De Antropocene bedding
- klimaatverandering is ingebed in een veel breder veld van Antropocene veranderingen. Het maakt deel uit van het Planetairy Bouderies frame.
- in het bredere debat is er wel degelijk heel veel filosofisch gedachtengoed van toepassing dat nu betrokken kan worden op Antropocene ontwikkelingen.
- daarbij gaat het over de gelaagdheid van de werkelijkheid, de gelaagdheid van kennisvormen (rationele kennis is ingebed in onze lichamelijke ervaringskennis), de inbedding in Deep en Big History, verhardende condtionering, procesfilosofie (die nu beter aansluit op de veranderingen dan de meer traditionele substantiefilosofie), metafysica en ook ontologie.
- het gaat niet alleen om weten tegenover niet-weten. Het gaat ook om denken en overtuigingen (bv. ontologie). Met het besef dat er heel verschillend wordt gedacht, vanuit heel verschillende overtuigingen over Antropocene ontwikkelingen, zowel aan de oorzaakskant als aan de gevolgkant. En toch kunnen we daar niet omheen door het te versimpelen en te reduceren zoals Goff doet.
- metafysica impliceert dat het om betekenis gaat. En ja, de Antropocene ontwikkelingen zijn van existentiele betekenis.
- ieders blik op de werkelijkheid start met een impliciete kijk daarop vanuit impliciete overtuigingen. Dit is iets om ons bewust van te zijn in Antropoceendebat. Het kan verhelderend werken om deze impliciete ontologie waar mogelijk exliciet te maken.
- optimisme / pessismisme, realisme / idealisme zal deels te maken hebben met karakter, maar in ieder geval ook met ontologisch mens- en werelbeeld.
- de unieke dynamische kenmerken van het Antropoceen nopen ons om opnieuw naar onze Holoceengerelateerde denkbeelden te kijken. We vertoeven in een nieuwe werkelijkheid.
- praktische transities moeten ingebed zijn in realistische theorie.
- de wetenschappen hebben een geschiedenis van specialisatie doorgemaakt. Dit is nu problematisch in het Antropoceen. Er is inter- en transdisciplinairiteit nodig. Met inzet van alle kennisvormen, niet alleen de logicistisch-analytische. De vraag is hoe die aspectuele kennisvormen methodisch kunnen worden gemaakt. Denk aan inheemse kennis.
- de mensengeschiedenis en de planetaire geogeschiedenis vallen nu samen. Wat betekent dit voor ons handelingsperspectief?
- er is sprake van toenemende natuur-cultuurverstrengeling, zoals we tot voor kort niet gewend waren. Dit is van invloed op onze traditionele denkbeelden. En ook op die noodzakelijke integratie van wetenschappen. Het sociotische kan niet meer los worden gezien van het geotische aspect. Er zijn aard- en sociale wetenschappers bezig om te komen tot zoiets als een geo-sociologie.
- maar het gaat verder dan geo-sociologie. Het sociotische aspect is ingebed in een range van andere zijnsaspecten. En de samenhang van alle zijnsaspecten komen niet uit zichzelf voort. Het denken is niet de bron ervan, en de werkelijkheid van de mens wordt niet door zichzelf geconstrueerd. We komen daarmee weer terug op het ontische als het totaal van onze aspectuele gelaagdheid van onze werkelijkheid. Die nu onder de dynamische verhardende condtionering staat van de geogeschiedenis van de aarde. Daarmee hebben we het, breder en dieper dan geo-sociologie, over een geo-ontologie.
*
Veerkrachtproblematiek
Begin mei 2026 wordt er een jaarlijke bijeenkomst georganiseerd van Europese aardwetenschappers. Deze keer gaat het voor een groot deel over het Antropoceen. Een programma-onderdeel over veerkracht betreft het volgende: ITS4.20/CL0.23 | PICO / Hoe bouw je veerkracht op? Kwantitatieve en kwalitatieve benaderingen om regionale veerkracht te begrijpen en te versterken, zodat we beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering.
Er schuilt een paradox in de tekst: omdat we veerkracht ondermijnen door menselijke activiteiten moeten we veerkracht versterken.
De tekst vermeldt: “Terwijl individuele aanpassingsmaatregelen zich richten op het verminderen van het risico dat verbonden is aan een specifiek gevaar voor een bepaald object, pakken veerkrachtkaders en de daarin voorgestelde gebieden algemene regionale structuren aan.” Maar de planetaire structuren pakken we onvoldoende aan en we kunnen gevoeglijk aannemen dat die planetaire schaal overheerst over de schaal van de regionale schalen. We mogen volgens ons veronderstellen dat natuurverslechtering precies ook de cultuurlijke veerkracht ondermijnt.
