We kunnen op hoofdlijnen twee typen natuur-cultuurverstrengeling onderscheiden.
Natuur-cultuurverstrengeling zouden we als een spectrum kunnen zien met aan de ene pool de ideaaltypische – en aan de ander pool het funeste type. We bevinden ons nu in het funeste type: een spiraal naar beneden in wisselwerking tussen de natuursferen en de cultuursferen, in een doorgaande instabiliserende uit-evenwichts-ontwikkeling. Zie als symptomatisch voorbeeld: https://www.downtoearth.org.in/environment/the-aravallis-indias-oldest-hills-dont-get-in-the-way-of-progress-they-pay-for-it
Het ideaaltypische is de in-evenwichts-situatie tussen ecosferen en sociosferen, zoals we die ons kunnen voorstellen bij lage bevolkingsaantallen, in een stammensamenleving, met een op de natuur gerichte cultuur, zonder uit de hand gelopen dissipatieve technologie. Deze ideaaltypische verstrengeling bestaat niet meer, en is ook niet meer denkbaar in de zin dat we daar transformatief beheerst naar kunnen terugkeren. Anders gezegd: het idee ‘van antropocentrisme naar ecocentrisme’ (inclusief idealistische ideeën omtrent een soort van Symbioceen) is, naast dat het niet betrekking kan hebben op de basale antropocentrisch gerelateerde dissipativiteit (bij de huidige aantallen), gewoon niet meer mogelijk.
We zitten nu (dus) min of meer klem in het funeste type natuur-cultuurverstrengeling, wat onverlet laat dat er altijd inspanningen zijn te verrichten om te vertragen en te verzachten.
De conclusie en konsekwentie hieruit t.a.v. positieve dan wel negatieve sociale kanteldynamiek kan ieder voor zichzelf trekken.
(Overigens denk ik niet dat we mogen verwachten dat Karl Jaspers toendertijd dit funeste type natuur-cultuurverstrengeling, die deel uitmaakt van de Antropocene nieuwigheid, kon beseffen)
Maak jouw eigen website met JouwWeb