Zonder zonde, zonder Duivel, zonder Erfzonde zou misdaad wellicht ons enige vertier zijn, in een eindeloze zee van verveling. Het gebrek aan lijden zou ons lijden zijn. Overdaad aan Paradijs schaadde al de eerste mens met een rib uit zijn verwrongen naakte lijf. Zo ging het verder, er kwam nog een verlossing tussendoor die nauwelijks een naam mocht hebben en nu verblijven wij in dit Fuiktijdperk. Van Hof van Eden via alle aaneengeregen hedens, naar dit Fuiktijdperk, wat een geschiedenis. Geologisch gezien was het een geschiedenis van opkomst en ondergang van een bepalende soort, kortom een fluitje van een cent, een rimpeling slechts in de kosmische tijd. Deze soort, dit wezen heeft nauwelijks de tijd gekregen tot diepgang, mystiek en mysterie of hij kwam alweer terecht in de fase van de ondergang. Behalve zijn genitaliën was hij weinig in staat te verbergen. Zijn schaamte en schijnheiligheid, zijn planetaire vervuiling stonk ons tegemoet als om ons de kracht van zijn bestaan te bewijzen. En met zijn enorme voortplantingslust wekte hij, verwekte hij onze belangstelling. Zijn lust, zijn drift, zijn nooddruft werd grenzelozer dan grenzeloos, zijn overdreven aanwezigheid vloog ons als spermaklodders om de oren. Moest de Duivel het vaak zonder altaar doen, de mens deed het vaak, te vaak zonder condoom. En de Duivel klaagde niet met zoveel zondaren extra, hij wist er immers zijn speelveld mee uit te breiden tot voorbij de planetaire grenzen - voor zolang het mocht duren. De Duivel hield er een eenvoudige driedelige formule der Waarheid op na: extra zondaren = extra zondeval = extra snelle ondergang. Waaruit bestond die extra zondeval? Die analytische vraag moesten we tegenwoordig in dit Antropoceen maar over laten aan de theoretische systeemwetenschappers. De praktijk van de zaak kunnen we gerust toevertrouwen aan gezucht, gesteun, gekreun, het tandengeknars van bloed, zweet, tranen en het eeuwige ziekelijke gezeik van scheppingsmateriaal, voortplantingsmateriaal in de kerken en de bordelen van de echte mens. Toch wel zonde, zo’n val in dit neerwaarts duikend fnuikend Fuiktijdperk.
Reactie plaatsen
Reacties