1. De standvastigheid van de Antropocene dynamiek aan de hand van atmosferisch CO2

De Antropocene dynamiek is complex EN uiterst standvastig. Daar zijn dan dus patronen en structuren en wetmatigheden uit af te leiden. Dat is ook wat Antropoceentheorie nodig maakt, weliswaar inclusief complexe systeemtheorie en andere wetenschap, maar ook meer dan dat. Het gaat ook om een filosofische theorie. Wat betreft specifiek CO2 het volgende.

Rekening houdend met:

- de basisdissipativiteit-pp* x verwacht aantalverloop,

- het hockeystick-patroon van atm CO2,

- het feit dat er de laatste decennia versnelling is opgetreden in stijging van atm CO2

- het feit dat de wereldwijde energiebehoefte de komende jaren niet afneemt

- maar integendeel nog steeds stijgend is

- het feit dat de energietransitie weliswaar snel gaat

- maar dat deze tegelijk gepaard gaat met een toenemende energievraag

gaan we zonder meer voorbij de verdubbeling van CO2 t.o.v. pré-industrieel. Wanneer? We weten het niet, maar we kunnen er wel indicatieve scenario’s op los laten. Scenario’s van afnemende  atm CO2 stijging (!: afname van de stijging – die zich tot nu toe niet vertoont heeft, in tegenstelling tot stijging van de stijging) in % jaar op jaar.  (Jaar 1 is 1% van 100, jaar 2 1% van 99, jaar 3 1% van het jaar daarvoor enz.) 

1% : in 2100 zitten we op 560 ; (= precies de verdubbeling)

2% : in 2126 zitten we op 538 ; (de 0,5 is bereikt in 2106)

3%: in 2126 zitten we op 518 ; (de 0,5 is bereikt in 2079)

4% : in 2126 zitten we op 508 ; (de 0,5 is bereikt in 2066)

5% : in 2126 zitten we op 502 ; (de 0,5 is bereikt in 2058)

6%: in 2126 zitten we op 498 ; (de 0,5 is bereikt in 2052)

7%: in 2126 zitten we op 495 ; (de 0,5 is bereikt in 2049) 

Er is dus vanaf nu 7% daling van de stijging jaar op jaar nodig om rond 2050 uit te kunnen komen op de zeer ambitieuze doelstelling van '2050-net-zero', maar dan is het nog steeds niet net-zero. En een aantal grote landen hebben die doelstelling of niet gehad (China, India), of weer losgelaten (VS expliciet en vele andere landen impliciet). Net-zero kan alleen met negatieve emissies tegenover de emissies die voortkomen uit de basisdiss. Die 7%, daar zijn we 1 x een jaar dicht bij in de buurt geweest, tijdens Corona.

De techniek voor die negatieve emissies is er bij lange na nog niet en zal zelf ook weer diss met zich meebrengen. 

Het actuele CO2 niveau is ongeveer 430 (2026), het pré-industriële is ongeveer 280. De laatste 10.000 jaar tot pré-industrieel was de CO2 licht stijgend van ongeveer 265 naar 280. 

De huidige inschatting van klimaatgevoeligheid per verdubbeling van CO2 ligt tussen 2,5 en 4 graden, met een nog in discussie zijnde gemiddelde consensus rond of iets boven de 3 graden. Toch geeft de versnelling van opwarming te denken en James Hansen heeft vooralsnog niet ongelijk. 

Er is geen rekening gehouden met: - de andere broeikasgassen; versterkende feedback door kantelpunteffecten; de verwachtte natuurlijk afname van de opnamecapaciteit; technologische CO2-verwijdering. 

* basisdissipativiteit-pp* is de minimaal benodigde diss om op redelijk menswaardige wijze in leven te blijven. Daar ontkomen we niet aan, vanuit endogene factoren. Wel vanuit exogene uitstervingsfactoren. Basisdiss is gekoppeld aan basisbehoeften. Hier in dit voorbeeld is deze x aantal gesteld op 0,5 ppm stijging. Als alle overtollige CO2 gereduceerd is, blijft dit over als niet-overtollig. Dit getal is een hypothetische indicatieve aanname, als het iets lager is, dan wordt verdubbeling net zo goed bereikt, maar dan iets later. We zijn gefixeerd op 2100, maar die fixatie moeten we natuurlijk loslaten omdat de dynamiek niet stopt per 2100. 

