- de Antropocene dreiging is grensoverschrijdend en gemeenschappelijk op mondiaal niveau
- geen enkel land kan ze alleen oplossen. Ook een ‘coalition of the willings’ zal dit niet kunnen oplossen
- er zijn prikkels voor individuele staten om niet mee te doen
- het Paris-Akkoord werkt niet afdoende
- de internationale instituties brokkelen af
- mondiale samenwerking zal vast wel doorgaan op het gebied van wetenschap, data-uitwisseling en conferenties
- schaarste leidt tot competitie en rivaliteit om water, voedsel en land.
- nationalisme en autocratisering zijn de actuele feitelijke tendensen
- geopolitiek gezien gaat het om macht en de toenemende strijd om energie en grondstoffen
- de ongelijkheid neemt toe
- toenemende migratie heeft in toenemende mate zijn negatieve zelfversterkende uitwerkingen door: - ontmenselijking van de migranten; - ontwrichting via polarisatie en Haakse Belangen in de toestroomlanden; - strengere grenzen; - militarisering van de migratieproblematiek met razzia’s en deportaties; - fortificatie; - herkomstlanden willen ze niet terug
Tussentijdse samenvatting: Antropocene druk maakt samenwerking tegelijk noodzakelijker én moeilijker. Dit betekent een dubbele druk.
Het volgende is eerder intuïtief dan sociaal-wetenschappelijk – we kunnen, zoals bovenstaand bedoeld vanwege het tekortschieten van de sociologen, momenteel niet anders dan intuïtief verder gaan dan de sociaal-wetenschappelijken en hun sciëntistische volgers.
- het is logisch dat toenemende conflicten, fragmentatie, ontwrichting, schaarste, nationalisme en geopolitiek het samenwerkingspotentieel zal verkleinen
- stress produceert fragmentatie en ondermijnt de benodigde samenwerking
- onder stress krijgen staten en burgers kortetermijn- en nationale prioriteiten
- de nationale prioriteiten worden intern verstoord door binnenlandse polarisatie en tribalisme
- bij reeds uitgebroken conflicten wordt vervolgens de religie erbij gehaald waardoor de conflicten scherper, wreder en langduriger worden
- schaarstecompetitie (water, voedsel, energie)
- veiligheidsdilemma’s: staten wantrouwen elkaar
- binnenlandse politieke druk (nationalisme, populisme)
- institutionele erosie van internationale organisaties
- toenemende escalatie die niet meer te stoppen is vanwege precies de Antropocene kenmerken waaronder ontbrekende herstelmogelijkheden op het benodigde niveau en de benodigde schaal
- oplossingen kunnen slechts plaatsvinden als ruimtelijke en temporele deeloplossingen die andere oplossingen juist weer in de weg staan
- Haakse Problemen van ongekende proporties
- huidige vormen van samenwerking breken af terwijl nieuwe vormen van samenwerking niet kunnen ontstaan op mondiaal niveau, slechts op regionaal niveau, in hoofdzaak gericht op geopolitieke bedreigingen ten kosten van de mondiale klimaatbedreigingen
- de spanningsopbouw kan onder de huidige feitelijke gang van zaken alleen nog maar één kant op: toenemend op bovenmenselijke tijdschalen
- dat de dubbele druk vervolgens op de lange termijn voorwaarden zou kunnen scheppen voor nieuwe afdoende samenwerking op mondiaal niveau is kul
Tussentijdse conclusie: het Antropoceen is een geheel ander type uitdaging dan alle eerdere regionale en ook mondiale crises. Dit is één van de wetenschappelijke problemen van de sociologen.
- het probleem is permanent, niet tijdelijk, er is geen eindfase binnen de menselijke vermogens en tijdschalen.
- de dubbele Antropocene druk komt voort uit het hele holistische systeem met al zijn aspecten van energie, landbouw, industrie, consumptie, politiek, logistiek, recht, ethiek, technologie, economie, psychologie en sociologie (het is daarmee dus ook bovensociologisch)
- de reële maatschappelijke transformatie gaat niet of onvoldoende de kant op van gewenste praktische transformaties
- de kosten en baten zijn extreem ongelijk verdeeld met derhalve een grote asymmetrie
- ongelijkheid ondermijnt vertrouwen en daarmee samenwerking
- alle Antropocene effecten zijn ruimtelijk en temporeel diffuus en indirect, waardoor het ook politiek moeilijk is om er een duidelijk ‘tegenstander’ van te maken
- mondiale instellingen zoals de VN worden zichtbaar minder effectief, omdat staten minder bereid zijn soevereiniteit te delen
- overheidslagen komen (met name zichtbaar in Nederland) tegenover elkaar te staan vanwege de Haakse Problemen met een wiebelende landelijke overheid
- bestuurlijke slagkracht wordt ondermijnd
- de geopolitieke dynamiek lijkt deels op die van voor de eerste en de tweede wereldoorlog, maar de ecologische en technologische context is totaal anders
- het Antropoceen is de eerste historische periode waarin de menselijke beschaving de biofysische voorwaarden van haar eigen bestaan ondermijnd waardoor noodzakelijkerwijs ontwrichting zal moeten volgen, met zelfversterkende effecten
Samenvatting:
De dubbele druk ontstaat:
- door de toenemende en ongekende noodzaak tot mondiale samenwerking,
- met structurele (politieke) barrières, dilemma's en mensonmogelijke spagaten tegen die samenwerking in,
- onder een diffuus en indirect Antropoceenregime, dat:
en/of - niet eenduidig wordt ingezien,
en/of - wordt ontkent,
en/of - men zich niet in verdiept,
waardoor debat en discussie en begripsvorming slechts plaatsvindt in (academische) bubbels.
De dubbele druk vindt niet alleen binnen-cultuurlijk maar juist ook boven-cultuurlijk natuurcultuurverstrengeld plaats door de combinatie van geopolitieke fragmentatie met ecologische stress. In een diagram zou het zo als een dubbele dubbele druk kunnen worden gepresenteerd.
Vandaar dat we kunnen spreken van kwadratische ruimtelijke en temporele zelfversterkende effecten.
-
Wat mogelijk blijft, in relatie tot de samenhang tussen theoretische en praktische transities, is (dan ook) een kwestie van JA en NEE:
- vertragen&verzachten
- experimenteren met oplossingen via trial and error
- internationale conferenties organiseren waarbij de uitstoot en ander bijkomende vervuiling maar moet worden gezien als collatoral damage voor het goede doel.
Maak jouw eigen website met JouwWeb