Een artikel op https://www.downtoearth.org.in/climate-change/beyond-the-big-picture-how-human-behaviour-becomes-the-real-engine-of-sustainability-action zal sommigen wel aanspreken neem ik aan.
“Het artikel benadrukt hoe betekenisvolle milieuverandering begint bij mensen, met de nadruk op leren, sociale invloed en gedragswetenschappen.”
“… We hebben ongetwijfeld klimatologen, ingenieurs, mariene biologen en experts nodig uit alle wetenschappelijke disciplines en ecosystemen. “
“Dit soort denken staat bekend als menswetenschap en is steeds belangrijker …”
“Dit is precies wat de geesteswetenschappen ons bieden: het ontdekken van optimale manieren om te leren, te onderwijzen, te overtuigen en te inspireren op weg naar een beter leven. “
Het lijkt mij echter zinvol om de wetenschappen, (inclusief evolutiewetenschappen en complexe systeemwetenschappen), in het licht van de gaande massieve energetische boven-rationele veranderingen, te relativeren.
Wetenschapsfilosofisch gezien hebben de vakwetenschappen zich gespecialiseerd:
- naar een aantal (niet alle want er zijn bovenwetenschappelijke of voorwetenschappelijke aspecten) verschillende zijnsaspecten,
- met kwesties rondom de methode die moet worden gebruikt,
- met kwesties omtrent de grenzen van het gebied dat wordt bestreken
- met kwesties naar de verhouding tot andere wetenschappen,
Om zo, historisch gezien, tot een bepaalde autonomie van de desbetreffende wetenschap te zijn gegroeid. Er is nu een integratie en overkoepeling nodig tussen de natuur-, mens-, cultuur- en geesteswetenschappen, zoals in het paper wordt aangegeven.
Het Antropoceen raakt alle zijnsaspecten, dus ook de boven-wetenschappelijke of voor-wetenschappelijke. Wetenschap is abstrahering, terwijl het Antropoceen (in brede zin, voorbij de geologische betekenis) in wezen de volle concrete existentiële werkelijkheid in zijn complete samenhang betreft. Naast wetenschap is dus op z’n minst ook filosofie nodig, zoals techniekfilosofie (o.a. Pieter Lemmens, Plessner; de mens is kunstmatig van nature) wijsbegeerte (o.a. Dooyeweerd, Buber, Michel Henry; betrokken op alle zijnsaspecten) en metafysica (o.a. Whitehead; procesfilosofie).
Filosofie is geen wetenschap omdat zij zich bezighoudt met waarden en betekenis. Op universiteiten is filosofie in de regel wel ondergebracht bij de faculteit van geesteswetenschappen, maar dat zal wel om praktische redenen zijn: het moet toch ergens worden ondergebracht. Filosofie heeft alles te maken met ook aan de wetenschappen ten grondslag liggende mens-/wereldbeelden en werkelijkheidservaring. Aan beide ontkomen de wetenschappen niet volgens Dooyeweerd, vanwege de onlosmakelijke subject-objectrelatie en omdat het Cartesiaanse idee van het denken zelf, de ratio, de rede, als fundament (de God van de Rede) is achterhaald. Aan het denken gaat de eigenheid van de mensdierlijke existentie vooraf, en alle zijn, dus ook die mensdierlijkheid, is ingebed in Werking, Wording, Overgankelijkheid, die zich conti-nu manifesteert en waaraan het creatuurlijke onderhevig is, met zijn intentionaliteit en zijn pré-intentionaliteit en affecten.
Maar wetenschap en filosofie samen is niet toereikend. Een Antropoceentheorie zal dan, omdat het aan alle zijnsaspecten raakt, en omdat de enkel wetenschappelijke benadering zijn grenzen kent en niet op alle zijnsaspecten betrokken kan worden, (dus) ook een samenhang zijn tussen wetenschap en niet-wetenschap. Het laatste onder andere ook betrekking hebbend op het esthetisch aspect van diverse expressievormen, waaronder narratieve vormen. Het afbakeningsprobleem, de moeilijkheid om onderscheid te maken tussen wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke overtuigingen, technieken en praktijken, is vast wel een dingetje. Dit probleem ontstaat omdat er geen algemeen erkende reeks criteria bestaat om een theorie of praktijk als wetenschappelijk of niet-wetenschappelijk aan te merken. Dat maakt discussies ook altijd lastig wanneer gevraagd wordt: “waar is je bewijs”? De vraagsteller denkt dan in termen van logisch bewijs, waarbij hij al dan niet bewust het geloof heeft dat dat voor hem de ware kennisvorm en -norm is. En als zhij daarbij dan ook nog eens Wittgenstein volgt, dan worden andere dan logische kennisvormen uitgesloten. Al het niet-wetenschappelijke wordt dan pseudowetenschap. Volgens Dooyeweerd zijn er vele aspectuele manieren van kennen, waarvan het analytisch-wetenschappelijk-logische er één is.