--

2. Reëele actuele ontwikkelingen in een dynamiek van verhardende conditionering. (aan de hand van het rapport van Lenton2020) (1)

De bevindingen van Tim Lenton 2020 geven aan dat het klimaatsysteem waarschijnlijk veel dichter bij gevaarlijke omslagpunten zit dan eerder werd gedacht. En dat sommige daarvan mogelijk al in gang zijn gezet. Dat betekent, er vanuit gaande dat hun feitelijke basisgegevens dan al voor 2020 zijn vergaard, dat we nu minstens zeven jaren verder zijn. Die zeven jaren hebben verder verslechteringen laten zien op nu zeven van de negen kritieke planetaire grenzen en op de nadering van die gevaarlijke omslagpunten.

Sommige kantelpunten zijn al actief in hetzij hun overschrijdingspunt hetzij hun onontkoombare overschrijdingspunt, uitgaande van een overzienbare periode van de toekomstige tien jaren. Het zijn onomkeerbare veranderingen op zeer lange tijdschalen: het smelten van de Groenlandse ijskap en delen van West-Antarctica, verlies van Arctisch zee-ijs, afsterven van koraalriffen, verzwakking van het Amazonewoud, ontdooiende permafrost. Indirect is dus ook de zeespiegelstijging al onomkeerbaar.

Het grootste gevaar zijn de cascade- en domino-effecten, mogelijk richting een ‘Hothouse Earth. (Hier doet het schrappen van het BAU-scenario niets aan af, zoals ons beider teams wel weten.) We kunnen vanwege de onzekerheid niet afwachten, het noodzaakt juist tot maatregelen met alle hennen aan dek. Dit nu is juist in strijd met de actueel gaand dynamiek, die de komende jaren bepaald, terwijl juist diezelfde komende jaren van cruciaal belang zijn om al die hennen aan dek te krijgen.

Er zijn in hun rapport ook ‘positieve tipping points’ mogelijk. Ten eerste is dit gedacht vanuit de abstracte systeemtaal, ten tweede is de dynamiek de andere kant op, ten derde, als het technologie betreft dan hollen technologische ontwikkelingen, hoewel zeer snel gaand, nog steeds achter de nog sneller toenemende energievraag aan.  Kleine beleidsveranderingen of kostenverlagingen kunnen weliswaar leiden tot snelle, en mogelijke zichzelf versterkende transities, maar de structurele dynamiek op gebied van beleidsveranderingen en andere sociotische aspecten gaat momenteel niet in die richting in deze uiterst cruciale jaren. Snelle maatschappelijke omslagpunten liggen momenteel gewoon niet in het verschiet.

We zijn er juist verder van weggeraakt tussen 2019 en anno nu 2026. Op een aantal technologische domeinen hebben zeer snelle ontwikkelingen plaatsgevonden die desondanks toch geen positieve tipping points genoemd kunnen worden omdat we moeten kijken naar het saldo. We moeten niet enkel met oogkleppen op naar de energietransitie kijken, waar we inderdaad het glas op zouden kunnen heffen. Het glas is realistisch gezien half leeg, helaas. Daar hoeven we echt geen pessimist voor te zijn.

Op het systeemniveau van wereldwijde emissiereductie gaat de transitie nog steeds te langzaam om de klimaatdoelen veilig te halen. De positieve omslagen bestaan, maar ze winnen nog niet snel genoeg van de negatieve trends. De voorbeelden van succes die n.a.v. het rapport van Lenton2020 worden aangehaald, ( hernieuwbare energie, elektrische voertuigen, warmtepompen en elektriciteitsopslag, kapitaalverschuiving van fossiel naar schone technologie) geven een zeer gemengd beeld en zijn, nogmaals, tot nu toe ontoereikend om de klimaatdoelen te halen. Bovendien brengen ze andere dissipatie met zich mee, bv. op het gebied van grondstoffen.

De olie- en gasinvesteringen blijven veel te hoog. De geopolitieke spanningen versterken juist de fossiele productie. Sommige regeringen draaien klimaatbeleid deels terug. En daar waar ogenschijnlijk wordt versneld door de huidige energiecrisis, gebeurt dat hoofdzakelijk om andere redenen dan klimaatambities.

Lenton zelf zegt tegenwoordig ook iets explicieter dat de wereldeconomie nog “veel te langzaam decarboniseert”. En dat positieve tipping points actief versneld moeten worden door beleid. Die oproep, dat pleidooi bevat nogal wat praktische knelpunten, zoals we inmiddels (kunnen) weten als we de actuele nieuwsgaring bijhouden.