Is dit niet een blinde vlek in hoe ‘veerkracht’ wordt gebruikt? In veel beleidsteksten wordt veerkracht opgesplitst in een natuurlijk en een sociaal domein. Dat maakt het bestuurbaar of 'bestuurbaar'. Je kunt zo immers indicatoren maken, interventies ontwerpen, stakeholders betrekken. Maar die scheiding is slechts een analytische onderscheiding. Het kan geen ontologisch scheiding zijn vanwege precies die natuurcultuurverstrengeling.
Het lijkt ons op z’n minst een spanning te zijn die Antropocene theorievorming zal moeten duiden. We kunnen niet onbeperkt sociale veerkracht opbouwen terwijl de ecologische basis eronder wegvalt. Het mag toch niet zo zijn dat we denken dat sociale en technologische vernieuwing ecologische achteruitgang kan compenseren. We kunnen met sterke instituties beter omgaan met overstromingen, maar als zeespiegelstijging en bodemdaling doorzetten, verschuift de grens van wat überhaupt nog op te vangen is. En door de verstrengeling is de dynamiek nu juist richting verzwakking van instituties en bestuurlijk vermogen. Het probleem wordt niet afdoende aan de voorkant opgepakt. Dat is misschien ook niet helemaal, of nauwelijks mogelijk (ook door Antropoceentheorie te onderzoeken). Wij denken echter dat het niet mag leiden tot misleidende ideeën omtrent veerkracht. Dit vereist een Antropoceentheorie omtrent de aard van de dynamiek, gecombineerd met de harde Antropocene kenmerken zoals doorgaande overshoot.
Het heeft weinig zin om onhoudbare systemen te verdedigen, terwijl de spanning is dat we dus eigenlijk radicale transformaties nodig hebben - die echter maar niet afdoende ingezet (kunnen) worden. (wederom: deze kwestie vereist inter- en transdisciplinaire, niet-normatieve theorievorming.)
Er is een groeiende stroming die spreekt over sociaal-ecologische veerkracht: niet twee systemen (natuur en cultuur), maar één verweven geheel. Daarin is veerkracht juist het vermogen om relaties tussen mensen, soorten en systemen zó te organiseren dat ze samen kunnen voortbestaan. Maar dan hebben we het dus juist over radicalere inzet, onder de dynamiek van verhardende conditionering die transformaties steeds verder bemoeilijken naarmate ze niet op tijd worden ingezet.
Veerkracht opbouwen is afhankelijk van transitievermogen. Juist dit vermogen staat onder druk. Het heeft alle schijn van een vicieuze cirkel naar beneden. Het doet zich niet zomaar contingent voor maar het is een negatieve feedbacklus die onderhevig is aan patronen, structuren, dynamiek, wetmatigheden van toenemende overshoot. We kunnen niet veerkracht blijven toevoegen zonder de onderliggende relaties te veranderen. Maar die onderliggende relaties moeten we in Antropoceentheorie uitwerken, ook om de hardgebakkenheid ervan te bepalen. Anders zijn we hubrisch bezig. Transitievermogen, ofwel samenwerkingspotentieel, ofwel STP’s kunnen naar onze mening niet tegen de Antropocene dynamiek van spanningsopbouw en verhardende conditionering in groeien.
Bij de procesfilosofie van Whitehead en Deleuze is de kern dat de werkelijkheid niet bestaat uit stabiele dingen, maar uit processen, relaties en voortdurende wording. Dit duidt dus op één veld van sociaal-ecologische processen. Natuurculturrverstrengeling is hier geen probleem, maar juist het uitgangspunt. Dan is neergaande ecologie en afnemend transitievermogen geen fout in het systeem, maar een bepaald type dynamiek. Het is een ‘afglijdende wording’: relaties verstarren en het systeem verliest creatief vermogen. Whitehead zou zeggen: minder ‘intensiteit van ervaring’, met minder mogelijkheid tot nieuwe verbindingen.
Procesfilosofie verzet zich tegen lineair denken. Er zijn geen vaste trajecten, alleen velden van mogelijkheden. Elke situatie bevat steeds potentialiteit, een ongerealiseerd veld van mogelijkheden. Zelfs in een crisis is het systeem niet gesloten. Maar de dynamiek stuurt het in een bepaalde richting van minder heilzame mogelijkheden. Ontologisch onderbouwd betekent dit ontisch: als ecosystemen verarmen, verarmen relaties, waardoor het transitievermogen daalt.
