Speculatieve metafysica en procesfilosofie, anticiperend en retrociperend
Het Antropoceen wordt getypeerd door patronen, structuren, kenmerken, verschuivende krachtsverhoudingen, trendmatigheden, wetmatigheden. Hierdoor is het min of meer logisch dat omkering niet zal plaatsvinden, hooguit is bijsturing, vertraging en verzachting nog mogelijk.
Er worden door wetenschappers tienduizenden waarschuwingen gedaan, met aan het eind van hun tekst een oproep tot actie om het tij te keren. Desondanks heeft per saldo die actie zich wereldwijd gezien nog niet afdoende vertoond. Sterker nog, de onheilzame trends zijn actueel aan het versnellen. We maken allemaal deel uit van de - de planeetgrenzen toenemende overschrijding – van de dissipatieve behoefte en daarmee van vraag naar energie en energiegerelateerde grondstoffen binnen het economische element van vraag en aanbod. In elke vraag, waarbij toenemende schaarste aan de orde is, zal worden voorzien door aanbod. We zien dat ook onherbergzame gebieden zullen worden geëxploiteerd wanneer dit economisch rendabel wordt.
Op basis van de Griekse theoreticus Heraclitus van Efeze (geb. ca. 540 v.Chr.) zouden we de mens(heid) kunnen betichten van overdissipatieve energetische kenmerken, door Heraclitus genoemd ‘vuur’. De mens(heid) komt daar niet vanaf gezien zijn evolutionair hardgebakken ‘van nature-kunstmatig-moeten’ zijn om volledig mens te kunnen zijn. Bijsturing is wellicht mogelijk door energietransities naar duurzamere opwekking. Waarbij echter altijd sprake zal zijn van slijtage dus vervanging.
Heracitus zegt: “De meest veranderlijke en vluchtige van deze elementaire krachten, vormt de basis van alles: ‘Deze wereldorde … is … een eeuwig levend vuur, dat in mate ontbrandt en in mate uitdooft’ (Fr. 217, Kirk-Raven-Schofield). De fundamentele ‘substantie’ van de wereld is geen materiële substantie, maar een natuurlijk proces, namelijk ‘vuur’, en alle dingen zijn producten van de werking ervan ( puros tropai ).” Het procesmatige ‘energieverhaal’, dissipatief op kleinere schaal dan wel in evenwicht op grotere schaal bekeken, is dus zo fundamenteel-universeel-kosmisch , dat het ook het biotische gedoetje (‘slechts’ één route van de evolutie) op deze aardkloot verre te boven gaat in macht en kracht. Al het biotische is onderhevig aan deze fundamentele overmacht van de energetische voortgang, Werking, Wording, Creativity, overgankelijkheid die onverwoestbaar is. Slechts verandering, haar energetisch temporele structuur, is blijvend.
De variatie van verschillende toestanden en omstandigheden van vuur – dat van de vier traditionele Griekse elementen dat het meest proces manifesteert – brengt alle natuurlijke verandering voort. Vuur is immers de vernietiger en transformator van dingen, en "Alles gebeurt door strijd en noodzaak" (Fr. 211, ibid .). Deze veranderlijkheid doordringt de wereld zozeer dat "men niet tweemaal in dezelfde rivier kan stappen" (Fr. 215, ibid .). (en het blijkt dat men zelfs niet éénmaal in dezelfde rivier kan stappen omdat de stap zelf duur heeft, hetgeen de radicaliteit en de consequenties van grote existentiële veranderingen zoals de Antropocene, symboliseert – JL)
De procesfilosofie is een onderneming binnen de metafysica, de algemene theorie van de werkelijkheid. Ze houdt zich bezig met wat er in de wereld bestaat en met de referentiekaders waarbinnen deze werkelijkheid begrepen en verklaard moet worden. De taak van de metafysica is immers om een overtuigende en plausibele verklaring te geven voor de aard van de werkelijkheid op het diepste, breedste, meest overkoepelende en omvattende niveau. En het is aan deze missie – ons in staat stellen de meest algemene kenmerken van de werkelijkheid te karakteriseren, beschrijven, verduidelijken en verklaren – dat de procesfilosofie zich op haar eigen karakteristieke wijze richt. Het leidende idee van haar benadering is dat het natuurlijke bestaan bestaat uit, en het best begrepen kan worden in termen van processen in plaats van dingen – van veranderingswijzen in plaats van vaste stabiliteiten. Voor procesfilosofen is verandering van elke soort – fysiek, organisch, psychologisch – het alomvattende en overheersende kenmerk van de werkelijkheid.
Dit kunnen we betrekken op het Antropoceen. Hierin doet de speculatieve metafysica mee, ten eerste daar waar het gaat om onze toekomst (speculatieve anticipatie), ten tweede daar waar het gaat om de oorzakelijkheidsketen die in het verleden ligt (speculatieve retrocipatie) en ten derde omdat er bovenrationeel, bovenwetenschappelijk, boven-objectelijk, heel veel nietweten is, terwijl er tegelijk, voorbij of voorafgaand aan onze mensentaal en onze wetenschappelijke formules, een affectieve ervaringstaal is van het ‘Leven Zelf’, die maakt dat er meer kennismogelijkheden zijn dan alleen de wetenschappelijke, rationele, bewijsbare. Alle drie zijn onontkoombaar in het denken over het Antropoceen,omdat het Antropoceen voor de mens(heid) ongekende emergente nieuwigheid is.