--

3. Reële actuele ontwikkelingen in een dynamiek van verhardende conditionering. (aan de hand van het rapport van Lenton2020) (2)

Ondanks de enorme snelheid gaat de energietransitie niet snel genoeg om de Parijs-doelen te halen. Tegelijk zijn naast de klimaatrisico’s, ook de risico’s op andere PB-domeinen toegenomen. De paradox van 2026 is dus: de positieve omslagen waar Lenton op hoopte blijken reëel, maar de negatieve PB-trends ontwikkelen zich óók sneller dan gehoopt. Dat maakt de komende 5 - 10 jaren beslissend.

In de psychisch-sociotische sferen is er sprake van ervaringen van verlies van stabiliteit, met groeiende onzekerheid, statusangst, economische druk, identitaire polarisatiepatronen met cultuuroorlogen en (een gevoel van) bestuurlijke machteloosheid. De voedingsbodem hiervoor werkt zelfversterkend langs patronen van polarisatie, autoritaire verlangens, anti-democratische reflexen, vijanddenken en hardere identitaire politiek.

Wanneer mensen het gevoel krijgen dat de wereld hun geen betrouwbare toekomst meer biedt, zoeken zij vaak naar eenvoud, zekerheid, orde en duidelijke schuldigen. Dat is een diep menselijk mechanisme. In tijden van ervaren ontregeling groeit vaak de aantrekkingskracht van sterke leiders, simpele verhalen, gesloten identiteiten, nationalisme, nostalgie, en vijandbeelden. Dat is precies wat we zien. Historisch is dat niet nieuw, maar het doet zich voor in een unieke nieuwe context, die sterk structurend en zelfversterkend werkt in een richting van verhardende conditionering. In het Antropoceen heeft het een mondiale schaal gekregen in een dynamiek van gaande en dreigende onomkeerbaarheid.

Hierdoor ontstaat een dubbele crisis van zowel ecologische als ook psychisch-sociaal-politieke spanningsopbouw. Het is een pijnlijke paradox: hoe groter de noodzaak tot collectieve coördinatie, hoe moeilijker collectieve coördinatie psychologisch en politiek wordt. Dat zien we op veel niveaus terug. Van klimaatbeleid, migratie, energie, landbouw, internationale samenwerking en ver-/wantrouwen in instituties. Er is fragmentatie gaande onder een geopolitieke instabilisering.

De geschiedenis verloopt zelden lineair, maar de toenemende onomkeerbaarheid van al decennia gaande en versterkende overshoot heeft nu wel deze eenzijdige lineair- structurerende richting. De richting is zelfversterkend. De onzekerheid is groot en niet-lineair binnen lineaire, steeds stelliger wordende systemische spanningsopbouw. Het is, als vergelijking, net zo lineair als de trend van toenemend atmosferisch CO2. Net zoals er bij atm CO2 sprake is van een sterk wetmatig seizoenspatroon, zo is ook de brede en diepe natuurcultuurverstrengelde dynamiek flucturend binnen een sterk langetermijnpatroon. Dat is de huidige flucturend-lineaire dynamiek, die naar haar uit-der-aard niet zomaar doorbroken kan worden. Het is de tijdsdimensie die alles intenser maakt.

Als ecologische druk stijgt, politieke fragmentatie toeneemt en besluitvorming verlamt, - wat nu al jaren gaande is als sterke kracht -, dan wordt de kans steeds kleiner dat samenlevingen tijdig en coherent reageren. Veel samenlevingen lijken tegelijk overprikkeld, vermoeid en angstig te raken. En angstige samenlevingen nemen vaak slechtere langetermijnbesluiten. Ze trekken zich terug in identiteit, in ontkenning, in cynisme, of in autoritaire verlangens. Er zijn weliswaar tegenkrachten, met een herwaardering van publieke instituties en een dieper besef van onderlinge afhankelijkheid. En dat zou je ook een soort van onderstroom kunnen noemen, maar het gaat om de dynamiek van de verschuivende krachtsverhoudingen. De sterke krachten, die als natuurcultuurverstrengelde krachten moeten worden gezien, liggen aan de kant van toenemende spanningsopbouw en conflict.

Wij willen hier op deze plaats nadrukkelijk gezegd hebben: we hebben het hier over de gaande dynamiek. Dat wil hier expliciet betekenen: niet over resultaat in de zin van precies hoe en wat en wanneer kantelpunten zich zullen voordoen. 

