Procesfilosofie maakt aannemelijk dat er een immanent goddelijk Streven is. Het gebeurende gebeurt niet willekeurig. Dit impliceert dat de toekomstige gebeurtenissen  min of meer gebonden zijn aan het reeds gerealiseerde, in een oscillerende verhouding van determinisme en vrijheid, die niet van elkaar losgekoppeld kunnen worden. Ultieme harmonie wordt naar de aard der processen nooit bereikt, omdat het een oscillerende kwestie is van yin en yang, die onlosmakelijk aan elkaar gebonden zijn. Zo zou je kunnen stellen dat entropie per definitie nooit zonder negentropie is, de verhoudingen kunnen veranderen, maar de ene kan de andere niet verwoesten. Hetgeen pleit voor de immanentie van goddelijk te noemen want onverwoestbare diepste relationele structuur. Daar is geen zogenaamde bovennatuur voor nodig.

De kosmos kan worden gezien als een hiërarchische structuur van relationele structuren: substructuren -> structuren (netwerken, clusters, grotere patronen) -> Onverwoestbare primordiale Structuur (metastructuur). Elk niveau beïnvloedt het andere in wisselwerking. De basis van de Werking is relaties, relaties zijn primair aan objecten of substanties, energie is primair aan materie, waardoor temporaliteit primair is ruimtelijke uitgebreidheid. De basis van de werkelijkheid zijn gebeurtenissen en relaties. Alle gebeurtenissen ontstaan uit relaties met eerdere gebeurtenissen en ze beïnvloeden toekomstige gebeurtenissen en ze vormen tijdelijke patronen. Patronen en structuren zijn de kenmerken van processen die voortkomen uit tijdelijk-stabiele relaties.

Elk niveau van substructuren (zoals, van klein naar groot: kwantumprocessen, atomaire structuren, moleculen, cellen, organismen, ecosystemen, kosmische structuren) ontstaat uit onderliggende relaties en vormen weer nieuwe structuren. Eigenschappen ontstaan bij interactie. De kosmos is een continu netwerk van gebeurtenissen met tijdelijk-stabiele knopen in dat netwerk. Zo kunnen we ook kijken naar tijdelijk stabiele knopen zoals bv. het Holoceen en de tijdelijk instabiele overgang naar het opvolgende Antropoceen. In die instabiliteit zit dan nog steeds dat Streven naar een volgende tijdelijk-stabiele configuratie. Dat kunnen we ook constateren want de trends zijn niet willekeurig. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de huidige trendstructuren een tijdelijk-stabiele want hardnekkige richting vertonen.

De hiërarchie echter geeft te kennen dat aan de manifestatie van tijdelijk-stabiele dan wel de overgangen naar opvolgende substructuren uiteindelijk een onderliggende onverwoestbare structuur moet liggen. Deze meest fundamentele Werking is werking en moet dus wel noodzakelijkerwijs op z’n minst een temporele structuur zijn, te benoemen als ‘was-is-wordt’, of ‘eerder-nu-later’. Anders is werking geen werking, het is doorgeving, generatie, Zelfgeneratie en door de zichtbare veranderingen te benoemen als Zelforganisatie. Deze hiërarchie duidt er tevens op dat de tijdelijk-stabiele structuren niet persé noodzakelijk zijn. Holoceen-gerelateerde substructuren zijn aan het verdwijnen zoals we zien, Antropoceen-gerelateerde komen op. En de vraag is: hoe krijgen we daar zicht op.

De mensdierstructuur, met zijn modale wezenlijke zijnsaspecten, is niet persé noodzakelijk, het leven is niet persé noodzakelijk. De Overmacht van het noodzakelijke is uiteindelijk gelegen in de diepste onderliggende structuur en de interactie in de tijdelijke substructuren voltrekt zich naar processuele natuurlijke wetmatigheden van deze primordiale structuur. Het lijkt me dus de kwestie te zijn, ook wat betreft een Antropoceentheorie, naast het ethisch-normatieve van wat we zouden moeten doen: 

Hoe krijgen we zicht op deze interacties die een structurele onheilzame richting kennen en onheilzame betekenis heeft voor het leven op aarde?

De procesfilosofie blijkt iets te kunnen bieden wat deze vraag betreft. De yin-yang-oscillatie van ordening en chaos kent momenteel een koers richting chaos die we duidelijk kunnen zien en die niet anders betekent dan toenemend onheil, waarbij voor ons gunstige substructuren worden vernietigd. Het natuurlijke en het cultuurlijke zou je ook kunnen zien als een tijdelijk oscillerende manifestatie van een substructuur. Momenteel is het een dans der vernietiging.

Het gaat veel te snel voor de instandhouding van voor ons gewenste structuren, in de dynamiek van de tijdelijke ‘natuurlijk-cultuurlijk’ substructuur, waarbij het cultuurlijke een niet noodzakelijke nichevorm is van het natuurlijke. En waarbij de overhand steeds meer en zeer snel uit-der-aard en natuurlijk komt te liggen bij ‘natuurlijk’ als goddelijk te noemen Overmacht.