Procesfilosofen zouden weleens kritisch kunnen zijn op de tekst van ITS4.20/CL0.23. Er is geen stabiele toestand om naar terug te keren, dus de focus op stabilisering met behulp van veerkracht zou juist transitie kunnen blokkeren. De echte uitdaging ligt dan in meebewegen en herconfigureren. Maar we voorvoelen wel dat dit het spanningsveld niet doet verminderen. Procesfilosofisch kunnen we zeggen: een netwerk van relaties verliest zijn vermogen tot vernieuwing en raakt gevangen in zelfversterkende patronen. En de uitweg is niet meer veerkracht toevoegen, maar de relaties zelf transformeren.
De mens zit nu én eenmaal zelf in het dynamische netwerk van natuurcultuur relaties én hij is tegelijk de oorzaak van de dynamiek. Hoe dan die relaties zelf te transformeren? Dat lijkt toch een beetje op de Baron von Munchhausentactiek, die zich aan zijn eigen haren optrok uit het moeras. Veel van wat nu gebeurt is niet preventief maar reactief. In Nederland is wat dat betreft nu een sterke omgekeerde metafoor van toepassing: We dweilen met de kraan open in de verwachting dat er gewoon water uit de kraan blijft komen. We worden al jaren ernstig gewaarschuwd, terwijl ik vanavond nog een buurman zijn tuin zag besproeien. Er zijn Haakse Problemen met sterke belangentegenstellingen waardoor minister Karremans deze week zei dat hij een gestaffelde beprijzing niet zo zag zitten, op basis van een onderzoek uit 2024.
We hollen in algemene zin al decennialang achter de feiten aan. In het krachtenveld spelen tegengestelde krachten en we zien wat dat per saldo oplevert. Er zijn kennelijk structurele redenen waarom samenlevingen laat (te laat) reageren. Die redenen (ofwel onderliggende wetmatigheden, patronen, structuren) zouden bij een processuele ontologie die zo goed mogelijk past bij de dynamiek van het huidige ontische, (d.w.z. onder de te specificeren Antropocene kenmerken), geduid moeten worden. In eerste instantie moet die beschrijvende kant naar onze mening losgekoppeld zijn van de normatieve. Dat is immers wat een correcte realistische ontologie gewoon vereist.
*
Ontologische beelden
Ontologische beelden, ofwel vooronderstellingen, gelden voor iedereen. We ontkomen er niet aan. Het start niet bij het logisch-analytisch aspect. En het doet sterk mee in de beschouwing op klimaatverandering dat een onderdeel is van alle Antropocene verandering. Ze zijn meestal impliciet en dat zien we terug in discussies. Het is (dus) wel handig als ze daar waar mogelijk iets explicieter worden gemaakt. Dan zien we ook waar de meningsverschillen op gebasseerd zijn. Dat gaat nameijk veel verder en dieper dan het argumentistisch redeneren. Dus lijkt mij de vraag toch wel interessant:
Hoe nu kunnen ontologische beelden die betrokken zijn op het Antropoceen worden geanalyseerd?
Zodra we onderkennen dat ontologische beelden vaak impliciet zijn, hebben we een manier nodig om ze zichtbaar en vergelijkbaar te maken. We kunnen ontologische beelden rond het Antropoceen analyseren door systematisch te kijken naar wat er wordt verondersteld dat bestaat, hoe dat bestaat, en hoe die aannames doorwerken. Hieronder, zonder daar dieper op in te gaan, een aantal invalshoeken.
Expliciteren van basisentiteiten ; Relaties in kaart brengen ; Aannames over grenzen en schaal ; Analyse van taal en metaforen ; Impliciete normativiteit blootleggen ; Reducties en blinde vlekken identificeren ; Vergelijkende analyse ; Praktische doorwerking onderzoeken.
Ontologische analyse van het Antropoceen is het systematisch blootleggen van aannames over wat bestaat, hoe het samenhangt en welke grenzen en mogelijkheden daaruit volgen. Dit is belangrijk omdat verschillende ontologieën leiden tot totaal verschillende mens- en wereldbeelden. Die verschillen zitten niet alleen in meningen, of redeneringen, maar in verschillende opvattingen van wat werkelijkheid is.
*
Maak jouw eigen website met JouwWeb