- Toelichting op het idee van determinerende werking (ook wel te noemen: verhardende conditionaliteit)
De verleden en de actuele ontwikkelingen werken structurerend en richtinggevend. Tegelijkertijd is het Antropoceen juist het tijdperk van menselijke invloed - en dus, zo zouden we denken, van keuze en handelingsvermogen.
Antropocene ontwikkelingen zijn niet absoluut determinerend, er blijft immers voor Zelforganisatie altijd een mogelijkhedenveld, van waaruit actuele gebeurens hun keuzes maken en waaruit realisatie plaats vindt. Maar het is wel sterk structurerend, pad-afhankelijk en in toenemende mate onomkeerbaar. We moeten dit echter op twee niveaus bekijken: op het niveau van de mens is er sprake van een werking in determinerende richting, voor de natuurlijke mogelijkheden van Zelforganisatie nooit. Deze is immers onverwoestbaar.
Als we uitgaan van het realistische scenario dat de huidige hardnekkige negatieve trends het komende decennium niet keren, mede door geopolitieke ontwikkelingen, dan is de vraag hoe we moeten kijken naar de relatie tussen determinering/handelingsvrijheid op het niveau van de mens en de Antropocene ontwikkelingen voor de langere termijn.
In dat geval immers verschuift de relatie tussen determinerende werkingsfactoren en factoren die te maken hebben met het menselijk handelingsperspectief naar wat je zou kunnen noemen ‘verhardende conditionaliteit’. Er vindt een vastlegging plaats van mogelijkheden voor toekomstige paden. Determinering wordt zo gezien historisch opgebouwd. Er is in toenemende mate sprake van systeemdwang, met zelfversterkend patronen en in toenemende mate onafhankelijk van menselijk beleid op korte termijn.
Uitkomsten blijven weliswaar voorwaardelijk, maar de voorwaarden worden strenger en beperkter, waardoor keuzeruimte voor de mens krimpt. Determinerende werking is geen constante absolute factor in de relatie van determinisme en keuzevrijheid. Het gaat om de verschuiving van de verhouding tussen bepalende structuren en handelingsruimte.
Het lijkt mij dat we bij een Antropoceentheorie moeten kijken naar de toename van de determinerende werking van verhardende conditionaliteit. De Antropocene dynamiek is een progressieve vernauwing van de bandbreedte aan mogelijke uitkomsten onder invloed van cumulatieve systeemdruk. De principes van contingentie, emergentie en herconfiguratie op het ‘hogere’ niveau van Zelforganisatie blijven bestaan, ongeacht de mate en snelheid van verandering.
In het werk van Dipesh Chakrabarty wordt het Antropoceen begrepen als een situatie waarin menselijke geschiedenis en aardse systeemprocessen onlosmakelijk verstrengeld raken, wat klassieke noties van historische agency onder druk zet zonder deze volledig op te heffen. Evenzo benadrukt Bruno Latour dat handelingsvermogen verspreid is over netwerken van menselijke en niet-menselijke actoren, waardoor uitkomsten nooit volledig gereduceerd kunnen worden tot lineaire causaliteit. Er is altijd ruimte voor contingentie, emergentie en herconfiguratie, zelfs onder sterk beperkende omstandigheden. Op het ‘lagere’, ‘afgeleide’ niveau van menselijk handelen neemt dit af.
De relatie tussen toenemende determinerende werking en het Antropoceen kan volgens mij best worden begrepen als een verschuivend continuüm, waarin structurele beperkingen toenemen zonder dat handelingsruimte volledig verdwijnt. Dit continuüm zou kunnen worden benoemd met de term Fuiktijdperk. Wederom vanuit de mens gezien.
-
- Vergelijkingsmateriaal ofwel referentiekader.
We kunnen de Antoprocene ontwikkelingen vergelijken met de vijf eerdere massa-extincties. Mogelijk zitten we in een vroege fase, maar de trendstructuren maken het vergelijkbaar. De oorzaken mogen dan wel net iets verschillen, maar we kunnen de oorzaak van het Antropoceen ook, net als de eerdere, volgens mij gewoon zien als een natuurlijk traject van de evolutie. In dit geval van de laatste miljoenen jaren, als een niche-constructie van zelforganiserende werking.
Het idee dat we in theorie kunnen ingrijpen en dat het deels een bewuste crisis is uiteraard juist, en in dat opzicht is het Antropoceen uniek in de totale BigHistory.
We kunnen het beïnvloeden en we zijn ons er van bewust. Maar kan dit nog het verschil maken? Dat blijkt volgens mij niet uit wat er gaande is. Het is duidelijk dat we het al niet meer kunnen voorkomen. En op een gegeven moment zal ‘gewoon’ het kantelpunt aanbreken dat we ook geen verschil meer kunnen maken tussen hoe ernstig de uitkomst wordt.
Op dit moment is het nog geen alles-of-niets verhaal, er zijn nog nuances en pad-mogelijkheden. Maar dat verhaal moet niet als een constante worden gedacht gezien de dynamische werking in verslechterende richting. Bewustzijn heeft nog niet geleid tot voldoende actie, dus daar kunnen we volgens mij ook niet te veel op hopen. Maar historisch gezien kunnen systemen wel kantelen als technologie, beleid en gedrag samenkomen, maar dan hebben we het over het Holoceen vergelijkingsmateriaal en het Holoceen is passé. Holocene perspectieven zijn echter impliciete aannames waar we nu doorheen zullen moeten prikken. Onze hele ervaring met maatschappelijke aanpassing komt uit die stabiele context, en dat is geen goede gids meer. We zullen nu het vergelijkingsmateriaal (inclusief het ‘verschilmateriaal’) moeten halen uit patronen en structuren van Zelforganisatie uit de BigHistory – zoals gezegd: met de vijf eerdere trajecten naar massa-extincties.
