Twee typen idealisme: het naïeve en het realistische type

Het onderscheid tussen die twee is misschien wel te maken, specifiek in relatie tot het Antropoceen, dat we Antropoceen noemen (in brede zin bedoeld) omdat het radicaal onderscheidende kenmerken heeft t.o.v. het Holoceen, waaronder toenemende verstrengeling van op elkaar inwerkende leefsferen, die we ons al dan niet, meer of minder bewust zijn. Het verschil tussen naïef idealisme en realistisch idealisme, zou ik denken, is dat de naïeve idealist wellicht een dubbele ontkoppeling maakt in het denken:

  1. hij ontkoppelt de cultuurlijke sferen van de natuurlijke
  2. hij ontkoppelt binnen de cultuurlijke sferen of aspecten het moreel-ethische zijnsaspect van een aantal overige (basale) zijnsaspecten.

Dooyeweerd heeft de zijnsaspecten in zijn aspectenleer zinvol op een rijtje gezet omdat het gaat om een niet-willekeurige volgorde van eerdere, 'lagere', basale zijnsaspecten naar latere, 'hogere'. De mens en zijn werkelijkheid wordt gekenmerkt door o.a. fysische, biotische, psychische, historische, sociale, economische, juridische zijnsaspecten. We kunnen ons voorstellen dat daartoe ook behoren: overlevingsdrift, machtsstructuren, samenwerking/concurrentie, recht/onrecht, legaal/illegaal.

Ze doen zich nu eenmaal voor, soms en soms niet als voldongen feiten, in een spectrum van heilzaam-positief aan de ene kant naar onheilzaam-negatief aan de andere kant. De kwaliteit van de onontkoombare zijnsaspecten kunnen wisselend heilzaam of onheilzaam uitwerken in hun functioneren. Bijvoorbeeld het juridische aspect in internationaal verband kon aardig functioneren (het had vermogen, macht, positieve invloed) onder Holocene omstandigheden en we zien dat het nu bij de dag wordt afgebroken en steeds meer gaat verkeren in zijn tegendeel van onvermogen, onmacht. (terwijl het aspect als zodanig blijft)

Onder de redelijk gunstige Holocene omstandigheden, waaronder dit kwalitatieve heilzame functioneren tot stand kwam, kon dit alles zich nog temporeel voordoen in mogelijkheden van omkeerbaarheid en herstel. Naarmate de spanningsopbouw toeneemt is het logisch dat de basale, eerdere, ‘lagere’ zijnsaspecten de overhand krijgen op de ‘hogere’ waaronder het moreel-ethische redelijkheidsaspect. De niet-rationele en irrationele krachten nemen het logischerwijs meer en meer over van de rationele. Dit heeft gewoon te maken met overlevingsdrift, honger, dorst, hardgebakken en (individuele en statelijke) strategische belangen, overeenkomstig de evolutionaire principes van samenwerking&concurrentie.

Op politiek vlak zien we dit nu zelfs openlijk gebeuren, de motieven worden openlijk uitgesproken, waar het voorheen meer verborgen gebeurde. We leven nu wel en voorheen niet in een wereld van naties, hetgeen zijn betekenis, want kwalitatieve gevolgen heeft op planetair niveau, van een ongekende orde. Als het nu misloopt is er daarna geen herstelmogelijkheid meer zoals we dat na de 2e wereldoorlog nog meegemaakt hebben.

En dat nu ook met de uniciteit van stedelijke megapolen, waarvan sommigen groeien in de richting van 40 tot wel 60 miljoen. Die groei verloopt chaotisch, vanuit plattelandsgebieden die door klima-ecoverandering, waaronder erosie, steeds minder te bieden hebben op het vlak van leefbaarheid. We kunnen ons voorstellen dat daarmee de kwetsbaarheid van die megapolen exponentieel toeneemt, denk alleen maar aan alle logistieke en gezondheidsproblemen van water met lekkende waterleidingen.

Dit alles doet zich nu, in onderscheidende tegenstelling met Holocene omstandigheden, voor tegen een voor de mensheid unieke decor, coulissen, achtergrond, die nu op de voorgrond is getreden en een steeds groter gewicht zal gaan krijgen op het podium naarmate de planetaire overshoot toeneemt. Dit is ook waar Latour en Sloterdijk op wijzen. En we weten, of kunnen weten, dat die overshoot voorlopig nog wel toeneemt en dat het bereiken van kantelpunten deels al onontkoombaar is en voor een ander deel ‘gewoon’ bereikt gaan worden, met steeds meer zichzelf versterkende effecten. Een naïef idealist mist (kennelijk, nog steeds) de betekenis van het dramatische existentiële onderscheid tussen Antropoceen en pré-Antropoceen.

Het Antropoceen kenmerkt zich o.a., onderscheidend van het Holoceen, nu juist door toenemende verstrengeling in een eenzijdige hardnekkige stellige richting, in de natuur-cultuur-verstrengelde sferen, en precies daardoor ook binnen de onderlinge verhoudingen binnen die onlosmakelijk samenhangende cultuurlijke aspecten. Waarbij de irrationele aspecten en krachten logischerwijs de overhand krijgen, met weliswaar te onderscheiden maar niet te scheiden aspecten, waarbij de uitwerking van het idealistische, progressieve, moreel-ethische, redelijke aspect in een andere krachts- en machtsverhouding komt tot staan tot de meest basale overlevingsaspecten. Het overleven zou zich idealiter op planetair samenwerkingsnivo moeten voordoen, gericht op de lange termijn, convivialistisch, met morele ambitie, maar we zien dat het zo niet werkt, en dat het zich juist in tegenovergestelde richting beweegt, helaas.

De realistisch idealist zal zich in mijn ogen van de betekenis hiervan laten doordringen. Hij zal meer en meer gaan beseffen dat het gaat om de actuele uit-evenwicht-verstrengeling bij toenemende planetaire overshoot, die nu eenmaal keihard gaat in onheilzame richting. De afgelopen 5 jaar is er meer veranderd dan in de 10 jaren daarvoor, waarin er meer veranderd is dan in de 30 jaren daarvoor, terwijl de trend in al die laatste 50 jaren ononderbroken is gebleven in onheilzame richting.

Toenemende uit-evenwicht-verstrengeling, buiten de planetaire grenzen: we hebben het over het Antropoceen. Dit ter onderscheid van zowel

  1. mogelijk ooit geweest zijnde ideaaltypische in-evenwicht-verstrengeling binnen de planetaire grenzen, als ook
  2. uit-evenwicht-verstrengeling binnen de planetaire grenzen, als ook
  3. uit-evenwicht-verstrengeling op de wip van binnen-buiten planetaire grenzen.

Die wip of de slinger is allang doorgeslagen naar 1 kant, waarbij er sprake is van bovenmenselijke ruimtelijke schaal en temporele orde, ofwel Over-Macht waaraan de creaturen waaronder het mensdier in toenemende mate onderhevig raakt. Vertragen en verzachten lijkt me het devies.

Maak jouw eigen website met JouwWeb