intuïtieve logica, fenomenologisch betrokken op de natuurcultuurverstrengeling
Intuïtieve kennis is een vorm van weten die ontstaat via ervaring, lichamelijkheid, affect en directe betrokkenheid bij de wereld. Juist in het Antropoceen kan intuïtieve kennis een nieuwe betekenis krijgen, als aanvulling op de hardcore wetenschap, data, modellen en statistiek. Intuïtie kan signalen en patronen oppikken.
De spanning is echter dat het Antropoceen complexe, vaak onzichtbare processen betreft die onze intuïtie overstijgen. Intuïtieve kennis kan gezien worden als een sensitief-cognitief vermogen om patronen en verstoringen direct te ervaren, om in samenhang met indirecte kennis van de nu snel veranderende wereld e.e.a. aan te voelen omtrent toekomstige ontwikkelingen.
Intuïtie is lichamelijk en geschikt voor praktische patroonherkenning. Intuïtieve kennis kan aanvoelen dat iets ongunstig is, nog vóór analyse. Dit sluit aan bij het denken van Bruno Latour, die stelt dat we hybride natuurcultuurverstrengelde patronen vaak pas laat conceptueel herkennen, terwijl we ze eerder al impliciet ervaren. Dooyeweerd zou wijzen op een pre-theoretisch begrip van de naïeve instelling.
Vanuit de fenomenologie van bijvoorbeeld Maurice Merleau-Ponty kan je intuïtieve kennis begrijpen als datgene wat de verstrengeling van natuur en cultuur in de ervaring zelf kenbaar maakt. We ervaren een betekenisvolle leefwereld; de scheiding natuur/cultuur is secundair, als theoretische abstractie en paradigma waar de westerse cultuur mee besmet is geraakt, mede dankzij Holocene omstandigheden, door technologische ontwikkelingen, door waanideeën omtrent maakbaarheid, door rationalisme, door reductionisme en door het Cartesiaanse dualisme.
Waarnemen is een belichaamde gerichtheid op de wereld. Fenomenologisch gezien wordt de verstrengeling in het Antropoceen vooral ervaarbaar wanneer de leefwereld niet meer soepel functioneert. We kunnen frictie en spanningsopbouw ervaren.
Deze natuurcultuurverstrengelde sferen zijn niet puur subjectief of objectief, ze zijn relationeel. Puur subjectief zou kroegpraat kunnen zijn, puur objectief zou van de concrete werkelijkheid losgezongen reductionistisch rationalisme en sciëntisme kunnen zijn. De subject-objectrelatie moet bij elkaar worden gehouden. De lichamelijkheid is bij Merleau-Ponty geen object in de wereld, maar het punt waar wereld gebeurt. De lichamelijkheid, - Dooyeweerd zou zeggen: de Zelfheid -, is de ‘plaats’ waar de verstrengeling zich manifesteert. Je lichaam is van hetzelfde spul als wat je waarneemt en waarnemen is een wederzijdse betrokkenheid. Je raakt en wordt geraakt, je bent nu eenmaal onderhevig aan lichamelijk verval (na opbouw – verval kan uit der aard pas optreden na opbouw; bij Whitehead: harmonie gaat fundamenteel vooraf aan mogelijke wanorde).
De vraag is nu: hoe verbinden we de fenomenologische intuïtie bij Maurice Merleau-Ponty met de sterk geabstraheerde, systeemwetenschappelijke kaders zoals de Planetary Boundaries van Johan Rockström? Misschien is het niet zo moeilijk om in te zien dat ze in wezen dezelfde werkelijkheid beschrijven, vanuit twee verschillende ingangen.
De kennis vanuit Planetary Boundaries is globaal, kwantitatief, vaak niet direct waarneembaar in de leefwereld. Bij Maurice Merleau-Ponty verschijnt diezelfde werkelijkheid als veranderende (atmo)sferen, verstoorde ritmes, lichamelijke fricties, hybride omgevingen (Latour). Dit is kennis die lokaal en situationeel is, kwalitatief, direct ervaarbaar. De ene soort kennis kan met de andere in verband worden gebracht.
De koppeling van empirische, analytische en intuïtieve kennis kan ons iets vertellen over toekomstige planetaire ontwikkelingen en de betekenis ervan in de zin van heil/onheil. Veel planetaire processen naderen kantelpunten. Wat modellen voorspellen betekent fenomenologisch gezien aftakeling, verval, afbraak, ontwrichting, ontregeling, fragmentatie - die zich zal voordoen in toenemende mate. We komen dan terecht in een zeer langdurige permanente voorlopigheid van situaties met een onheilzaam karakter.
Als je nu de fysische trajecten uit de Planetary Boundaries koppelt aan de toenemende natuur–cultuurverstrengeling, dan volgt daaruit dat niet alleen de natuursferen verschuiven, maar ook de manier waarop cultuursferen zich fenomenaal (des)organiseren en manifesteren. De verstoringen in de natuursferen gaan intuïtief-logisch gepaard met existentiële stressverhogende verstoringen in de cultuursferen. Die druk werkt ondermijnend op veerkracht van samenlevingen en welbevinden van individuen.
Deze holistische dynamische spanningsopbouw suggereert en impliceert dat conflicten niet alleen toenemen, maar ook van karakter veranderen. De conflicten worden complexer, langduriger, heviger, met ontbrekende of slechts zeer tijdelijke herstelmogelijkheden, waardoor integrale uitputting. In een verstrengelde wereld is causaliteit diffuus, zo benadrukt ook Latour. Veel actoren dragen een beetje bij en effecten zijn verspreid en vertraagd. Conflicten worden hierdoor minder scherp af te bakenen waardoor snelle ruimtelijke en temporele besmetting kan plaatsvinden. Niemand heeft dat dan nog in de hand, het werkt als Overmacht.
Fysische, geopolitieke en fenomenologische dimensies raken systemisch op elkaar betrokken, waarbij spanningsopbouw de opeenhoping is van tegenstrijdigheden, dilemma’s, spagaten. Dit sluit aan bij het idee van Bruno Latour dat conflicten niet meer tussen gescheiden domeinen liggen, maar binnen netwerken.
Maak jouw eigen website met JouwWeb