--

4. De Antropocene dynamiek, geduid als reactie op het rapport van Laybourn et al 2023 ('Risico op ontsporing: een systeemanalyse die risico's identificeert die de transitie naar duurzaamheid in gevaar kunnen brengen.')

Opmerking vooraf: Laybourn2023 gebruikt systeemtaal. Onder druk staande ecosystemen zetten de menselijke capaciteit tot gezamenlijke oriëntatie onder druk. Laybourn2023 ziet nog zoiets als de mogelijkheid of kans dat menselijke samenlevingen natuurlijke systemen weer weten te stabiliseren en/of om binnen die instabiliteit toch menswaardig en democratisch te blijven leven.

Dat lijkt ons nogal een onmogelijke spagaat. We zouden juist nu collectiever, wijzer en zorgvuldiger moeten worden, terwijl de maatschappelijke dynamiek ons eerder versnipperder en reactiever maakt. Er is urgentie nodig terwijl een duidelijke collectieve stuurkracht afneemt. Mensen voelen aan dat hun individuele handelingen snel zinloos worden tegenover de mondiale dynamiek. Het individu voelt zich machteloos, het voelt zich bedreigt én het individu wil toch ook niet daar de hele dag mee bezig zijn. Zhij past zijnsvergetelheid of zorgeloosheid meer of minder bewust toe. Zhij wil nog een beetje ‘lekker’ en voor zover mogelijk zorgeloos kunnen leven en/of zich beschermen tegen deze overmacht. Tegelijk betekent dat niet dat de mens niet meer zijn zorg steekt in zorgen-voor, in trouw, in waardigheid, in aandacht, in gemeenschap, in het beschermen van wat kwetsbaar is. Het beeld is dubbel. Met andere woorden: de spagaat, of ambivalentie, huist niet enkel in het maatschappelijk sociotische, maar ook in het psychische aspect.

Praktisch gezien zien we dat mensen die psychologisch het meest draagkrachtig blijven in deze tijd vaak niet degenen zijn die alles ontkennen, of alles proberen te controleren. Het zijn degenen die proberen hun waarneming helder houden, verbonden te blijven met anderen, lokaal betekenisvol handelen, een ritme bewaren, EN zich tegelijk niet volledig laten opslokken door permanente mondiale dreiging. Dit is juist een manier om bewoonbaar te blijven binnen de werkelijkheid.

De combinatie is (dus) deze: lokaal betekenisvol handelen EN zich niet volledig laten opslokken door permanente mondiale dreiging. Ondertussen gaat de Antropocene dynamiek onherroepelijk door.

Praktisch gezien, om gezond te blijven, kunnen we over het algemeen maar het beste de schaal verkleinen zonder naïef te worden. We kunnen niet voortdurend leven op het niveau van besef van de mondiale schaal. Mensen zijn evolutionair niet gebouwd om permanent planetaire crises, geopolitiek, klimaatscenario’s, en al die verontrustende informatiestromen tegelijk emotioneel te dragen. Een leefbare wereld begint in concrete relaties, ritmes en zorgpraktijken.

We moeten inmiddels een tragisch beeld toelaten. Maar een tragischer beeld zou desondanks toch kunnen betekenen dat het nu beter bij de gaande Antropocene dynamiek past. Dat hoeft niet als een mislukking te voelen, of als doemdenken, of als fatalistisch. Het heeft te maken met het proberen te overzien waar de mens nu (in en voor) staat, in welke geo-bedding. Het is de geo-blik van de vele miljoenen jaren. Die blik kan ook met zich meebrengen, een besef dat de mens metaforisch gesproken ‘gewoon’ ‘eendenkroos’ is, onderhevig aan evolutionaire ‘konijnen’patronen van overshoot.

Kwetsbaarheid, eindigheid, onzekerheid en verlies horen bij het mens-zijn. De interpretatie daarvan getrokken naar het Antropoceen zou zo gezien kunnen worden dat die kwetsbaarheid, eindigheid, onzekerheid en verlies nu van een andere, grotere orde is dan deze in de Holocene geschiedenis is geweest. We kunnen de overgang van Holoceen naar Antropoceen, - hoewel een fase die tijd inneemt - , zien als een radicale breuk vanwege een paar cruciale juist tegengestelde kenmerken tussen het in zekere zin gunstige Holoceen tegenover het in zekere zin ongunstige Antropoceen. We hoeven dit niet te zien als cynisme, of fatalisme, maar als verdieping vanuit een planetair of geologisch-evolutionair tijdsbesef. Dit maakt ook dat wij zeggen: het kernkantelpunt ligt al in de evoluitonaire ontwikkeling van het verleden. Hetgeen niet wil zeggen dat er niets meer (aan) te doen is. Op elk moment is er de mogelijkheid van vertragen&verzachten.

