De betekenis van het samenvallen van de geologische aardegeschiedenis (Big History) en de menselijke geschiedenis (Deep History)

De historicus Dipesh Chakrabarty maakt duidelijk dat er nu twee geschiedenissen samenvallen: die van de langste aardegeschiedenis (BigHistory) en die van de mensengeschiedenis (DeepHistory). 

Of het is niet zo wat C beweert, of het is wel zo. We moesten maar aannemen dat het wel zo is.

Of het is van weinig betekenis, of het is van een existentieel bepalende betekenis. We moesten het laatste maar aannemen.

 

Het Antropoceen wordt over het algemeen gedefinieerd als het tijdperk waarin de mens een dominante geofysische kracht is geworden. Dat klinkt nog vrij formeel en wetenschappelijk. We kunnen de existentiële betekenis van deze zin nog makkelijk over het hoofd zien, waardoor we zodoende steeds weer komen met analogiëen en voorbeelden (ten goede, herstelmogelijkheden op menselijke tijdschalen) vanuit ons gangbare Holocene perspectief – die echter van een geheel andere orde zijn, die analogiën, namelijk vallend binnen in hoofdzaak enkel het cultuurlijke krachtenspel, toen we de natuurlijke krachten nog als op de achtergrond konden zien. Nu zijn ze sinds enkele decennia juist op de voorgrond getreden, en wel in toenemende mate, hetgeen het natuur-cultuurverstrengelde krachtenveld doet veranderen in de richting van de natuurkrachten als overmachtig aan het inherent tegenstrijdige en ambivalente cultuurlijke krachtenveld van samenwerking&concurrentie.

Dit samenvallen, dat in het redelijk stabiele Holoceen nog gescheiden kon worden gedacht (en waardoor dit dualistische denkbeeld precies mede heeft geleid tot de huidige overshootshit, als een gelegenheidsoorzaak) en nu onder de Antropocene omstandigheden reëel gezien feitelijk alleen nog maar naïef-idealistisch kan worden gedacht, is één van de unieke kenmerken van het Antropoceen.

De samenhang met nog een aantal andere unieke kenmerken, waaronder

- reeds ontstane onomkeerbaarheid (o.a. zeespiegelstijging, koraalriffen) en nog te verwachten onomkeerbaarheid bij doorgaande trends op vele andere kritieke planetaire grenzen voorbij kantelpunten, en

- ook de ruimtelijk unieke want planetaire en niet meer regionale schaalgrootte waarop het betrekking heeft (waardoor bv. redelijk beheerste volksverhuizingen tot de categorie der onmogelijkheden behoort omdat er geen uitwijkmogelijkheden meer zijn), en

- ook de uniciteit van de nog nooit eerder vertoonde complexiteit en verweven afhankelijkheden van de globale samenleving o.a. door technologie en benodigde grondstoffen, en

- ook het unieke aantal per definitie dissipatieve mensexemplaren dat nog steeds significant toenemend is,

maakt dat het nu unieke samenvallen van die twee geschiedenissen sinds de Grote Versnelling en de sindsdien niet afnemende maar juist toenemende planetaire overshoot, betekent dat de overmacht noodzakelijkerwijs en in toenemende mate zal liggen bij de lange geologische geschiedenis met zijn natuurlijke, bovenmenselijke, overmachtige grote golfbewegingen van opgang, (van de orde van Cambrische explosies), tot en met neergang (mogelijk ook nu - wie weet hoe en wat, wanneer en hoe snel = diepe onzekerheid -, ter grootte van een aantal eerdere massa-extincties). De kortere (desondanks toch al honderduizenden jaren) mensengeschiedenis (Deep History), met zijn perioden van op- en neergang, kan immers niet uitstijgen boven de natuurlijke grenzen van de natuurkrachten die door de lange geologische geschiedenis (Big History) worden gedicteerd.

In een grafiek geplaatst, betrekking hebbend op existentiële betekenis van op- en neergang, heil en onheil, gunstige en ongunstige leefomstandigheden , goede tijden – slechte tijden, ziet dat er in een verbeeldende voorstelling als volgt uit:

(grafiek volgt)

Teksten, indien niet goed zichtbaar:

Y-as: ‘goede’ voor het biotische gunstige tijden en ‘slechte’ voor het biotische ongunstige tijden

X-as:  verleden - NU - toekomst

(binnen het Holoceen de nog kortere geschreven geschiedenis van op- en neergang van beschavingen, hier niet getekend)

Blauwe lijn: Big History (met zijn uitersten van massa-extinctie en ‘Cambrische’ periodes)

Bruine lijn: Deep History (met zijn glacialen en interglacialen en andere extreme dan wel gunstige redelijk stabiele omstandigheden, waarvan het Holoceen een cultuurlijke en demografische explosie te zien gaf - waardoor juist dit voordeel nu, overeenkomstig evolutionaire processuele wetmatigheden, zal moeten omkeren in zijn nadeel, vergelijkbaar met konijnen- en eendenkroosexplosies)