Karl Popper noemde het afbakeningsprobleem een van de belangrijkste kwesties in de wetenschapsfilosofie. Popper stelde dat wetenschappelijke ideeën moeten voldoen aan de criteria van falsifieerbaarheid. Maar bij de Antropoceenkwesties in zijn totale samenhang gaat het niet enkel om bewijsbaarheid, deductie, inductie, hypothesen, empirisme, epistemologie, of Ockhams scheermes. Het gaat ook om ontestbare aannames of overtuigingen. De wetenschap zelf kan dat niet oplossen, ook de wetenschapsfilosofie niet, ook de wijsbegeerte of metafysica niet. Het heeft echter wel zijn implicaties in discussies en debat. En zo kunnen er dus ook meerdere verschillende Antropoceentheorieën zijn, naast of tegenover elkaar, synthetisch of antithetisch.
Dan hebben we het niet over pseudowetenschap, maar over het boven- of voor-wetenschappelijke. Dooyeweerd maakt aannemelijk dat uiteindelijk de voor-wetenschappelijk werkelijkheidservaringskennis, bewust of onbewust, ook aan de wetenschappen ten grondslag ligt, bijvoorbeeld het geloof in de Rede als de ware grondslag voor alle kennis. Of door onbewust te geloven dat je het normatief-ethisch-moreel-idealistische aspect ('OUGHT') kan losscheuren uit de totale aspectensamenhang. Wanneer dat gebeurt, in artikelen of speeches, dan moeten we maar eens tellen hoe vaak het woordje moeten gebruikt wordt.
Uiteraard is weliswaar de filosofie aanzienlijk verreikt door de vooruitgang in de gespecialiseerde wetenschappen en andersom is ook specifiek de wetenschapsfilosofie een bron voor uitgangspunten en methodes voor de vakwetenschappen. Bij wetenschap gaat het om waarheid, terwijl bij de Antropocene ontwikkelingen in hun volle concrete betekenis, - en naarmate de verslechteringen zich doorzetten (en dat doen ze voorlopig wel zoals we zouden kunnen weten, en die verslechtering zal weer invloed hebben op de defaults van daarna) -, naast het wetenschappelijke, het in de volle concrete existentie gaat om boven-wetenschappelijke waarachtigheid, betekenis, zin, heil/onheil, genieten/lijden, goed/kwaad.
We zijn in de westerse cultuur (de functie van, ofwel de ervaringskennis van) het mythische en magische omtrent Over-Macht misschien teveel kwijtgeraakt. De slinger is, mede doordat de natuur- en cultuursferen dualistisch gesplitst konden worden gedacht door Holocene omstandigheden, wellicht teveel doorgeslagen naar rationaliteit, oplosbaarheid, maakbaarheid, ontwerpprincipes, gedacht binnen de cultuurlijke sferen, ofwel op mensniveau in plaats van op het niveau van overmachtige de mens te boven gaande Zelforganisatie, waaraan al het creatuurlijke onder-hevig is (als passie, lijden, affect, lijden en vreugde als basistonaliteiten) en die niet persé goedwillend optrekt met de mensheid.
Terwijl, naarmate we verder het Antropoceen ingezogen worden, juist de irrationaliteit van de natuurlijke (waarvan het cultuurlijke een nichevorm is) Zelforganisatie wellicht de boventoon gaat voeren. Het lijkt mij, dus, zoals gezegd, wel zinvol om de wetenschappen en de wetenschappelijke blik (wat ook een indirecte blik is, ofwel een omweg; boven-wetenschappelijke of voor-wetenschappelijke ervaringskennis zou weleens een directere weg kunnen zijn), in het licht van de gaande massieve energetische boven-rationele Over-Machtige veranderingen te relativeren, evenals ideeën omtrent menselijke kernontwerpprincipes. De marges voor menselijke ontwerp- en oplossingsmogelijkheden zullen helaas kleiner worden.
“Onze overtuigingen, ambities en daden creëren maatschappelijke invloed die vervolgens het wereldwijde milieudebat kan beïnvloeden.”, zegt Shaikha Salem Al Dhaheri. Daar zou aan toe te voegen zijn: “Onze overtuigingen, ambities en daden medecreëren en weerspiegelen precies de reële gang van zaken.”. De mens als mede-creator, als mede de Bedding constituerende factor, heeft veel macht en kracht, zo is de afgelopen decennia wel gebleken - zijnde nu de grootste geofysische beïnvloeder van de boven-rationele, boven-wetenschappelijke Zelforganisatie.
Maak jouw eigen website met JouwWeb