Het “meest overkoepelende en omvattende niveau” van metafysica, hier specifiek gerelateerd aan het Antropoceen, ontkomt zodoende niet aan een ‘stukje’ speculatie. Het woord speculatie kan ons al gauw op het verkeerde been zetten. Speculatie in de zin van speculatieve metafysica is daarom ook een kwestie van definitie. Het gaat om anticiperende en retrociperende kwesties van existentiële betekenis die meer vereisen dan wat er bewijsbaar te weten valt. Maar dat wil niet zeggen dat we niet ons denken en onze voorstellingen erop kunnen proberen los te laten in relatie tot het Antropoceen.
Anticiperend kunnen er met behulp van deze filosofie (steeds weer getrokken naar Antropocene omstandigheden en kenmerken, iets wat de pré-Antropocene denker uiteraard zelf niet kon) uitspraken worden gedaan over de mogelijke toekomst, retrociperend kunnen er uitspraken worden gedaan over oorzakelijkheid. Het zal altijd voor discussie vatbaar zijn. Processen die zich in de onderstromen van de primordialiteit en de actualisatie (‘Creativity’ en bedding) ontwikkelen en zich in de bovenstromen (de zichtbare, oppervlakkige wereld) manifesteren als stormen en hittegolven zijn net zo reëel zijn als honden en sinaasappels. En hoewel er vrijheid en toeval bestaat komt niets uit de lucht vallen, er is ‘gewoon’ sprake van bepaling. Toeval en vrijheid kan zijn omdat de potentie ertoe op dat moment aanwezig was, d.w.z. ook toeval en vrijheid vallen binnen marges. Het potentieveld schuift op naarmate we verder het Antropoceen in rommelen en zo zouden we het Antropoceen ook in kunnen delen in (sub)fasen. Wat als realisatie en manifestatie binnen het bereik ligt van het actuele potentieveld is een andere range met andere marges dan het potentieveld van tien jaar eerder, enzovoorts de toekomst in.
De speculatieve metafysica kan in het licht worden gezien van een tekstdeel uit https://plato.stanford.edu/archives/fall2020/entries/process-philosophy/#:~:text=In%20contrast%20to%20the%20substance,well%20as%20ways%20of%20occurring.
“10. Een kwestie van legitimiteit / Vanaf de tijd van de Pyrrhonische sceptici uit de oudheid wordt ons door de hele geschiedenis van de filosofie heen steeds weer verteld dat speculatieve systematisering ongepast is – dat de kennis die wij mensen daadwerkelijk kunnen verwerven, beperkt is tot het domein van het dagelijks leven en/of de verfijning daarvan door middel van wetenschap. Deze beperking, die in elk tijdperk wordt herhaald, wordt ook door velen binnen elk tijdperk verworpen. De drang naar een breed perspectief, naar een samenhangend en panoramisch beeld van de dingen dat de verschillende onderdelen met elkaar verbindt, vertegenwoordigt een onbedwingbare behoefte van het menselijk intellect als bezit van "het rationele dier". En procesmetafysica biedt een van de meest veelbelovende en serieuze opties om aan deze behoefte tegemoet te komen.”
In het procesdenken op het meest fundamentele niveau wordt uitgegaan van een holistische primordialiteit en daarmee van fundamentele wetmatigheid die gekenmerkt wordt door een temporele structuur. Tijd is niet iets op zichzelf, er is geen ‘lege tijd’, het is niet dat ‘iets gebeurt binnen de tijd’. De keten van gebeurtenissen, Werking, Wording (realisatie uit het potentie, of het op dat moment vigerende ‘potentieveld’) is tijd. Het is een structuur, een formeel, algemeen formaat waardoor elk concreet proces een vorm of formaat krijgt. Fluctuaties daarbinnen mogen dan naast onderhevig aan determinisme ook onderhevig zijn aan toeval, aan vrijheid, aan mutaties en daarmee dus aan onzekerheid, maar het is wel een onzekerheid binnen de processuele actueel vigerende temporele onderstroom, waarbij het verschuivende potentieveld de marges bepaalt voor realisatie ofwel de bovenstroom van fenomenen en vormen in de toekomst.
Het Antropoceen als concept werpt nu een nieuw licht, dat in de Holocene perspectieven en omstandigheden niet op die manier scheen. Wanneer we eerder gedachtengoed vanuit de metafysische procesfilosofie willen betrekken op het Antropoceen, zowel als concept en als werkelijkheid, zullen we het moeten hebben over een nieuwe uitdaging, waarnaartoe we elk eerder procesdenken en systeemdenken moeten trekken. Deze denkbeweging zullen we zelf steeds moeten maken.
De natuurcultuurverstrengelde onderstroom is krachtig, de huidige onderstroom is van een geofysische kracht, waaraan de fenomenen zoals soorten en individuen onderhevig zijn, hoewel ze hier als actor in meedoen. Wanneer we de oorzaken van de existentiële Antropocene ellende, (waarvan de doorgaande lijn niet zomaar gebroken wordt omdat er wetmatigheden gaande zijn met zich rap sluitende vensters van omkeermogelijkheden, zoals we allen inmiddels zouden kunnen beseffen, omdat de best beschikbare wetenschap van dit moment ons voorhoudt dat daar echt geen decennia of langer de tijd nog voor is) zien bij bepaalde cultuurlijke fenomenen die de oplossing in de weg zouden zitten, dan zien ze slechts gelegenheidsoorzaken. Tegen die gelegenheidsoorzaken kunnen we ageren en misschien helpt ons dat om bij te sturen, te verzachten en te vertragen door ‘de politiek’ te beïnvloeden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb