Antropocenica(5); Dooyeweerd, Latour en Whitehead op lijn gebracht
De lagere en hogere aspecten bestaan nooit los van elkaar, maar worden alleen analytisch onderscheiden. D’s onderscheiding heeft betrekking op ervaringswerkelijkheid. Dat is de onlosmakelijke temporele subject-objectrelatie van de volle concrete werkelijkheid. We kunnen zijn analytische onderscheidingen ook toepassen op ‘wereld’. Dat is wat D zelf ook doet wanneer hij bijvoorbeeld de wetenschappen bespreekt. Het is immers bij uitstek de wetenschappelijke kennis die kan objectiveren en abstraheren. Werkelijkheid en wereld: het zijn twee en het onderscheid zit 'm bij Dooyeweerd in subject-object-relatie (werkelijkheid) en objectgerichtheid (wereld).
De aspectuele analytische onderscheidingen zijn ongescheiden in de volle concrete werkelijkheid en in ook de te abstraheren object-wereld. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille: onze gelaagde ervaring weerspiegelt de gelaagde wereld. Daardoor ook zijn wij in staat om ‘wereld’ (en daarmee wereldgeschiedenis) min of meer correct te beschouwen: doordat wij er ervaring van hebben. ‘Wereld’ en ervaringswerkelijkheid: ze weerspiegelen elkaar.
Zo komen we uit bij Latour. Bij Latour zijn ‘natuur’ en ‘cultuur’ geen gescheiden domeinen, maar ook geen puur abstracte onderscheidingen. Hij verstrengeld werkelijkheid en wereld (of maakt in het geheel dat onderscheid niet, dat weet ik zo niet). Het zijn verstrengelde praktijken waarin verschillende dimensies tegelijk opereren. De Dooyeweerdse aspecten zijn geen gescheiden domeinen, maar onderscheiden dimensies van één concrete ervaringswerkelijkheid. In de feitelijke wereldgeschiedenis zien we echter dat configuraties ontstaan waarin bepaalde aspecten pas expliciet en dominant tot uitdrukking komen.
Zo behouden we de historische dynamiek, zoals ook Whitehead die duidt. Voor de analyse van het Antropoceen levert dit op: én geen scheiding natuur/cultuur én geen reductie tot één verklaringsniveau én geen statisch schema. In plaats daarvan hebben we een gedifferentieerde, dynamische en niet-dualistische diagnose van hoe verschillende aspecten in concrete netwerken domineren, botsen en transformeren.
Dooyeweerd’s spreken over de ‘kosmische tijd’ en de situering van alle kennen binnen de menselijke ervaringshorizon impliceert dat zijn analyse altijd is ingebed in een historisch-epistemische context. Zijn lijst van (15) aspecten heeft geen definitief karakter. Hij laat expliciet ruimte voor verdere verfijning of uitbreiding. Dat maakt zijn systeem minder dogmatisch dan het soms wordt gelezen.
Dat maakt zijn aspectenleer open en ontwikkelbaar, afhankelijk van het verloop van de Antropocene ervaringswerkelijkheid (dit is subject-objectrelatie zoals bij Buber: onderscheiden (niet gescheiden) in ‘Ik-Gij’ en ‘Ik-Het’) en Antropocene wereld (de analytisch te beschouwen object-wereld, zoals de systeemtheorie dat min of meer doet).
Zo verschuift de aspectuele subject-object ervaringswerkelijkheid van een vaste kosmische orde naar iets dat mede historisch ontsloten wordt in te objectiveren evolutionaire en historische ‘wereld’geschiedenis. Dat maakt aansluiting bij het procesdenken van Whitehead en bij het verstrengeldenken van Bruno Latour aannemelijk. De aspecten zijn zo gezien geen star schema, maar een groeiend differentiatieraamwerk. Whitehead levert de ontologie van wording, Latour laat zien hoe die differentiaties praktisch en hybride tot stand komen.
Dan krijg we iets als: een modaal gedifferentieerde werkelijkheid die niet alleen geanalyseerd wordt, maar zich historisch verder differentieert in en door processen en netwerken.
Zo kan Dooyeweerd meer openheid en historiciteit worden toegedicht dan vaak wordt aangenomen. We kunnen zijn lijn van gelaagde ervaringswerkelijkheid doortrekken naar de emergentie van dezelfde aspecten in ‘wereld’. Ze corresponderen met elkaar, ze spiegelen elkaar, ervaringswerkelijkheid heeft ervaring van dezelfde aspectuele presentatie in ‘wereld’ omdat ervaring er uit voortgekomen is.
Het is een - in het licht van Antropocene proces en verstrengeling - noodzakelijke herinterpretatie van Dooyeweerd (van ‘werkelijkheid’ naar ook ‘wereld’). Een andere noodzakelijke herinterpretatie van zijn Antropoceen-toepasbare wijsbegeerte is gelegen in: immanent in plaats van transcendent. Zijn reformatorisch grondmotief (schepping–zondeval–verlossing) kan prima zo worden gelezen dat het alleen betrokken wordt op actuele-schepping-conti-nu. Die schepping is gewoon feitelijk, zoals Whitehead dat metafysisch duidt (Wording). Dat is ook inclusief het historisch aspect. De reformatoren zelf zullen daar wellicht niet zo blij mee zijn. De Hebreeuwse pannekoekenbakkers van 2200 jaren geleden (zonder de Grieks-dualistische invloeden waar de reformatoren mee besmet zijn) wellicht juist wel.
We kunnen Dooyeweerd’s kader vrij overtuigend ont-theologiseren door de modale orde te lezen als structurele differentiaties van de werkelijkheid zelf. Zijn idee van ‘wet’ is dan geen goddelijk decreet, maar de intrinsieke wetmatigheid van het zijnde. Zijn centraal idee van ‘hart’ is te begrijpen als existentiële gerichtheid. Het is het integratiepunt van ervaring. Die affectief is, ofwel volledig betrokken is op Betekenis. En die affectieve betekenis, laat dat nou weer precies slaan op heil en onheil. Waarbij er nu sprake is van een structurele ontwikkeling, die niet lineair is omdat kantelpunten, met hun zelfversterkende dynamiek, hetzij al overschreden zijn, hetzij rap worden genaderd. Dit brengt grote onzekerheid met zich mee in onheilzame betekenis voor de lange termijn.
Als diagnostisch analysemiddel is dit bijvoorbeeld toe te passen op de tekst van https://www.ipsnews.be/artikel/conflict-iran-jaagt-niet-alleen-de-voedselprijzen-de-hoogte-maar-toont-ook-de-mechanismen . Daarin zien we hoe processen aspectueel gelaagd en verstrengeld zijn. Die gelaagdheid en verstrengeling hebben een ruimtelijke en ook een temporele component. Ruimtelijk: het infecteert in onheilzame zin de hele wereld. Temporeel: er is een gemengd beeld omtrent de onheilzame effecten nu en straks. Het heeft een doorwerkende werking. Wat nu speelt is symptomatisch voor wat we in toenemende mate in de toekomst kunnen verwachten.
Reactie plaatsen
Reacties