Het grondmotief van een gelaagde ontologie.
Een ontologie betreft het ontische en is impliciet opgenomen in het pystische aspect. Dit aspect is betrokken op wat aan alle aspecten vooraf gaat. Het is daarmee betrokken op actuele-schepping-conti-nu van subject-object ervaringswerkelijkheid, die gelaagd is in aspecten. Wanneer een ontologie expliciet wordt gemaakt dan is deze ook opgenomen in het logisch-analytische aspect.
De actuele schepping van ervaringswerkelijkheid conti-nu is ‘Wording’ (Whitehead), verloopt via de ‘Zelfheid’ (Dooyeweerd), die dialogisch dynamisch van aard is als ‘Ik-Gij’-relatie (Buber). Het is de taal van het Leven Zelf (Michel Henry). Wanneer we dit immanent denken zonder bovennatuur, dan is het de Zelforganisatie (natura naturans bij Spinoza). Het kan niet gescheiden, maar wel onderscheiden worden in het denken: in subjectzijde en objectzijde. Aan beide zijden, subject en object, is er als penetrerende doorgeving (van ‘Vader op Zoon’) sprake van Creativity (de zelforganiserende scheppingsactiviteit) en Bedding (de historisch opgebouwde verleden realisaties die de actuele schepping met zich meetrekt (het vele wordt steeds vermeerdert met één – Whitehead). Creativity is vrij-gebonden aan Bedding. We kunnen zeggen: het moet het er mee doen. De verandering van Bedding stuurt dus op die manier de mogelijkheden voor Creativity.
Deze door de procesfilosofie meta-fysisch geduide Werking van moment naar moment is precies wat we nu in de snelle veranderingen van het Antropoceen zien gebeuren. Het stuurt de dynamiek waar alle organismen aan onderhevig zijn. Dit gaat, zoals we kunnen weten, niet in levensondersteunende, maar juist in levensontwrichtende en vernietigende richting. Het bindt de menselijke bijsturingsmogelijkheden in een richting van verhardende en verengende conditionering. De richting is onheilzaam in plaats van heilzaam.
Realisatie conti-nu vindt plaats vanuit een potentieveld (taoïsme). Dit veld zweeft niet ergens, maar is materieel-immaterieel ingebed in de verleden realisaties en fungeert als Bedding. Zo kunnen we spreken van pro-ces: voortplanting (van ervaringswerkelijkheid, boven-biotisch, voortplanting van moment naar moment), penetratie, zelfschepping, energie. Tijd is energie want Werking.
De rijkdom van de cultuurlijke aspectuele gelaagde bovenlaag – die later in de evolutie er ‘bovenop’ gekomen is – is niet los te koppelen van waar ze afhankelijk van is: van haar basis, de natuurlijke aspectuele onderlaag. Het is er energetisch en emergetisch uit voortgekomen. Het is nu juist deze rijkdom echter die onder de zware, massieve druk staat van de Antropocene dynamiek in de onderlagen. Dit is: de cultuurlijke aspecten worden nu gunstige Holocene mogelijkheden ontnomen om goed en heilzaam te kunnen functioneren. Ze kunnen niet tegen hun basis, hun primaire onderlaag, ingaan.
We hebben het dus over de existentiële Betekenis van het ontische, het zijnde. Het ontologische beeld hiervan kan schematisch gedacht worden als een ‘kruis’: de ‘verticaal’ gelaagde actuele schepping-conti-nu voltrekt zich als dynamisch temporeel ‘horizontaal’ proces van moment-naar-moment en wordt zo evolutionair historisch opgebouwd.
Structurerende ‘Holocene’ dynamiek in de natuurcultuurverstrengelde planetaire sferen, waar de mens in woont (habitat) inclusief de in de basis noodzakelijke technologische sfeer (Plessner, Sloterdijk) maakte veel mogelijk. Maar het technologische medicijn werd gif (Stiegler). Wat zich in het Holoceen ontsloten heeft als relatief goed functionerende cultuurlijke aspecten vervalt onder de Antropocene druk van toenemende overshoot noodzakelijkerwijs tot slechter functioneren.
We hebben voor de duiding van dit proces (en daarmee dus Antropocene theorievorming) objectiverende systeemtaal en we hebben, zoals gezegd, de processuele, affectieve en concrete subject-object-taal-van-het-Leven zelf. Het zou echter misleidend zijn om te denken dat die twee talen ons zouden kunnen redden uit de Antropocene dynamiek. Dit is vanwege haar unieke kenmerken, waaronder toenemende overshoot. Dit maakt de Antropocene dynamiek van een stellige aard, gelegen in de aard-der-dingen, in het ‘zo-zijn’, hetgeen betekent: het is niet anders.
Reactie plaatsen
Reacties