Ook voor soorten is er een tiet van kommen en een tiet van goan. Als die tiet niet persé uitsterving betekent voor een bepaalde soort, welke dan ook, dan toch wel een tiet van duurzaam onheil. Soms kan niet te laat sterven een gevolg met zich meebrengen dat niet alleen duurzamer maar ook heilzamer is dan een tietlang in ellende moeten leven.

--

5. Kunnen we wel of niet zelf kiezen of we volledig meegetrokken worden in chaos en ellende?

De beschaving staat nu onder de dynamische druk van de unieke kenmerken van het Antropoceen, waaronder de duidelijk zichtbare toenemende overshoot die voor een deel – een uiterst belangrijk deel, als we kijken waar de wereldbevolking woont en van afhankelijk is - al onomkeerbaar is. Het is wat de zeespiegelstijging betreft enkel nog een kwestie van tijd en de stijging zal onomkoombaar versnellen. Het is de gaande dynamiek die gaat in de verhardende richting van ontwrichting en instorting. Op z’n minst is de richting niet hypothetisch en gezien de onomkeerbaarheid het resultaat ook al niet meer. Daarnaast: er schuilt naar onze mening een risico in te snelle existentiële of spirituele taal, zoals “zachte krachten” of “opbouwen van veerkracht”. Het risico is dat deze taal de materiële ernst van de situatie verzacht of abstraheert.

Het Antropoceen is niet alleen een innerlijke of culturele crisis. Het is ook een fysische, ecologische, energetische, en geopolitieke realiteit. En daarin zijn inmiddels processen gaande die traag, cumulatief, en onomkeerbaar zijn op menselijke tijdschalen. Het individu is daar ‘gewoon’ onomkoombaar aan onderhevig. Ook innerlijke wijsheid is dat. Innerlijke wijsheid is onderhevig aan dorst.

De mondiale dynamiek gaat momenteel richting grotere ontwrichting. Dat zien we op alle niveaus van de aspectuele gelaagdheid. Het is een toenemende fragiliteit en verlies van samenhang. Wat het Antropoceen uniek maakt, is precies dat de destabilisatie niet meer lokaal is. Vroegere beschavingen konden instorten terwijl andere regio’s stabiel bleven en nieuwe expansie mogelijk was, hetzij op andere plekken door volksverhuizingen doordat ecosystemen aldaar weer nieuwe kansen en mogelijkheden voor cultuurlijk herstel boden.

Nu raakt de totale samenhang (klimaat, oceanen, biodiversiteit, grondstoffen, energie, migratie, voedsel, informatie, geopolitiek) steeds sterker mondiaal gekoppeld. Het nieuwe dat hieruit ontstaat is dat er geen sprake meer is van regionale maar van een planetaire onderling wederzijdse, wisselwerkende, zich versterkende, toenemende totaalkwetsbaarheid.

Wanneer overshoot lang genoeg doorgaat, wordt terugkeer naar eerdere stabiliteit steeds moeilijker. Zelfs wanneer er onverhoopt toch toenemende samenwerking plaatsvindt – hetgeen logischerwijs niet in de lijn der verwachting ligt gezien de gaande dynamiek. Met andere woorden: het venster sluit zich; we kunnen realistisch on-hypothetisch spreken van een Fuiktijdperk. Er is al grootschalig werkelijk verlies gaande, niet alleen risico op toekomstig verlies. Dat maakt de affectieve ondertoon van deze tijd ook zo zwaar: veel mensen voelen intuïtief dat het niet meer alleen gaat om ‘voorkómen’, maar ook om omgaan met onomkeerbaarheid, verlies en onzekerheid. Maar deze laatste drie dekken de lading nog niet. We zullen onherroepelijk geconfronteerd worden met dat waar we helemaal niet mee kunnen omgaan: chaos en ellende.