Met het verschil: ook dan hebben we geen historisch precedent voor deze combinatie van snelheid + schaal + menselijke invloed.
Er zijn eigenlijk twee niveaus: 1. De Sociaal-technologische kant (waar de vergelijking met het Holoceen mogelijk nog wél werkt) en 2. De Aardsysteem kant (waar de vergelijking tekortschiet).
Echter, in zijn totale holistische samenhang van toenemende natuurcultuurverstrengeling schiet de vergelijking tekort. En zoals het nu gaat krijgt de kant van het Aardsysteem (gewoon = natuurlijk = uit-der-aard) in toenemende mate de overhand. Dat is het actuele reële traject. Eigenlijk hebben we zo gezien geen alternatief referentiekader, om twee redenen: 1. Hoeveel weten we eigenlijk van die eerdere massa-extinctie-trajecten? 2. Het aspect van menselijke invloed maakt het uniek.
Toch is over die menselijke invloed best wel veel te zeggen, zoals bijvoorbeeld: het werkt twee kanten uit, met tegengestelde elkaar tegenwerkende krachten. We zien enerzijds acties om de gevolgen nog te vertragen en verzachten. En anderzijds zien we gedrag dat wellicht niet bewust de ontwikkelingen wenst voort te zetten of zelfs te versnellen, maar waardoor dat desondanks toch gebeurt, ondanks bewustzijn. Naar mijn idee heeft die tweede kant een massiever uitwerking, dan de eerste kant of tegenkracht; dat blijkt in ieder geval tot nu toe. Dit maakt dat de werkelijke onderstroom niet ligt aan de kant van de eerste kracht, maar aan de kant van de tweede. In ieder geval legt het de menselijke ambivalentie sterk bloot. Waarbij ook bewustwording ontoereikend is, ondanks alle informatie vanuit de wetenschap die er tegenaan gegooid wordt en ondanks de nu zoveelste energiecrisis.
Samenvatting: Het Antropoceen kan als een proces van toenemende determinering worden gezien: cumulatieve systeemdruk, pad-afhankelijkheid en verhardende conditionaliteit beperken toekomstige mogelijkheden zonder ze volledig te elimineren. Het onderscheid tussen “toenemende determinerende werking” en “verhardende conditionaliteit” (dat ChatGPT maakt) is vooral conceptueel en semantisch, niet fundamenteel. Menselijk handelen blijft mogelijk, maar de context wordt steeds beperkter en complexe processen nemen het over, waardoor handelingsvrijheid gradueel afneemt. het Antropoceen werkt weliswaar niet absoluut determinerend, maar structureert de ruimte voor handelen steeds sterker.
-
- actuele geopolitiek als uitdrukking van langetermijn interacties tussen energie, ecologie en menselijke ontwikkeling
De wereldorde die nu ontstaat, berust op invloedssferen. Wil men daar analytisch naar kijken in bredere en diepere context, dan zou men daar nog de Antropocene kenmerken overheen moeten leggen, inclusief naar te verwachten grondstoffen-, water-, voedsel- en gebiedsoorlogen.
In dieper verband zijn in de relatie tussen Antropoceen en actuele geopolitieke ontwikkeling zijn een aantal koppelingslagen van samenvallende geschiedenissen te zien. Geschiedenissen van verschillende ‘lengten’ zoals Chakrabarty die heeft geschetst, van BigHistory via DeepHistory naar cultuurlijke geschiedenissen van Holoceen en Antropoceen. Die meerdere conceptuele en praktische koppelingen tussen evolutionaire cultuurlijke nicheconstructie en exogene energie zouden onder andere bekeken kunnen worden langs de lijnen van:
- De koppeling van leven, in welke vorm dan ook, met evolutionaire structuren van energetische dissipatie en de richting van overshoot (die in evenwicht dan wel uit-evenwicht kan zijn, die binnen planetaire grenzen dan wel voorbij planetaire grenzen kan zijn) (BigHistory)
- De conceptuele en praktische koppeling van de evolutionaire cultuurlijke nicheconstructie met exogene energie (Deep History)
- De koppeling van het praktisch gebruik van exogene fossiele energie met dissipativiteit en toenemende overshoot (cultuurlijke Holocene geschiedenis)
- De koppeling van een transitie naar duurzame energie met dissipativiteit op het gebied van o.a. grondstoffenextractie, met invloed op de structureel veranderende wereldorde (recente geschiedenis)
- De al dan niet mogelijke ontkoppeling van de economie met fossiele energie (idem)
Wat zich nu voordoet is dat de economie gekoppeld blijft aan fossiele energie. De huidige wereldwijde energiecrisis legt dat nog eens haarfijn bloot. Wat zich tegelijk ook voordoet is een toenemende energiebehoefte. Ook zichtbaar. ChatGPT zal er ook wel pap van lusten. Wat zich tegelijk ook voordoet is een energietransitie waarbij landen en andere entiteiten strijden om kritieke grondstoffen.
-
Maak jouw eigen website met JouwWeb