De zichtbare Antropocene ontwikkelingen duiden op een toekomst die ontwrichtend zal blijken te zijn. Het wordt een tijdperk van ecologische en sociale erosie met schoksgewijze instortingen van levensondersteunende structuren. De lange duur ervan zal ongekend zijn op bovenmenselijke tijdschalen. De keten van oorzaken en gevolgen kennen hun logica, het is geen reeks van toevallige mislukkingen, maar het resultaat van een aantal structurele oorzaken. Waardoor en aan de hand waarvan een Antropoceentheorie kan worden opgesteld.
De verklaringen zijn te zoeken op evolutionair niveau, met de diepe eigenschappen van de menselijke soort die door natuurlijke selectie zijn gevormd. Mensen zijn een extreem succesvolle niche-constructie en -constructor gebleken, waardoor evolutionair voordelige eigenschappen hebben geleid tot hun tegendeel.
Het menselijk brein evolueerde om problemen in lokale en directe omgevingen op te lossen. Mondiale systemen zoals klimaat, biodiversiteit of geochemische cycli behoren daar niet bij. Hierdoor hebben mensen moeite met niet-lineaire processen, kantelpunten, lange feedbacklussen. En het gevolg is een systematische onderschatting van risico’s.
Er zijn zelfversterkende natuurlijke wetmatigheden in het spel, waardoor evolutionair succesvolle gedragingen op kleine schaal, hebben geleid tot planetaire instabiliteit. Mensen hebben een uitzonderlijk vermogen tot samenwerking ontwikkeld. En dezelfde samenwerking die onze soort succesvol maakte, brengt nu onze neergang met zich mee. Een andere interpretatie van de zichtbaar toenemende overshoot, de kenbare evolutionaire overshootwetmatigheden en de feiten van grenzen aan de groei op planetaire schaal lijkt ons niet mogelijk.
Overshootprincipes kennen een positieve feedbacklus van groei. Bij het hebben kunnen uitstellen van negatieve feedback zijn er zelfversterkende mechanismen opgetreden. De eigenschappen die onze soort evolutionair het meest succesvol maakten zijn precies de eigenschappen die de neergang mogelijk maken. Het Antropoceen is zo gezien niet slechts een historisch ongeluk, maar een bijproduct van het evolutionaire succes van Homo Sapiens. Wij spreken van de ‘evolutionaire val’ ofwel het Fuiktijdperk.
Het rechtop lopen op twee benen is een zeer diepe evolutionaire bronvoorwaarde voor het pad dat uiteindelijk tot het Antropoceen leidde. Vrije handen konden leiden tot manipulatie van de wereld. Vrije handen en gereedschapsgebruik gingen samen met veranderingen in de hersenen, er was sprake van een co-evolutie van hand en brein, zodat er een feedbacklus ontstond van vaardigheid en intelligentie.
Zo kon het Antropoceen ontstaan vanaf bronoorzaken via gelegenheidsoorzaken door een combinatie van rechtopgang, precisiegrip van de hand, grote hersenen, taal, samenwerking en energie-exploitatie. Zo werd emergente potentie gecreëerd voor latere contingente ontwikkelingen. Vanaf evolutionair-biofysische bronoorzaken via cultuurlijk-evolutionaire structurerende oorzaken konden zich historisch-cultuurlijke gelegenheidsoorzaken voordoen. Zo ontstond een causale gelaagdheid van miljoenen jaren naar de laatste eeuwen en decennia, met als niet onbelangrijk kenmerk: toenemende grootschalige samenwerking. Het Antropoceen is nu de donkere kant van menselijke samenwerking. Ons team ziet een keten van processen, structuren, patronen, die noodzakelijk eindigt in het Antropoceen als overmacht.
Hoewel vast niet volledig deterministisch zien wij nu het samenvallen van evolutionaire processen, energiecompetitie, cultuurlijke lock-in en pad-afhankelijkheid, waardoor het systeem niet op tijd van koers kan veranderen. Dit betekent dat endogene oplossingen te langzaam, conflictueus en onvolledig zullen zijn. Waardoor echte oplossingen onontkoombaar exogeen zullen moeten zijn. In die zin krijgen determinerende factoren de overhand ten koste van keuzevrijheid binnen het cultuurlijke domein. Ten koste ook van functionerende democratieën, rationele redelijke burgers en samenwerkingspotentieel.
Dat we dat niet op die manier gewend waren in het Holoceen is één van de paradigmatische problematieken van het Antropoceen zelf, die gerelateerd kan worden aan het antithetische element van de gevoerde discussie. Door de persoonlijke schermutselingen is dit nog scherper naar voren gekomen. Bij het andere team is het argument ‘dat kan je niet zo zeker weten’ en ‘als maar genoeg mensen …’ afhankelijk van functionerende democratieën en rationeel redelijke burgers, hetgeen ook de socioloog Habermas voor zich zag als ideaaltypisch. Doordat die grootheden nu logischerwijs snel en sterk verslechteren zijn deze moderne verworvenheden nu relativistische referentiepunten gebleken.
De mensheid ligt nu aan de ketting van de natuurcultuurverstrengelde krachten, hetgeen de planeet een oefenplaats voor frustratie maakt. De huidige gaande strijd binnen de cultuurlijke sferen, waarover de couranten en de kijkdoos u zovele mededelingen doen, is zowel een symptoom als een versterker van het Antropoceen. De krachten gaan Antropos te boven. Dat maakt de term Antropoceen tot een paradoxale. De logica van de verleden oorzakelijkheidsketen maakt de actuele ontwikkelingen en de toekomstige ontwikkelingen, hoewel contingent, logisch. Hetgeen betekent dat over de toekomstige ontwikkelingen veel te melden valt boven het precieze ‘wat’ en ‘wanneer’ uit.
Op het ‘wat’ en ‘wanneer’ is juist grote onzekerheid te melden, die er tevens precies onprecies voor zorgt dat er achter de feiten aangehold zal worden als zijnde onvoorzien en ontoereikend. Dit is precies onprecies wat we actueel zien gebeuren en wat naar de mening van ons team et al reeds te voorzien was wanneer de logica van de causale overmachtige gelaagdheid werd beseft die bij de start van de discussie drie jaar geleden op Klimaatveranda ook al te voorzien was.
Reactie plaatsen
Reacties