Wat kunnen we weten omtrent de toekomst in het licht van de Antropocene ontwikkelingen ten tijde van planetaire overshoot? Dit is: hoe stellig kunnen of mogen we daarover zijn? Dat hangt weliswaar samen met subjectieve interpretaties die gerelateerd zijn aan ieders mens- en wereldbeeld, maar er zijn desondanks toch wel kenmerken vast te stellen, wat betreft de aard en de oorzakelijkheid van de planetaire overshoot.

Een volgens mij niet onrealistische interpretatie is dat we kunnen weten dat de huidige planetaire overshoot:

- niet houdbaar is

- wordt gekenmerkt door hardnekkigheid en structuraliteit (die liefst afdoende = diepere verklaring vraagt willen de eventuele transities passend-realistisch kunnen zijn)

- wordt gekenmerkt door een toenemende wisselwerkende verstrengeling van natuur- en cultuursferen

- die elkaar in een neerwaartse richting versterken

- in een keten van kettingreacties

- in feitelijk twee soorten verstrengeling, namelijk

  1. de natuurcultuurverstrengeling en
  2. De verwevenheid van bronoorzakelijke dissipativiteit met de gelegenheidsoorzaken, waarbij de eerdere oorzaken de latere mogelijk maakten en maken, terwijl omkering niet of niet zomaar mogelijk is.

We kunnen weten dat dit laatste betekent dat op Antropocene overshoot betrokken evolutionair gevormde (= hardgebakken) ontwikkelingen gevolgen met zich meebrengen die vervolgens weer oorzaken worden van daaropvolgende gevolgen, enzovoorts, waarbij de niet-cyclische ‘pijl van de tijd’ geldt. Het is die ‘pijl van de tijd’ die maakt dat omkering van dit evolutionaire proces niet endogeen (door de soort van binnenuit) mogelijk is, wel exogeen via uitstervingsprocessen. We  kunnen weten dat we onszelf niet terug kunnen toveren naar de situatie zonder kleding en zonder dak boven ons hoofd, bijvoorbeeld. We kunnen weten dat dit impliceert dat onze primaire soortgebonden basisdissipativiteit per definitie dissipatiever zal blijven dan die van de andere dieren.

We kunnen weten dat die basisdissipativiteit, waarbij de mens zich moet aanvullen met extractiviteit uit zijn omgeving, nooit zonder het economische aspect is en dat dit aspect per definitie bestaat uit 2 polen: vraag en aanbod. Ook iedere andersoortig economisch systeem als de huidige, zoals circulaire en niet op winst of kapitalisme gebaseerde ruileconomie, is hieraan gebonden.

We kunnen weten dat we nu te maken hebben met een hardnekkige, structurele, trendmatige reeks van oorzaak-gevolg-relaties, zowel ruimtelijk-gelijktijdig als ook temporeel-opeenvolgend gezien. D.w.z. niets staat op zichzelf, alles is relatie, relatie is verandering, (relatie en verandering staan centraal in de procesfilosofie). Wanneer we bijvoorbeeld spreken van systemen (meervoud) dan abstraheren we al van de concrete holistische eenheid van de volle werkelijkheid. Vandaar ook dat we zouden kunnen weten dat we anti-dualistisch moeten kijken naar 'Bron' of 'Oorsprong' ofwel naar bronoorzakelijkheid. Dit is: we zouden kunnen weten dat aan kapitalisme, kolonialisme, imperialisme, industrialisme, commercie, etc. (waar het klimaat- en eco-protest zich vaak op richt) per definitie ‘iets’ (= primordialiteit) voorafgaat.

We zouden kunnen weten dat het politieke aspect (en dus ‘de politiek’, waar het klim-eco-protest zich vaak op richt) niet los gezien kan worden van alle andere zijnsaspecten. Dit kunnen weten relativeert te hoge verwachtingen omtrent ons! politieke vermogen.

Wat we niet kunnen weten is hoe de fluctuaties binnen de structurele trendmatigheid uitpakken en wanneer ze zich zullen voordoen en wat en hoe de precieze interacties zullen zijn. De fluctuaties en interacties binnen de trendmatigheid zijn moeilijker te voorspellen dan de trendmatigheid zelf, zoals het weer moeilijker te voorspellen is dan het klimaat. Zo doet het ‘Trumpisme’ zich als actuele uiting voor in een reeds decennia bestaande sterke onderstroom, waarvan de meespelende psychologische factoren in 2012 zijn geduid door Jonathan Haidt. De voedingsbodem bestond allang en ‘Trumpisme’ als gedacht gekoppeld te zijn aan die ene persoon, lijkt mij een misvatting. De persoon zelf werkt als een versneller van wat in de onderstroom allang gaande was. Dit betekent dat het net zo goed te maken heeft met verzwakkende tegenkrachten.

Het behoort misschien ook wel tot de huidige ongekende Antropocene uniciteit, toch ook met behulp van de actuele stand van de wetenschap over bv. de inmiddels onomkeerbare gletsjer- en poolkappensmelt, waarvan we de grootschalige dramatische gevolgen gewoon kunnen aanvoelen, niet wetende wanneer-en-hoe-precies, dat we zoveel over de toekomst (zouden) kunnen weten.

Aanvoelen op basis van het kunnen weten over de wereldverandering zou ‘weetvoelen’ kunnen worden genoemd. Het is een innerlijke binnenwereld-buitenwereld-relatie (verg. ‘Ik-Gij’-‘Ik-het’ bij Martin Buber), subjectief-gerelateerd aan ieders mens- en wereldbeeld - waardoor er zoveel variatie is. Die mens- en wereldbeelden zijn onderhevig aan verandering. We zouden kunnen weten dat dit een hoop ambivalentie, polarisatie, tegengestelde bewegingen, reactionairiteit, nostalgie, irrationaliteit en slingerbewegingen met zich meebrengt, waardoor bijvoorbeeld eerdere emancipatiebewegingen en verworven rechten nu weer sterk onder druk staan (de Talibanisering van de VS). En mede waardoor, naast alle belangentegenstellingen, ook klima-ecobeleid zo’n spagatale kwestie is.

Op macroniveau gezien verschuift de mentale mensenwereld ondanks en dankzij de veranderingen, bewust of onbewust, qua denkbeelden, overtuigingen en paradigma’s. Met nu actueel als gevolg een ongunstige uitwerking op klima-eco-gebied, bv. door geopolitieke veranderingen. We kunnen weten en we weten dat er zelfversterkende tendenzen gaande zijn, waaronder:

- sterke autocratiseringstendensen

- versnippering, versplintering, isolatie&machtsblokvorming (= de actuele manifestatie van het evolutionaire principe van samenwerking&concurrentie)

- prioriteitenverschuiving naar de korte termijn ten koste van de lange termijn.

 

We kunnen weten dat er gelukkig nog heel veel niet-weten overblijft. 

We zouden kunnen weten dat vertragen&verzachten het parool blijft.