Antropos is antropos omdat ie antropos is. Dat maakt hem anders dan andere dieren omdat ie, evolutionair bepaald, wordt gekenmerkt door twee posities: de centrische – (en omdat hij antropos is, is dit niet anders dan de antropocentrische positie) -  en daarbovenop, zowel in samenwerking als in strijd met die centrische positie vanwege de ermee gepaard gaande ambivalentie, de typisch enkel aan antropos gegeven excentrische positie. Die excentrische positie maakte de mens tevens bewust van zijn onvolmaaktheid, zijn menselijk tekort, zijn Zondeval, en brengt eventueel via gelegenheidsoorzaken ook ecocentrische vervreemding met zich mee (zoals we duidelijk kunnen zien; en in die zin vloekt hij tegen zijn God als Bedding), en brengt ook de typisch menseigen problematiek van (ver)ant-woordelijkheid met zich mee.

De kwestie is nu: hoe komen we dan om klimaatverandering tegen te gaan van bijvoorbeeld antropocentrische naar ecocentrische intentionaliteit of gerichtheid (of commonisme of hoe dan ook genoemd)? Is dat wel mogelijk? Er gaat immers iets aan de menseigen intentionaliteit vooraf, op basis waarvan die intentionaliteit, die gerichtheid überhaupt mogelijk is – laten we dit noemen de intentionaliteitsvoorwaarde, pré-intentionaliteit, ‘iets’ wat de goede dan wel slechte intenties van de mens mogelijk maakt, ‘iets’ wat derhalve als typisch menseigen individualiteitsstructuur tot de bronoorzakelijkheid gerekend kan worden. En zoals bij herhaling gezegd: steeds weer keer 9 miljard = 9 miljard pré-intentionele intentionaliteitsvoorwaardelijkheid.

Hoe kunnen we de relatie zien tussen antropocentrische en ecocentrische intentionaliteit of gerichtheid? Is de mens niet per definitie primair gericht op zijn menseigen, dus antropocentrische basale behoeften en verlangens? Met daarbovenop, secundair dus, zijn uit de hand gelopen kapitalistisch georiënteerde, consumentistische, individualistische, materialistische verlangens en intenties?

Hoe kunnen we de relatie zien tussen de centrische-/excentrische positionaliteit met de bron-/gelegenheidsoorzaken. En deze twee vervolgens weer met antropocentrisme/ecocentrisme en een eventueel al dan niet mogelijke verschuiving van het ene centrisme naar het andere? We kunnen vervreemding in de zin van de secundaire -ismen (de negatieve intentionalismen: kapitalisme, consumentisme, materialisme, egoïsme), die de vernietiging van het milieu bevorderen, zien als gelegenheidsoorzaken. Zij behoren niet tot de primaire pré-intentionele bronoorzaken die ons via evolutionair-cultuurlijk mogelijk gemaakte gelegenheidsoorzaken in de Antropocene problemen hebben gebracht. Die primaire bronoorzaken liggen veel eerder en veel dieper in de evolutionaire ontwikkeling van de mensheid.

Die diepere in de historie gelegen ontwikkeling van de mens is, naast alle andere wezenlijke zijnsaspecten, niet zonder het economische aspect en niet zonder de kunstmatigheid-van-nature. Vroeger was het economische aspect een ruilaspect en vrijwel zonder voorraden en bezittingen. Nu heeft het, samen met technologische en systemische ontwikkeling, voorraden en bezittingen met zich mee gebracht - die plunderbaar zijn. M.a.w. die ontwikkeling van het functioneren van deze onlosmakelijk aan antropos gebonden zijnsaspecten hebben nu eenmaal een bepaalde mate van dissipativiteit met zich meegebracht die groter is dan bij andere dieren, waaraan we nu, in de huidige context, behoorlijk stevig en hardgebakken vastgeklonken gebonden zijn. We kunnen weliswaar pleiten voor een transitie van een antropocentrische naar een meer ecocentrische economie, maar zelfs als we in die richting zouden bewegen, dan roept dat nogal wat vragen op. Duidt dit alles er namelijk niet op dat:

  1. we antropocentrisch van nature zijn
  2. dat het antropocentrisme dus gewoon bij antropos hoort zoals de uil uilcentrisch is
  3. en dat tot antropocentrisme behoort het kunstmatig-zijn-van nature, ofwel technologie
  4. dat daartoe behoort het economische zijnsaspect, dat in de historische ontwikkeling plunderbare voorraden en vernietigbare bezittingen met zich mee heeft gebracht
  5. dat dit alles nu eenmaal, als behoorlijk hardgebakken feit een hoge mate van dissipativiteit met zich mee heeft gebracht
  6. en nu, vanwege toenemende schaarste en geopolitieke belangen,  (potentiële) conflictstof (om energie, om grondstoffen, om water, om voedselvoorraden, om gebied) met zich meebrengt
  7. terwijl we daar primordiaal en bronoorzakelijk gezien niet (zomaar) vanaf kunnen of met convivialisme en ecocentrisme kunnen omzeilen
  8. dat dit alles de (al dan niet idealistische) intentionaliteit overstijgt omdat we er gewoon aan gebonden zijn geraakt
  9. omdat we niet (zomaar) kunnen ingrijpen op de aan de bronoorzaken gebonden dissipativiteit (met uitzondering van bevolkingsreductie)
  10. dat het (dus) weleens zo zou kunnen zijn, (en op een gegeven moment moet dat wel zo zijn bij een toenemend aantal mensdieren - eenmaal is een grens bereikt), dat alleen al die primaire bronoorzakelijke dissipativiteit voldoende is om niet meer terug te kunnen keren binnen-de-planetaire-grenzen?
  11. dat naast deze relativering en problematisering van het idee van ‘antropocentrisme’ naar ‘ecocentrisme’
  12. er niet veel anders overblijft dan vertragen en verzachten
  13. terwijl we zien dat dat zich in toenemende mate alleen nog maar op micro-nivo plaatsvindt
  14. en niet op het mondiale schaalnivo waarop dat in feite nodig is
  15. en dat er op mondiaal geopolitiek macro-nivo juist sprake is van versnellen en versterken in plaats van vertragen en verzachten
  16. waardoor de unieke Antropoceen-gerelateerde spanningsopbouw nog sneller toeneemt
  17. hetgeen niet anders kan dan leiden tot conflicten in toenemende mate
  18. met een vicieuze neerwaartse spiraal tot gevolg?

Maak jouw eigen website met JouwWeb