Transities in de landbouw en het psychologische aspect
Er dient het nodige te veranderen in de voedselketen, van boer tot bord. Eén element uit de bijbehorende transities is de psychologische acceptatie bij zowel boeren als burgers. Andere elementen zijn bv. biomimetica, genetische mogelijkheden, subsidiestromen, verdienmodel en de kwestie hoe e.e.a. op voldoende schaalgrootte te krijgen.
Gezien de huidige ontwikkelingen kunnen we stellen dat deze transities mogelijk kunnen behoren tot dat wat ons nog te doen staat: vertragen en verzachten. Daarentegen is wat we actueel in de echte wereld aan het doen zijn tegelijk tegenstrijdig aan de benodigde landbouwtransities en aan dat vertragen en verzachten. We zitten eerder in een versnelling, mede vanwege de toenemende strijd om schaarse grond voor vele doeleinden, waaronder defensie. Vruchtbare grond nabij Zeewolde wordt opgeofferd voor kazernes en munitie-opslagen. Het zijn overduidelijk Haakse Problemen in het Fuiktijdperk.
We veroorzaken toenemende hitte, droogte, overstromingen, erosie, verwoestijning, verzilting, stikstof, vervuiling, verwoesting door mijning, slagvelden, verstedelijking en datacenters, transformatorstations, distributiedozen en andere bebouwing, die haaks staan op landbouwtransities.
Ontwikkelingen in de biomimetica kunnen worden gezien als bijdrager aan oplossingen, terwijl het daarentegen tegelijk kan worden gevat onder de kop: onmogelijke spagaten gezien het bovenstaande, waardoor onze hoop en houvast, op z’n zachtst uitgedrukt, er niet al te veel op gevestigd mag zijn. Qua impact zouden we de ontwikkeling ervan in het licht van de huidige versnellingen van de trends wellicht kunnen vergelijken met die van het uit de lucht halen van CO2.
Wat die psychologische acceptatie betreft wordt in dit kader in het artikel op sagepub
aangedrongen op burgerparticipatie.
Citaat daaruit: “Hoewel de onderzoeksgebieden biomimetica en duurzaamheidsonderzoek al interdisciplinaire onderzoeksnetwerken zijn, vereisen de ethische milieuvraagstukken met betrekking tot de natuur in het Antropoceen nog steeds de betrokkenheid van een andere groep, namelijk de samenleving buiten de wetenschap, die direct wordt getroffen door de gevolgen van het Antropoceen. Deze stelling wordt behandeld in het afsluitende artikel van Sabrina Livanec, Michael Stumpf, Lisa Reuter, Julius Fenn en Andrea Kiesel, getiteld 'Wie gaat dit gebruiken? Acceptatievoorspelling van opkomende technologieën met cognitief-affectieve mapping en transdisciplinaire overwegingen in het Antropoceen'. Dit komt omdat potentieel nuttige technologieën in het Antropoceen hun volledige potentieel alleen kunnen ontplooien als ze maatschappelijk geaccepteerd zijn en succesvol kunnen worden geïntegreerd in de sociale en natuurlijke omgeving. Participatie en transdisciplinariteit kunnen echter alleen worden bereikt met behulp van adequate methoden die productieve communicatie tussen leken en de wetenschappelijke gemeenschap bevorderen. Hiertoe stellen de auteurs voor om Cognitief-Affectieve Mapping (CAM) te gebruiken om de psychologische acceptatie van nieuwe onderzoeksbenaderingen en technologieën te beoordelen. Een op CAM gebaseerde technologieacceptatiebeoordeling kan in ieder geval potentieel tegemoetkomen aan de zorgen van alle maatschappelijke groepen en daarmee aan de zorgen over een succesvolle relatie tussen mens, technologie en natuur in het Antropoceen.”
Zie ook:
Maak jouw eigen website met JouwWeb