het Antropoceen is een bovenrationeel traject

Gepubliceerd op 6 mei 2026 om 09:24

Waarom volgt het Antropoceentraject een bovenrationele logica? (met een Nederlands voorbeeld)

De unieke Antropocene structuurkenmerken, waaronder toenemende massieve overshoot op 7 van de 9 kritieke planetaire grenzen, brengen een dynamiek met zich mee die gaat in de richting van verhardende conditionering. Overshoot ondermijnt het vermogen om nog adequaat te reageren. We zien dit op de verschillende niveaus terug die de aspectuele gelaagdheid van de werkelijkheid representeren: (a) Fysisch: toenemende opwarming, chemische vervuiling, stikstof- en fosforkringloop; (b)Ecologisch: systemen worden schokgevoeliger; (c) Sociaal: minder collectieve slagkracht en (d) Temporeel: reagerend op het gerealiseerde traject. We kunnen dit noemen: structureel achter de feiten aanlopen.

Relaties verharden, mogelijkheden vernauwen en systemen raken gekanaliseerd. De voorheen meanderende Bedding, die rijkere realisatie mogelijk maakte uit levensondersteunende mogelijkheden, wordt strakker en beperkender. We zullen zo gezien een tragisch realisme moeten betrachten, ondersteund door realistische Antropoceentheorie, die wetmatigheden, patronen, structuren en dynamiek opspoort. Wij noemen dit antropocenica. Hoewel de uitkomsten niet volledig vastliggen, geldt wel: we zijn laat, de ruimte krimpt, uitkomsten worden ongunstiger, minder heilzaam, riskanter, ongelijker. Het probleem is niet alleen dat we grenzen overschrijden, maar dat we dat doen (of dat het ons overkomt) op een manier die ons vermogen om nog bij te sturen zelf aantast. Handelingsruimte krimpt.

Die verharding treft de volledige aspectuele gelaagdheid van de werkelijkheid. Niet alleen ecologisch, maar ook machts- of vermogensstructuren om zaken aan te pakken. De schade is materieel en immaterieel, natuurlijk en cultuurlijk. Waterstress geeft problemen in het fysische en in het sociale domein. Verlies van leefbaarheid verloopt van de biotische gelaagdheid tot en met de cultuurlijke gelaagdheid. Vastlopende systemen betreffen de aspecten van materiële infrastructuren (het technisch-formatieve aspect) en beleidspaden (formatieve, juridische, economische, sociale en normatieve aspecten).

Die systemen zijn in die zin open dat het reorganisatiefases betreffen die boven gunstige omstandigheden voor het levende uitsteekt. Ook binnen omstandigheden voor het leven zijn reorganisatiefases, ofwel transities, die nog invloed kunnen hebben op vertragen&verzachten, ofwel meer dan wel minder ongunstige omstandigheden.

In de procesfilosofie is ‘werkelijkheid’ een netwerk van ‘actual occasions’ (processen, gebeurens). Elke dynamische situatie bevat gegeven beperkingen (Bedding) en resterende mogelijkheden (Creativity). Zelfs onder extreme overshoot verdwijnt ‘mogelijkheid’ niet, maar ze wordt selectiever, duurder, meer ingeperkt. Er is geen eindpunt maar er zijn steeds fase in een herconfiguratieproces. Zo kunnen we het Antropoceen als tijdperk indelen in sub-tijdperken of fases. Op deze wijze is de hoofdlijn van de planetaire geschiedenis is als enkelvoudig te duiden: er is een duidelijke massieve richting die de gehele aarde betreft, ruimtelijk en temporeel, in al zijn aspectuele gelaagdheid van numeriek, fysisch, ecotisch en sociotisch, materieel en immaterieel.

