Toonzetting en afstemming.

Dit tijdperk zet de toon, wij kunnen er al dan niet, beter of slechter of andersom, op afstemmen. En lachen, blijven lachen, dit tijdperk wordt een Foltertijdperk. Het heeft er alle schijn van want schijn verschijnt. Een scherp gevoel maakt de geringste foltering tot last – die door de lach gecompenseerd dient te worden. O de gelukzaligen, de planten, die zenuwlozen, waren wij maar zenuwlozen, de Voorziening zou ons genadig zijn en wij de Voorziening. Maar ja: planten lachen niet. Wat nu ongenadig toeslaat, moet toeslaan, is precies is het gevolg van de gezenuwden, van de lachers. Hun bedrading, hun gevoelige bedrading, waar ze zo mee pronkten en nog steeds pronken heeft precies tot de netcongestie, tot de obstipatie geleid die dit tijdperk zo kenmerkt. Een gezenuwde kan lachen, een stoïcijn kan lachen, een cynicus kan lachen en het lachen zal hem voortstuwen. Een geboorte produceren brengt dezelfde lach met zich mee als een begrafenis en het was Godt zelf die zag dat hij blij werd van de lach. De lach was goed, zeer goed. Het was ook de lach van de dag, de lach van de eeuw, de lach van een tijdperk, het was de laatste lach die de beste was, de lach van een soort, de kampioen van de evolutie. De vonk tot de lach ontsprong aan het zwemmen der spermatozoïden. We werden gewoon meegesleept in het sleepnet dat voor ons ontworpen was door de evolutie. Het vergde weinig. Weinig lenigheid, weinig vasthoudendheid, weinig volharding, enkel spartelen in vruchtwater. En daarna wroeten, voortmodderen en toch best wel moeite en zweet op de kop. En lachen dus. We namen de moeite tot de lach en zo zetten wij de toon en stemden we ons af op wat tot ons komen gaat.

*

Maak jouw eigen website met JouwWeb