procesfilosofie en de taal van het Leven Zelf

Gepubliceerd op 6 mei 2026 om 09:13

Wanneer we het Antropoceen beschouwen moeten we beoordelen wat realistisch is en wat naïef. We moeten kijken naar patronen, structuren, dynamiek, wetmatigheden. Het is precies de procesfilosofie die nu sterk overeenkomt met wat er gaande is. De procesfilosofie is daarmee een ontologie die het ontische zo goed mogelijk kan beoordelen. Het gaat om krachten en krachtsverhoudingen. We weten intuïtief dat dezen nu aan het verschuiven zijn. Dat maakt de procesfilosofie tot een diagnostisch instrument. En dat instrument staat niet haaks op die van Dooyeweerd. Integendeel: de werkelijkheid is een verstrengeld-gelaagde temporaliteit als Werking, als Wording. Het is  de gelaagde actualisatie uit de actueel vigerende mogelijkheden. Wellicht valt zo 'Dooyeweerd' en 'Whitehead' te combineren als één diagnostisch instrument.

Whitehead zegt met andere woorden dat het de verschuivende Bedding is, die verschuift door de kracht van het stromen, die medebepalend is voor de mogelijkheden van Creativity. Waardoor de totale rivier nu, met alles erop en eraan, d.w.z. van onderste/eerste aspect t/m bovenste/laatste aspect, als Antropoceen Gesternte moet worden gezien in plaats van pré-Antropoceen Gesternte. Maar wat betekent dat dan: Antropoceen Gesternte? Slaat het niet op een bepaalde overmacht, waar niet alleen al het cultuurlijke, maar ook alle organismen aan onderhevig zijn? Zo ja, welke cultuurlijke bijsturingsmacht heeft de mens dan nu nog? En hoe verschuift die bijsturingsmacht? In welke richting? Onder welke procesmatigheden? Die cultuurlijke bijsturingsmacht is gerelateerd binnen het geheel. Moesten we deze dan maar niet eens ernstig gaan relativeren? Dat is wel hoe team Lont erin staat.

Wat we over de realiteit weten, dus ook over het verleden, is meer dan wat empirisch-historisch erover te zeggen. We kunnen immers, zoals Whitehead op metafysische wijze gedaan heeft, de natuurcultuurverstrengelde wetmatigheden ervan opsporen. Dit betreft niet alleen de wetmatigheden binnen het gerealiseerde, maar ook hoe het gerealiseerde steeds conti-nu geschapen wordt. Het betreft dus ook de voorafgaande bronoorzakelijke primordialiteit ervan, die voorwaarden-scheppend werkt. Hoe we die twee typen wetmatigheden kunnen opsporen, - de wetmatigheden van binnen de gerealiseerde aspectuele gelaagdheid en de temporele of processuele wetmatigheden van de bronoorzakelijkheid daarvan - kunnen we ook betrachten aan de hand van het oorspronkelijk taoïsme. Dus niet de normatieve van Confusius en ook niet dat wat in hexagrammen wordt gepresenteerd.

Dat zijn kennislagen die instinctmatig-intuïtief, voor- en bovenwetenschappelijk (ofwel voor- en bovenrationeel) zijn. Voorwetenschappelijk: we worden er mee geboren, hoewel uiteraard niet gearticuleerd. Bovenwetenschappelijk: we hebben het in de loop van onze persoonlijke ontwikkeling op ons in laten werken en tot ons door laten dringen, terwijl we tegelijk wetenschappelijke kennis hebben. Het is de kennislaag van Buber, van de mystiek. Het is weetvoelen. Het is de taal van het Leven Zelf, met al zijn affectieve zeggingskracht over heil en onheil. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.