De huidige dynamiek bevat reële tendensen richting verharding, autoritarisering, ecologische stress, conflict en ontwrichting van complexe systemen. Hier zijn de beide teams het wel over eens dunkt ons, al was het alleen maar omdat we hier hoofdzakelijk in de systeemtaal vertoeven. Maar de vervolgkwestie is dan: wat betekent ‘goed’ handelen nog wanneer geen goede afloop meer mogelijk wordt? En die vraag waar we mee begonnen: kunnen we wel of niet kiezen of we zelf volledig meegetrokken worden in chaos en ellende? Het dringt zich onvermijdelijk aan ons op, en wel op planetaire schaal – we kunnen niet uitwijken, nergens naartoe, zonder dat de problemen worden versterkt op bovenmenselijke tijdschalen.

Welke vormen van menselijkheid, solidariteit en waarheid kunnen standhouden binnen een instabielere eeuw? Dat is geen optimistische formulering, maar het is ook niet identiek aan nihilisme. Het erkent de ernst van de overshoot, de mogelijkheid van blijvend verlies én het feit dat menselijke betekenis niet volledig samenvalt met systeemcontrole.

De vraag hoe we waardig blijven wanneer we zelf keihard getroffen worden in alle facetten van ons bestaan is niet zonder meer te beantwoorden. Al helemaal niet door het systeemdenken. Maar hij is wel degelijk te beantwoorden onder het besef van een realistische en inmiddels niet meer hypothetische realiteit.

Zo kunnen we ons er best wel een realistische voorstelling van maken aan de hand van een niet-hypothetisch voorbeeld: de combinatie van de smeltende Himalaya en de zeespiegelstijging, betrokken op Deltagebieden in Zuid-Oost Azië. Het kan niet anders in de concrete taal van Affectieve Betekenis: het zal chaotisch en ellendig verlopen met een olievlekwerking over de rest van de wereld. De zeespiegelstijging is onomkeerbaar, de smelt van de gletsjers (de derde pool, de grootste zoetwatercontainer van de wereld) ook. De delta’s zijn zeer kwetsbare regio’s met miljoenen tot miljarden mensen. Hun voorland verzuipt, hun achterland verdroogt, de chaotische trek naar de megapolen brengt extra druk op de droogteverschijnselen met zich mee, al het grondwater zal (moeten) worden opgepompt, de steden zullen daardoor verzakken, de voedselvoorziening verzuipt en verdroogt. Het is geen onzekerheidshypothese meer in de taal van Affectieve Betekenis, terwijl het dat in de waarschijnlijkheidstaal van de systeemwetenschappen nog steeds zal moeten blijven omdat die taal zo strak gebonden is aan het logisch-analytische aspect. Er is ook een andere logica. Dit voorbeeld mogen wij ons hier aantrekken omdat het een kwestie van tijd is dat dat zich hier in Nederland ook zal voltrekken. Het kan niet anders: het zal chaotisch en ellendig verlopen, met olievlekwerking naar de rest van de wereld. Wat dacht u van de Miami’s van deze wereld?

Bij dit voorbeeld zal beseft moeten worden dat het nog lang niet het hele verhaal is. Het moet gezien worden in het licht van de verstrengeling met alle andere overschrijdingen van planetaire grenzen.

Hoe de mens zal reageren is ook een kwestie van instinctieve irrationele driften en drang. We zullen logischerwijs de natuurlijke neiging hebben om onszelf en onze kleine kring als eerste te willen beschermen. Maar ook dit zorgt voor een zelfversterkend effect op ‘hoger’ niveau , zowel ruimtelijk als temporeel gezien. Want we zullen dan echt niet op planetair niveau of in soortstructuren denken. We moeten overleven, we hebben genoeg aan onze eigen dagdagelijkse hachelijke situatie. We hebben dan uiteraard geen energie, tijd, geld of wat dan ook nog over voor het existentiële probleem op het enige niveau waarop dat valt aan te pakken: het planetaire. Zelfs vertragen&verzachten ligt dan niet meer in het verschiet. Het wordt chaos, ellende, pijn, honger, dorst - op een schaal waarop zich dat nog nooit heeft vertoond in de mensengeschiedenis.

We zullen in die omstandigheden keuzes maken, moeten maken in split seconds. We hoeven daar geen al te optimistisch mensbeeld op los te laten. Dat is dan wel weer wat de geschiedenis heeft bewezen in dergelijke vergelijkbare tijden van slachting.