Echter, op geografisch en temporeel detailniveau is er geen enkelvoudige gelijktijdige richting, maar juist een zeer ongelijke verdeling van instorting. Wat men nu ervaart in de Sahel-landen, zo ervaart men dat in het ‘rijke’ deel van de wereld nog niet. ‘Sahel’ is een ver van ons bed, ‘Oekraïne – Iran – Israel’ leeft onder ons. Maar dat is onze blinde vlek. ‘Sahel’ is nabij in de zin van een voorafschaduwing van wat steeds grotere delen van de wereld te wachten staat. En dat ‘te-wachten-staan’ is stress in al zijn ‘verticale’ gelaagdheid. Van fysisch tot ethisch. Het is stress waarbij we niet kunnen verwachten dat stress in de materiële onderlagen gecompenseerd kan worden door tegengestelde ‘veerkracht’ in de bovenlagen. Stress in de onderlagen gaat gepaard met stress in de bovenlagen in dezelfde richting. Anders heeft natuurcultuurverstrengeling geen betekenis.

Op hoofdlijnen, zo kunnen we zeggen is sprake van een massief instabiliteitsbeeld terwijl er op ruimtelijk-temporeel detailniveau sprake is van juist een gedifferentieerd instabiliteitsbeeld.

Als voorbeeld van het tweede: het waterdomein in Nederland. Dit laat zien hoe overshoot, vertraging, verharding én mogelijke omslag tegelijk in één gelaagd systeem bestaan. We splitsen het in vier lagen: fysisch-fysiek, institutioneel, economisch en dynamisch (procesmatig).

  1. Fysisch-fysieke laag. Nederland zit hydrologisch in een paradox: te veel water en tegelijk te weinig water. Recente waarschuwingen over structurele drinkwatertekorten in de toekomst zijn niet acuut overal, maar wel in scenario’s richting 2030–2050. Ecologische condities verschuiven sneller dan dat het systeem zich aanpast.
  2. Institutionele laag. We hebben robuuste waterinstituties, maar het kernprobleem is fragmentatie plus traagheid. Het systeem is sterk, maar niet snel genoeg voor de huidige dynamiek.
  3. Economische laag. Water is lange tijd bijna gratis behandeld. Industrie, landbouw en particulier zijn geoptimaliseerd op goedkope beschikbaarheid. De infrastructuur is gebouwd op stabiliteit, niet op schaarste. Het systeem is geoptimaliseerd voor een wereld die niet meer bestaat.
  4. Dynamische (kinematische) laag. We zien nu drie gelijktijdige processen: de ecologische druk neemt toe; flexibiliteit neemt af; reactie versnelt, maar laat.

We kunnen drie zones onderscheiden: inertiële zone zoals landbouwstructuren, woningbouwpatronen, bestaande waterinfrastructuur en datacenters; adaptatiezone een  langzaam verschuiven van reactie naar preventie en een stresszone door dynamische veranderingen (lees: verslechteringen). Dit betreft capaciteitsproblemen in droge piekperioden, verzilting in kustgebieden en concurrentie tussen functies. Echte schaarste dwingt verandering af, in een veld van verhardende keuzes zonder overall-oplossingen.

In filosofische procestaal gaat het om een veld van voortdurende actualisaties, die herconfigureert wat water ‘is’ in Nederland. Waterzekerheid wordt waterlogica. Er is een overgang van een stabiel overschot-systeem naar een instabiel schaarste-systeem.

De dynamiek ligt weliswaar nog binnen de menselijke mogelijkheden: er is sprake van geen massief overmachtige problematiek, maar de keuzeruimte krimpt, de kosten van uitstel stijgen en de aanpassing wordt minder vrijwillig en meer gedwongen. Dit is dan een voorbeeld van een gedifferentieerd instabiliteitsbeeld. Water wordt een ruimtelijk sturend criterium in plaats van een randvoorwaarde.

De vraag is hoe snel water een hard randvoorwaarde-systeem wordt in plaats van een flexibele achtergrondfactor. Er zijn nog goede paden en slechte paden te bewandelen. Maar dit zou weleens veel meer landelijke sturing vereisen op het gebied van tegengestelde belangen op de gebieden van ruimtelijke ordening, landbouw, drinkwater (prijs, prioriteit, verdeling, gescheiden infrastructuur van drink- en ander water), economisch (groei)model, ecologisch herstel, bestuur & instituties. Op dit moment missen we delen van de voorwaardelijkheden die nodig zijn voor een adequate aanpak.

We zien hieraan: een wicked-problem in een wereld van bovenrationele megawicked-problems.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb