Antropocene bedding

Gepubliceerd op 1 mei 2026 om 21:26

De Antropocene bedding

  1. klimaatverandering is ingebed in een veel breder veld van Antropocene veranderingen. Het maakt deel uit van het Planetairy Bouderies frame.
  2. in het bredere debat is er wel degelijk heel veel filosofisch gedachtengoed van toepassing dat nu betrokken kan worden op Antropocene ontwikkelingen.
  3. daarbij gaat het over de gelaagdheid van de werkelijkheid, de gelaagdheid van kennisvormen (rationele kennis is ingebed in onze lichamelijke ervaringskennis), de inbedding in Deep en Big History, verhardende condtionering, procesfilosofie (die nu beter aansluit op de veranderingen dan de meer traditionele substantiefilosofie), metafysica en ook ontologie.
  4. het gaat niet alleen om weten tegenover niet-weten. Het gaat ook om denken en overtuigingen (bv. ontologie). Met het besef dat er heel verschillend wordt gedacht, vanuit heel verschillende overtuigingen over Antropocene ontwikkelingen, zowel aan de oorzaakskant als aan de gevolgkant. En toch kunnen we daar niet omheen door het te versimpelen en te reduceren zoals Goff doet.
  5. metafysica impliceert dat het om betekenis gaat. En ja, de Antropocene ontwikkelingen zijn van existentiele betekenis.
  6. ieders blik op de werkelijkheid start met een impliciete kijk daarop vanuit impliciete overtuigingen. Dit is iets om ons bewust van te zijn in Antropoceendebat. Het kan verhelderend werken om deze impliciete ontologie waar mogelijk exliciet te maken.
  7. optimisme / pessismisme, realisme / idealisme zal deels te maken hebben met karakter, maar in ieder geval ook met ontologisch mens- en werelbeeld.
  8. de unieke dynamische kenmerken van het Antropoceen nopen ons om opnieuw naar onze Holoceengerelateerde denkbeelden te kijken. We vertoeven in een nieuwe werkelijkheid.
  9. praktische transities moeten ingebed zijn in realistische theorie.
  10. de wetenschappen hebben een geschiedenis van specialisatie doorgemaakt. Dit is nu problematisch in het Antropoceen. Er is inter- en transdisciplinairiteit nodig. Met inzet van alle kennisvormen, niet alleen de logicistisch-analytische. De vraag is hoe die aspectuele kennisvormen methodisch kunnen worden gemaakt. Denk aan inheemse kennis.
  11. de mensengeschiedenis en de planetaire geogeschiedenis vallen nu samen. Wat betekent dit voor ons handelingsperspectief?
  12. er is sprake van toenemende natuur-cultuurverstrengeling, zoals we tot voor kort niet gewend waren. Dit is van invloed op onze traditionele denkbeelden. En ook op die noodzakelijke integratie van wetenschappen. Het sociotische kan niet meer los worden gezien van het geotische aspect. Er zijn aard- en sociale wetenschappers bezig om te komen tot zoiets als een geo-sociologie.
  13. maar het gaat verder dan geo-sociologie. Het sociotische aspect is ingebed in een range van andere zijnsaspecten. En de samenhang van alle zijnsaspecten komen niet uit zichzelf voort. Het denken is niet de bron ervan, en de werkelijkheid van de mens wordt niet door zichzelf geconstrueerd. We komen daarmee weer terug op het ontische als het totaal van onze aspectuele gelaagdheid van onze werkelijkheid. Die nu onder de dynamische verhardende condtionering staat van de geogeschiedenis van de aarde. Daarmee hebben we het, breder en dieper dan geo-sociologie, over een geo-ontologie. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.