De menselijke ervaringsstructuur is een temporele subject-objectstructuur met een voorstellingsvermogen (o.a. – er valt aan de hand van Dooyeweerd wel meer over te zeggen)  en het is nu een kwestie van tijd wanneer welke ellende en chaos zich zal voordoen. Naarmate er meer onomkeerbaarheid plaatsvindt is de fixatie op 2100 een farce.

--

6. Realiteitsbesef via nieuwsgaring, enkele voorbeelden

Waar niet zo gauw aan gedacht wordt bij Antropocene problematiek is 'zand'. Normaal gesproken geldt de wijsheid: laat u geen zand in uw ogen strooien. Terwijl we dat kennelijk toch ongemerkt toelaten, zo blijkt uit: https://www.downtoearth.org.in/environment/sand-demand-surges-fivefold-in-five-decades-raising-global-environmental-concerns-says-un-report

De wereldwijde vraag naar zand is tussen 1970 en 2020 vervijfvoudigd, van 9,6 miljard ton tot ongeveer 50 miljard ton, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 3,2 procent. Dit leidt tot ernstige milieu- en duurzaamheidsproblemen wereldwijd, aldus een nieuw rapport van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) dat op 12 mei 2026 is gepubliceerd.

Het rapport, 'Zand en duurzaamheid: een essentiële hulpbron voor natuur en ontwikkeling', benadrukt dat de wereldwijde vraag naar zand en grind blijft stijgen als gevolg van vier factoren: bevolkingsgroei, migratie van het platteland naar de stad, infrastructuurontwikkeling en veranderende levensstijlen die een grotere bebouwde oppervlakte per persoon vereisen.

Volgens het rapport is de wereldbevolking gestegen van 3 miljard in 1960 tot ongeveer 8,2 miljard in 2025 en zal deze naar verwachting 9,6 miljard bereiken in 2050. De verstedelijking is sterk versneld: in 2025 woont bijna 45 procent van de wereldbevolking in steden, meer dan het dubbele van het aandeel in 1950. De gemiddelde bebouwde oppervlakte per persoon is toegenomen van 43 vierkante meter in 1975 tot 63 vierkante meter in 2025, wat een weerspiegeling is van steeds materiaalintensievere ontwikkelingspatronen.

Het rapport waarschuwt dat de vraag naar zand in de bouwsector alleen al met 45 procent zou kunnen stijgen tegen 2060, terwijl tekorten nu al infrastructuurprojecten in verschillende regio's verstoren.

Voor verder nederig stemmend realisme, zie https://www.downtoearth.org.in/forests/fuelwood-demand-emerges-as-major-driver-of-global-forest-loss-un-report#google_vignette

  • De wereldwijde bosoppervlakte is tussen 2015 en 2025 met meer dan 40 miljoen hectare afgenomen.
  • Dit werd voornamelijk veroorzaakt door de uitbreiding van de landbouw en de sterk gestegen vraag naar brandhout en houtskool.
  • Zuid-Amerika en Afrika leden de grootste verliezen, terwijl de toezeggingen voor herstel achterblijven.

Of zie https://www.downtoearth.org.in/food/cascade-of-geopolitical-shocks-has-handed-agrifood-corporations-a-windfall-report 

Het rapport, 'De nieuwe geopolitiek van voedsel' , documenteert hoe handelsoorlogen, militaire conflicten en het uiteenvallen van internationale instellingen niet alleen de kosten hebben verhoogd, maar ook kansen hebben gecreëerd voor dominante bedrijven om hun winstmarges te vergroten ten koste van het publiek.

Of zie https://www.downtoearth.org.in/economy/debt-crisis-deepens-gender-inequality-puts-millions-of-womens-jobs-lives-at-risk-undp

  • De snel stijgende staatsschuld in ontwikkelingslanden vergroot de genderongelijkheid.
  • Vrouwen zijn de grootste verliezers als het gaat om banenverlies, inkomensdalingen en een verslechterende gezondheid, omdat overheden budgetten omleiden naar de aflossing van staatsschulden.
  • Bezuinigingen op de gezondheidszorg, sociale bescherming en openbare diensten dreigen de behaalde ontwikkelingsresultaten teniet te doen.
  • Het brengt bovendien wereldwijd het levensonderhoud en het leven van miljoenen vrouwen in gevaar.

Het zijn maar enkele voorbeelden. Ze doen zich voor in een zeer cruciaal tijdsgewricht, met nog maar een zeer kort venster van enkele jaren voor beperking van de problematiek. 

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb