De ketens van de verslikking, verschrikking, verstikking van dit lijdenstijdgewricht ontnemen ons alles behalve de vrijheid onszelf van het leven te benemen. En het is juist deze vrijheid die ons met kracht en trots de lasten doen dragen die wij te torsen hebben. Het is troost, de troost van een mogelijkheid. Het is ook de troost van het kunnen uitstellen van ons einde. Het is dubbele troost: ik had er vandaag een einde aan kunnen maken en ik troost me met de gedachte dat ik dat morgen alsnog kan doen. Zo zijn wij in staat om ons leven voort te zetten, ademhalen, blijven ademhalen is de troost van het uitstellen. Het is troost, hoewel tegelijk ook keuzestress, ons de toevlucht tot het touw, tot de kogel, het gif of de zee in te kunnen beelden. Het is de troost van de depressie, de zenuwinzinking, de melancholie.
Reactie plaatsen
Reacties