met JouwWeb